Midden-Oosten Maandag erkent Frankrijk Palestina. Dat terwijl president Macron na 7 oktober nog voorstelde met een internationale coalitie Hamas te bestrijden. Hoe kwam die diplomatieke wending tot stand?
De Franse president Emmanuel Macron (links) in april bij de expositie ‘Schatten gered uit Gaza’ bij het Institut du Monde Arabe in Parijs.
Op donderdag 24 juli ontving Mahmoud Abbas een brief van de Franse president Emmanuel Macron. „Frankrijk zal in september overgaan tot de volledige erkenning van Palestina als staat”, las de 89-jarige president van de Palestijnse Autoriteit daarin. „Daarmee zal Frankrijk een beslissende bijdrage leveren aan de vrede in het Midden-Oosten.”
Het was een heel andere boodschap dan de uitspraak die de Franse president op 24 oktober 2023 deed, een paar weken na de terreuraanval van Hamas, tijdens een bezoek aan Israël. Macron zei toen dat de internationale coalitie tegen terreurbeweging IS „ook tegen Hamas moet vechten”. „Frankrijk is daartoe bereid.”
Die coalitie kwam er niet. De erkenning komt er wel. Maandag zal Frankrijk tijdens een bijeenkomst over de tweestatenoplossing, georganiseerd in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, de staat Palestina erkennen. In navolging van Frankrijk zullen ook Malta, Luxemburg en Australië de Palestijnse staat erkennen. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor België, al heeft dat land er voorwaarden aan verbonden.
Frankrijk nam een voortrekkersrol: het eerste land van de G7, de groep van grote westerse economieën, dat aankondigde Palestina te erkennen. Maar op zondag gingen eerst Canada en het Verenigd Koninkrijk voor met formele erkenning. De Franse diplomatieke wending blijft opmerkelijk. Welke rol speelde Macron daarbij?
Het conflict tussen Israël en Palestina had in de eerste jaren van zijn presidentschap niet de belangstelling van Macron, zegt de Franse oud-diplomaat Michel Duclos telefonisch. Hij was ambassadeur in onder meer Syrië en Zwitserland en is nu verbonden aan de Franse denktank Institut Montaigne. „In 2017, toen zijn presidentschap begon, wilde hij een rol spelen om de situatie in Soedan, Syrië en Libanon te verbeteren. Ook probeerde hij de banden met de Golfstaten aan te halen. Hij was ook jong, uit op resultaat, en had daarom geen zin om tijd en politiek kapitaal te investeren in een situatie die hij als hopeloos beschouwde: het Israël-Palestinaconflict.”
Na 7 oktober kon Macron het onderwerp niet langer links laten liggen. Vijf dagen later gaf hij een persconferentie op nationale televisie. „Honderden baby’s, kinderen, vrouwen en mannen zijn opgejaagd, ontvoerd, vermoord en gegijzeld”, zei de president. „Wij delen het verdriet van Israël.” Hij noemde Hamas een „terroristische beweging” en benadrukte dat het geen oorlog tussen Israëliërs en Palestijnen was, maar „een oorlog die door terroristen wordt gevoerd tegen een natie, een land, een samenleving, democratische waarden”.
De Fransen riep hij op „verenigd te blijven” te midden van alle spanningen. Macron zei dat Israël „het recht heeft zich te verdedigen”, maar wel met respect voor het oorlogsrecht. Hij verzocht Israël „gerichte acties” uit te voeren tegen Hamas, zonder burgerslachtoffers te maken.
Macron kondigde ook aan dat 10.000 extra politieagenten scholen, gebedshuizen en culturele instellingen zouden beschermen en hij stelde een verbod in voor pro-Palestijnse demonstraties.
Twee weken later ontmoette Macron de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in Jeruzalem. Zijn bezoek kwam relatief laat: de regeringsleiders van de Verenigde Staten, Italië, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk waren hem voorgegaan. „Macron is op operationeel diplomatiek niveau niet altijd even handig”, zegt Duclos. „Om zijn late bezoek goed te maken, moest hij iets uitzonderlijks doen. Daarom stelde hij voor dat de internationale coalitie tegen Islamitische Staat ook tegen Hamas zou kunnen vechten.”
Het plan kwam Macron op kritiek te staan, veel Fransen vroegen zich af of er Franse militairen naar Gaza gestuurd zouden worden. Het Élysée nuanceerde het voorstel snel: Frankrijk zou bereid zijn met Israël en internationale partners „te werken aan ideeën voor actie tegen Hamas”.
Macron moest schaken op een gevoelig schaakbord. In Frankrijk woont zowel de grootste Joodse als de grootste moslimgemeenschap van Europa, benadrukt Duclos. Ook heeft Frankrijk historische banden met Israël én met Arabische landen als Libanon en Syrië. „Elke Franse leider moet op dit gebied uiterst voorzichtig opereren”, zegt Duclos.
President Macron tijdens een ceremonie ter nagedachtenis aan de Hamas-aanval van 7 oktober. Leden van de Franse Republikeinse Garde dragen portretten van de 42 Franse en Frans-Israëlische slachtoffers. Foto Eliot Blondet/Abaca
Hoe ingewikkeld dat is, ondervond Macron in februari 2024, toen Frankrijk een herdenkingsdienst organiseerde voor de 42 Franse slachtoffers van de aanvallen op 7 oktober. Het is gebruikelijk dat daarvoor het hele parlement wordt uitgenodigd, maar de familieleden van de slachtoffers en een aantal partijgenoten van Macron wilden de uiterst linkse partij La France Insoumise er niet bij hebben omdat die partij weigert Hamas als terroristisch te bestempelen. Macron boog niet. Bij aankomst werden enkele LFI-parlementsleden uitgescholden voor „collaborateur” en „antisemiet”.
Bij de herdenking van 7 oktober een paar maanden later was het Macron zelf die zich de woede van de Joodse gemeenschap op de hals haalde. In het weekend voor de herdenking pleitte hij voor een wapenembargo tegen Israël – Frankrijk zelf levert geen wapens aan Israël. Tijdens de ceremonie probeerde premier Michel Barnier het vertrouwen te herstellen. „Frankrijk zal met alle middelen blijven strijden tegen antisemitisme”, zei hij. Toch klonk er boegeroep toen de president genoemd werd.
Ondertussen veranderden de escalatie van het geweld in Gaza en de verslechtering van de regionale veiligheidssituatie het perspectief van Macron, zegt Dorothée Schmid, analist bij de Franse denktank Ifri.
Macron in april tijdens zijn bezoek aan het Egyptische El-Arish ziekenhuis. Foto Handout Egyptische overheid via Anadolu
Het keerpunt voor de president kwam in april dit jaar, na een bezoek aan het El-Arish-ziekenhuis in Egypte, op 50 kilometer afstand van Gaza. Daar zag hij Palestijnse slachtoffers van het Israëlische geweld. „We moeten toewerken naar erkenning”, beloofde de president tijdens zijn terugvlucht. Macron had al vaker op erkenning gehint, maar dit was de eerste keer dat hij het uitsprak. Duclos: „Na 7 oktober zag Macron erkenning als de enige oplossing van het conflict. De tweestatenoplossing is namelijk een manier om het Palestijnse volk te scheiden van Hamas, dat een Israëlische staat nooit zou accepteren.”
Volgens de oud-diplomaat nam Macron daarbij een technocratische houding aan. De president wilde niet ‘zomaar’ de Palestijnse staat erkennen, maar die erkenning „nuttig” maken. Hij besprak het onderwerp met andere westerse leiders en wilde Arabische landen aanmoedigen Israël te erkennen, om zo meer steun te verwerven voor de tweestatenoplossing. Hij begon bij Saoedi-Arabië. Macron had na een bezoek aan de Golfstaat in januari al met kroonprins Mohammed bin Salman afgesproken samen iets te doen voor Palestina. Bovendien leidt Saoedi-Arabië de gezamenlijke Arabische inspanningen rond de Palestijnse kwestie, legt Schmid uit. Maar al snel ontdekte Macron dat het in de huidige omstandigheden onmogelijk was om Arabische landen over te halen Israël te erkennen.
Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit, in september 2024 tijdens een ontmoeting met president Macron in New York. Foto Thaer Ghanaim/AFP
Macron veranderde zijn plan en slaagde er wel in de landen te overtuigen dat Hamas geen deel kan uitmaken van toekomstig bestuur van Palestina. Dat Abbas in een brief aan Saoedi-Arabië en Frankrijk afstand nam van de Hamas-aanvallen van 7 oktober, pleitte voor de ontwapening van de militaire beweging en beloofde het bestuur van de Autoriteit te vernieuwen, maakte de weg voor erkenning vrij.
Toen restte alleen nog de vraag: wanneer. Een door Frankrijk en Saoedi-Arabië geplande conferentie over de tweestatenoplossing in juni leek hét moment, maar die bijeenkomst ging niet door vanwege de Israëlische aanvallen op Iran. Aangemoedigd door de beelden van hongersnood in Gaza, de niet vlottende onderhandelingen over een staakt-het-vuren en de in de Knesset aangenomen motie om de Westelijke Jordaanoever te annexeren, besloot Macron zijn belofte eind juli te formaliseren. „De verandering van de Franse publieke opinie, die gevoelig is voor de humanitaire situatie in Gaza, heeft wellicht ook een rol gespeeld”, zegt Schmid. „En de wens van de president om zijn stempel op de geschiedenis te drukken, mag niet worden onderschat.”
Een week na de aankondiging werd tijdens een conferentie de zogeheten New York Declaration opgesteld. Het document, dat de tweestatenoplossing nieuw leven moet inblazen, werd eerder deze maand aangenomen door de VN. De formele erkenning van Palestina zal maandag het slotstuk van deze missie vormen.
Of Macron erin slaagt de tweestatenoplossing een stap dichterbij te brengen, blijft gissen. Netanyahu reageerde woest op de Franse aankondiging – hij noemde de erkenning een „beloning voor Hamas” en verweet Macron deze zomer „het antisemitisch vuur aan te wakkeren”.
Volgens Duclos heeft Macron wel degelijk iets bereikt. Hij vergelijkt de situatie met de Franse weerstand tegen de invasie van Irak in 2003, die hij als lid van de Franse delegatie van dichtbij meemaakte. Die weerstand weerhield de VS er destijds niet van Irak binnen te vallen, maar zowel nu als toen „slaagde de Franse diplomatie er wel in het algemene gevoel van de meerderheid van de internationale gemeenschap te kristalliseren.” Dat beschouwt Duclos als een diplomatiek succes. „Hoe dat voor Palestina uitpakt, is nog onduidelijk. Dat kunnen we pas over een paar maanden zeggen.”
Source: NRC