Home

De westerse beschaving is een gevaarlijk verzinsel, zegt hoogleraar Josephine Quinn. Waarom?

De Grieken en Romeinen vormen helemaal niet de bakermat van de westerse samenleving, volgens Josephine Quinn. Haar geschiedenis van het Westen omvat vierduizend jaar en vertelt een veel breder, en veel interessanter verhaal.

is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk.

Elk jaar zit Cambridge-hoogleraar Josephine Quinn, tot voor kort verbonden aan de Universiteit van Oxford, in haar werkkamer op de bank met de toelatingsaanvragen van eindexamenleerlingen die graag aan haar universiteit willen studeren.

En elk jaar leest Quinn vrijwel dezelfde woorden: ‘Ik wil oude geschiedenis studeren omdat Griekenland en Rome de bakermat van de westerse beschaving zijn.’

Van democratie, filosofie, literatuur, beeldhouwkunst tot theater, van alles wordt toegeschreven aan de Grieken en Romeinen. Overigens niet alleen door haar studenten.

Maar, stelt Quinn (1973), dat beeld is veel te eenzijdig en een verarming. ‘Het ware verhaal achter wat nu het Westen wordt genoemd, is groter, breder en interessanter dan dit aloude idee ons doet geloven’, zegt ze vanuit haar werkkamer in Cambridge.

In haar onlangs verschenen boek Het Westen – Een 4000-jarige geschiedenis vertelt Quinn dus een ander verhaal. Een verhaal dat niet begint in het Grieks-Romeinse Middellandse Zeegebied maar in Byblos, een havenstad aan de voet van het Libanongebergte, in het jaar 2000 v.Chr.

Ze beschrijft hoe samenlevingen in de antieke oudheid elkaar ontmoetten en inspireerden. En ze laat zien hoe de Grieken en Romeinen zelf ook kennis haalden uit andere delen van de wereld. Denk aan de wetscorpora en literatuur uit Mesopotamië, de irrigatietechnieken uit Assyrië en het alfabet uit de Levant.

Quinn: ‘De Grieken en Romeinen waren er trots op dat ze veel hadden geleerd van de Egyptenaren, de Feniciërs en de Perzen. Veel Griekse mythen gaan ook over de relatie van helden met mensen uit Egypte, Libië en sommige delen van Afrika.’

De centrale stelling in Quinns boek: er heeft nooit een zuiver westerse of Europese cultuur bestaan. Wat wij nu typische westerse waarden noemen – vrijheid, rechtvaardigheid en verdraagzaamheid – is niet van oorsprong westers, maar het resultaat van oude banden met samenlevingen in het Noorden, Oosten en Zuiden.

Kort gezegd: er bestaat geen beschaving zonder onderlinge contacten. En deze ontmoetingen zijn de basis van historische veranderingen.

Het Westen – ruim zeshonderd pagina’s (inclusief noten) – is een gedetailleerd, encyclopedisch en toch soepel geschreven boek vol nieuwe perspectieven op plaatsen, talen en volkeren. Van de oude mijnstadjes uit de bronstijd in Roemenië en de zeilschepen op de Indische Oceaan, tot plekken in de woestijn in Syrië waar mensen elkaar ontmoetten en nieuwe ideeën kregen.

Het boek werd door zowel The Guardian als The Economist, The Observer, The Sunday Times en BBC History Magazine uitgeroepen tot boek van het jaar.

Waren uw collega’s die gespecialiseerd zijn in de klassieke oudheid ook blij met de boodschap van uw boek?

Quinn lacht en zegt droog: ‘Academici zijn erg druk, maar ik weet zeker dat ze het op hun nachtkastje hebben liggen. Er waren één of twee recensies van niet-classici die zeiden: ‘Ze verraadt de discipline’, of zoiets. Maar nee, de collega’s die het hebben gelezen, waren aardig, beleefd en behulpzaam. Heel fijn, dus. Natuurlijk schrijf je niet voor je collega’s, maar je wilt ze ook niet teleurstellen.

‘Overigens zeggen niet veel classici tegenwoordig nog dat het oude Griekenland en Rome de bakermat van onze beschaving zijn, dat vind ik belangrijk om te vermelden. Maar het is nog steeds iets dat je mensen hoort zeggen.

‘Nog even terugkomend op mijn studenten en hun aanmeldingsbrieven. Ik sluit niet uit dat ze datgene hebben opgeschreven waarvan ze dachten dat ik het wilde horen. Maar het feit dat het zo hebben opgeschreven, op een officieel formulier, was voor mij een belangrijke aanzet om aan dit boek te beginnen.’

Het is nogal een periode die u beschrijft, een geschiedenis van vierduizend jaar. Wist u meteen dat het zo’n omvangrijk boek zou worden?

‘Aanvankelijk dacht ik dat het een geschiedenis van drieduizend jaar zou worden. Dat leek me net haalbaar. Totdat ik erachter kwam dat er, zelfs nog eerder dan ik dacht, zo veel interessante dingen zijn gebeurd.

‘Het zeilen was een omslagpunt: zodra mensen ontdekten hoe ze op zee konden zeilen in plaats van op rivieren, en dus verre afstanden konden afleggen, had dit direct effect. Het leidde tot langdurige, betrouwbare relaties tussen mensen die ver van elkaar af woonden. Dat moest ik beschrijven in dit boek. Zo ben ik op een geschiedenis van vierduizend jaar uitgekomen.’

In Het Westen bent u kritisch op ‘beschavingsdenken’. U stelt dat veel van onze gedeelde geschiedenis verloren is gegaan, overstemd door het concept van afzonderlijke ‘beschavingen’. Hoe kwam u hierop?

‘Ik begon aan dit boek met het idee: ik ga schrijven over de westerse beschaving, dat die niet helemaal is ontstaan zoals de meeste mensen denken. Maar terwijl ik aan het schrijven was, begon ik in te zien dat het probleem niet ‘het Westen’, maar ‘de beschaving’ is.

‘Het denken in beschavingen is een modern fenomeen. De term ‘beschaving’, als zelfstandig naamwoord, gaat maar terug tot de 18de eeuw. Het hele idee is een Europese post-renaissance-uitvinding, en onderdeel van wat ik ‘het beschavingsdenken’ noem.

‘Het is mede ontstaan als morele onderbouwing voor het West-Europese imperialisme. De Britse liberaal John Stuart Mill, die voor de Britse Oost-Indische Compagnie werkte, vond bijvoorbeeld dat beschaafde samenlevingen hun recht op soevereiniteit en vrijheid hadden verdiend, anders dan minder ontwikkelde samenlevingen. Die waren daar gewoon niet geschikt voor in zijn ogen.

‘In het beschavingsdenken is elke beschaving een afzonderlijke boom in een bos, met eigen wortels en takken, die allemaal van elkaar verschillen. Groei en verandering hebben niets te maken met verbindingen daartussen. Terwijl ik beschavingen zie als een bloemperk, waar individuele gemeenschappen en samenlevingen van elders worden bestoven. Dus via uitwisseling, communicatie en ontmoetingen.’

Wat stoort u het meest aan die manier van denken?

‘Het stelt culturele grenzen rond plaatsen die historisch vaak niet kloppen. Geschiedenis ontwikkelt zich niet van binnenuit. Verandering vindt niet van binnenuit plaats. Er zijn natuurlijk wel voorbeelden van mensen die op een dag een geweldig idee kregen, maar dat is zeldzaam. Verandering en ontwikkeling ontstaan meestal doordat mensen iets van elders bekijken en gaan uitzoeken hoe ze dat in hun eigen samenleving kunnen gebruiken.

‘Het andere verwerpelijke eraan – dat is overigens niet inherent aan het idee maar wel aan de praktijk – is dat zodra je culturele entiteiten gaat onderscheiden, je die ook kunt rangschikken. Er leven ook nu allerlei opvattingen over beschavingen en culturen die beter zouden zijn dan andere. Opvattingen als ‘The West is Best’. Denk ook aan de uiteenlopende reacties op oorlogsvluchtelingen uit Syrië en die uit Oekraïne.

‘In het dagelijks leven worden de verschillende beschavingen gerangschikt, net zoals dat bij rassen is gedaan. Dat idee ontstond in dezelfde periode: als er aparte biologische groepen bestaan, kunnen die ook worden gescheiden en gerangschikt.

‘Terwijl de genetische wetenschap inmiddels heeft bewezen dat biologische rassen niet bestaan. Iedereen is verwant aan iedereen. Waar je de grenzen trekt tussen genetische groepen mensen is een puur politieke beslissing. Mensen zijn nauwer aan elkaar verwant dan de wereldpopulatie chimpansees aan elkaar verwant is. Als mensen in dierentuinen zouden leven, zouden we op zoek moeten naar fokprogramma’s van buitenaf.

‘Bij een vak als biologie kun je zeggen: kijk, deze wetenschappelijke argumenten tonen aan dat het 19de-eeuwse model over rassen onjuist is. Dat kun je niet precies zo doen met cultuur, maar ik kan als historicus wel laten zien wat er mis is met dit beschavingsmodel.’

Wat is het verschil tussen cultuur en beschaving?

‘Wanneer ik mensen over dit boek sprak, merkte ik dat iedereen in de war raakte als ik het over culturen en beschavingen had.

‘Het moeilijke is dat elke Europese taal een ander onderscheid maakt, als ze dat al maken. Voor de duidelijkheid probeer ik de term ‘culturen’ niet te gebruiken. Veel van wat mensen over culturen zeggen is ook van toepassing op beschavingen. En andersom.

‘Wat je in elke historische periode aantreft, zijn een heleboel lokale samenlevingen. Je zou ze culturen kunnen noemen die met elkaar omgaan, meer of minder van elkaar verschillen en soms van elkaar leren, maar er is bijna altijd sprake van een wisselwerking.’

Nog even terug naar het aloude verhaal van Griekenland en Rome als bakermat van de westerse samenleving. Dat verhaal zorgt toch ook voor broederschap, voor verbondenheid, zeker op een continent als Europa, dat zo getekend is door oorlogen?

‘Er is een oorlog gaande in Europa, en een verschrikkelijk bloedbad in Gaza. Een groot deel van de rechtvaardiging voor dat bloedbad is het idee van de westerse beschaving; dat is een term die Netanyahu vaak gebruikt. Het gaat dan om het idee dat het leven van westerlingen meer waard is dan dat van anderen, dat we niet-westerlingen anders mogen behandelen. Ik denk dat dit gevoel van broederschap extreem schadelijk kan zijn in tijden van oorlog.’

Ik moest bij het lezen ook denken aan de Brexit.

‘Dit is mijn anti-Brexit-boek. Ik ben Iers, maar ik heb mijn hele leven in Groot-Brittannië gewoond. Ik was kapot van de Brexit. Dit boek heb ik geschreven om te laten zien waarom de Brexit verkeerd is. Dat het juist allemaal om connecties draait. Niemand is een eiland, dat werkt niet. We hebben Europa en andere delen van de wereld nodig. En daar gaat dit boek over.

‘Denken in termen van Groot-Brittannië, de Britse beschaving of de Engelse beschaving zal nooit werken. We moeten elke kans grijpen om verbindingen met anderen te leggen, in plaats van ze af te wijzen.’

In uw laatste hoofdstuk stelt u dat het tijd is om onze gedeelde wereld anders te organiseren. Waar moeten we beginnen?

‘Het eenvoudigste is om gewoon te stoppen met praten over beschavingen. Als je stopt met het gebruiken van een voor de hand liggende categorie, dwingt dat je om beter na te denken. Je moet je afvragen: wat bedoel ik hier eigenlijk? Bedoel ik een taalgroep? Bedoel ik mensen met gedeelde politieke belangen? Je moet steeds een extra denkfase inbouwen. Dat kan iedereen doen.’

Lachend: ‘Je kunt je voorstellen dat ik erg irritant ben voor mijn vrienden en familie. Ik ben hen constant aan het verbeteren en vraag steeds: wat bedoel je nou precies?’

De aanpak in uw boek doet denken aan die van Yuval Noah Harari, en die van David Graeber en David Wengrow. Is het een trend om dit soort grote geschiedenisboeken te schrijven?

‘David Graeber en David Wengrow zijn inspiratiebronnen voor mij. Ik denk dat er veel interesse voor grote geschiedenisverhalen is omdat mensen willen begrijpen wat er nu allemaal speelt. Ik heb ooit een geweldige uitspraak gehoord: iedereen die een boek koopt, hoopt eigenlijk een zelfhulpboek te kopen. Ik denk dat dit waar is.

‘Tijdens mijn onderzoek viel het me op dat niet veel van dit soort geschiedenisboeken door vrouwen zijn geschreven. Er zijn wel vrouwen die prachtige geschiedenisboeken schrijven voor een breed publiek, zoals mijn geweldige Cambridge-collega Mary Beard. Maar die gaan vaak over een specifiek onderwerp, dat ze dan uitdiepen. Ik ben benieuwd waarom niet meer vrouwen boeken met een grotere reikwijdte schrijven.’

Wat is uw verklaring?

‘Ik vind het moeilijk te zeggen, want ik heb zelf geen enkele weerstand ondervonden. Dus ik weet het eigenlijk niet. Misschien is het een cultureel dingetje.

‘Ik denk niet dat vrouwen minder durven dan mannen. Wel denk ik dat vrouwen over het algemeen vaker leren voorzichtig te zijn. Maar het is onmogelijk om geen fouten te maken als je volledig buiten de gebaande paden treedt.

‘Als academici hebben we een beperkte reikwijdte met onze echte expertise. Zodra je daar voorbijgaat, zul je fouten maken en ben je afhankelijk van vrienden, redacteuren, vertalers die je daar hopelijk zo snel mogelijk op wijzen.

‘Misschien voelt het voor vrouwen natuurlijker om dingen te doen die ze zelf kunnen controleren, want over het algemeen hebben vrouwen meer last van hun fouten dan mannen. Vooral op internet zijn er nog verrassend veel mensen die liever vijftig jaar geleden zouden leven, met minder vrouwen op de werkvloer. Als ze een foutje ontdekken, is dat voor hen een bewijs dat vrouwen daar niet zouden moeten zijn. Terwijl fouten bij mannen vaker worden toegeschreven aan iets als: hij had gewoon een slechte dag. Ik denk dat dit een goede, rationele reden is voor vrouwen om het gebied waarover ze schrijven te beperken.’

Waarom geldt dat dan niet voor u?

‘Ik heb geluk gehad. Na mijn studie aan Oxford heb ik mijn doctoraat gehaald in de Verenigde Staten. Ik studeerde aan de Universiteit van Californië in Berkeley en daar hadden ze een fantastisch programma over het Middellandse Zeegebied en West-Azië in de oudheid.

‘Het besloeg niet de hele wereld, maar het was heel breed. Dat was in die tijd ongebruikelijk. Dus toen ik nog jong en beïnvloedbaar was, kreeg ik een breder scala aan talen onder de knie en leerde ik over meer antieke plaatsen dan wanneer ik in Groot-Brittannië was gebleven. Ik denk dat dit me heeft geholpen. Het heeft me door de jaren heen altijd het zelfvertrouwen gegeven om buiten mijn comfortzone te treden en niet bang te zijn om fouten te maken.’

U bent de eerste vrouwelijke hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge. Voelt dat bijzonder?

‘Eerst wel, totdat iemand me erop wees dat de eerste vrouw zijn meer zegt over de instelling dan over de vrouw zelf, haha. Ik ben van Oxford naar Cambridge gegaan, en aan beide universiteiten zijn de afgelopen tijd veel nieuwe jonge mensen aangenomen. Dit is de volgende generatie slimme wetenschappers, en het is goed om te zien dat daar ook veel vrouwen bij zitten. Het is alsof ik naar een nieuwe wereld kijk, en ik ben blij met hoe die eruitziet.’

In uw nawoord bedankt u Sally Rooney. Is dat de bekende Ierse schrijver Sally Rooney?

‘Ja, in 2019 en 2020 hebben we, met nog zo’n vijftien anderen, samen een fellowshipprogramma in New York gevolgd. We gingen elke dag samen naar het werk, schreven in onze kantoortjes en aten samen onze broodjes. Het was een fantastische ervaring.

‘Zij praatte mee over mijn project en was enorm behulpzaam, net als eigenlijk iedereen. Sally werkte toen aan Beautiful World, Where Are You (vertaald als Prachtige wereld, waar ben je, red.) en ik schreef dit boek. Maar ik wil dit niet over één beroemdheid laten gaan. Ik bedank een lange lijst met geweldige mensen, onder wie Sally. Iedereen hielp elkaar. Door covid moesten we eerder vertrekken, maar we waren hecht geworden.’

Uiteindelijk heeft u een groot deel van het boek thuis in Oxford geschreven, in gesprek met uw kat Ptolemy, schrijft u.

‘Toen de lockdown begon, moest ik New York verlaten. Terug in Oxford zat ik ongeveer achttien maanden thuis, net als veel andere mensen. Mijn kleine zolder had ik tot studeerkamer omgebouwd. En onze kat Ptolemy hield mij gezelschap bij het schrijven. Hij leeft nog steeds, maar woont nu bij mijn schoonmoeder. Hij wilde niet mee naar Cambridge verhuizen. Het is een behoorlijk oude kat, vastgeroest in zijn gewoonten. Mijn schoonmoeder heeft vloerverwarming. Ja, daar kon ik niet tegenop.’

CV Josephine Quinn

1973 Geboren op 10 september.
1996 Bachelor klassieke talen aan Wadham College in Oxford.
1998 Master in oude geschiedenis en mediterrane archeologie aan de Universiteit van Californië in Berkeley, gevolgd door een doctoraat (2003).
2004-2024 Docent aan de klassiekenfaculteit in Oxford, met een fellowship aan Worcester College.
2018 Boek: In Search of the Phoenicians (Princeton University Press).
2025 Hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Cambridge. Ze is tevens fellow aan St. John’s College.

Quinn schrijft regelmatig voor de London Review of Books en The New York Review of Books.

Josephine Quinn: Het Westen – Een 4000-jarige geschiedenis. Uit het Engels vertaald door Brenda Mudde en Maarten van der Werf. Thomas Rap; 624 pagina’s; € 44,99.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next