Lezersbrieven U schreef ons veel deze week: over afwezigheid van Charlie Kirk in de krant, over de Bob Vylan-ophef én over de Zeeman-diamant.
‘PVV-stemmers zijn dom.’ Het is een oordeel dat je vaak hoort, in cafés, op borrels, online. En het is een oordeel dat vooral iets verraadt over degene die het uitspreekt. Want wie de ander dom noemt, verklaart zichzelf slim. Klaar. Einde gesprek.
Maar domheid is niet het monopolie van de PVV-kiezer. Domheid is menselijk. Ze zit in de zelfgenoegzame progressieveling die denkt dat de feiten vanzelf spreken. Ze zit in de bestuurder die niet luistert. En ze zit in iedereen die weigert zijn eigen blinde vlekken onder ogen te zien.
Matthijs van Boxsel schreef ooit dat domheid geen gebrek is, maar een kracht die telkens nieuwe vormen aanneemt. En Bas Heijne wijst er steeds op: populisme groeit uit gevoelens van onzichtbaarheid en wantrouwen. Mensen stemmen niet op Wilders omdat ze collectief hun verstand hebben verloren, maar omdat ze zich in de steek gelaten voelen.
Wie dat wegwuift als domheid, bevestigt precies waar die woede uit voortkomt: niet gezien worden, niet serieus genomen worden. Het is makkelijker om te lachen om ‘de domheid van de ander’ dan om jezelf de vraag te stellen: wat heb ík gemist?
De echte domheid zit dus niet in het stemhokje van de PVV-kiezer, maar in onze hardnekkige weigering om te begrijpen waar die stem vandaan komt.
Wilbert Linders Helmond
Op de avond dat Charlie Kirk vermoord werd, waren mijn kinderen (15-18 jaar) in alle staten. Het betrof een voor hen zeer bekende socialemediapersoonlijkheid met extreme, hen niet welgevallige, denkbeelden. De volgende dag op kantoor: stemgerechtigde, jonge stagiaires wisten ook meteen over wie dit ging, maar wie Dilan Yesilgöz is, wisten ze niet. Een steekproef in mijn omgeving: mensen van 40-plus wisten niet wie Kirk was, mensen van 25-min wel.
Ik lees na zijn dood dat Kirk een belangrijke invloed heeft gehad op de verkiezing van Trump en onder jonge mensen, vooral mannen, een grote schare volgers heeft. Ik begrijp dat ook wie hem niet volgt, via algoritmes zijn filmpjes regelmatig aangeboden krijgt.
Ik dacht dat ik misschien niet had opgelet bij het lezen van de krant, maar dat blijkt mee te vallen. In het archief van NRC komt ‘Charlie Kirk’ tussen juli 2021 en mei 2025 niet voor. Nu spant NRC zich meer in voor informatievoorziening ten behoeve van meningsvorming (belangrijk, zoals Tom-Jan Meeus terecht betoogt).
Verslag doen van meningsuiting (kenmerkend voor Kirk) is niet altijd nieuwswaardig, dus misschien is het logisch. Tegelijkertijd stel ik wel vast dat kennelijk een grote schare jonge mensen zijn mening vormt op basis van scherpe meningen die online worden geuit en door algoritmes worden gepusht. Deze ontwikkeling op zich, en het gegeven dat jongeren kennelijk zo weinig informatie vergaren in de traditionele media, heeft nieuwswaarde op zichzelf en verdient diepgravend onderzoek.
Ik wil niet dat ik pas over figuren als Charlie Kirk en hun online betekenis in NRC lees nádat zij zijn gedood. Liever ben ik eerder op de hoogte, zodat ik in gesprekken met mijn kinderen en stagiaires op kantoor kan aansluiten bij hun belevingswereld en wat zij in de onlinewereld voorgeschoteld krijgen. Dit klemt te meer daar ik om mij heen veel hoor en lees: iemand doodschieten om zijn mening mag niet, maar… (en dan iets over de expliciete inhoud van zijn mening).
Dit gesprek moeten we bijsturen, op twee manieren. Het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting is één route. Zorgen dat jonge mensen feiten en een brede informatievergaring weer gaan waarderen en op basis daarvan tegenspraak kunnen bieden, is de minstens even belangrijke tweede route. Heeft NRC daar een antwoord op?
Caren Schipperus Wijchen
In een land waar een overduidelijke genocide regelmatig wordt bestempeld als een conflict, en een ieder die zich hierover uitspreekt als antisemiet wordt bestempeld, was ik heel erg blij met de positieve recensie van Hester Carvalho over het concert van Bob Vylan (14/9).
Het activistische punk-duo mag dan harde woorden gebruiken, maar je kunt je afvragen of dat zo gek is na alle mensenrechtenschendingen door het Israëlische leger. Dat Carvalho zich op een positieve manier uitspreekt over een dergelijke avond, verspreidt de sterke boodschap over het ‘staan met Palestina’ naar een groter publiek, en als we verandering willen zien, is dat hard nodig.
De relevantie van de column Marcel van Roosmalen (15/9) over de bovengenoemde recensie vond ik daarentegen ver te zoeken. Het lijkt alsof Van Roosmalen al zijn energie heeft gestoken in het kleineren van Hester Carvalho en mij is nog steeds niet duidelijk waarom. Wat ik wel weet, is dat de denigrerende toon onnodig is en erg lelijk staat wanneer je een dergelijk platform hebt. Ik schrok met name van de seksistische uitspraak „een dwars meisje van 62”. We hebben het over een volwassen vrouw, die laat zien open te staan voor nieuwe perspectieven van jong en oud.
Ik wens dat we platforms bieden aan mensen die hun best doen om meer liefde te verspreiden in een wereld vol leed. Mensen die positiviteit verspreiden, zich uitspreken tegen onrecht en anderen moed geven om door te gaan. Zullen we daar met z’n allen naar streven?
Ottla Lange Amsterdam
Wat een ongelofelijk drama met die Groningse burgemeester en wat een fantastisch onderzoekswerk (10/9). Wat me opvalt in dit verhaal, is de druk op het vertrouwen in mensen met hoge publieke functies. En hoe makkelijk ze vallen van hun wankele voetstuk.
Logisch, als je voor zulke functies onfeilbaar zou moeten zijn. Wordt het niet tijd om te stoppen met dat naar boven staren?
Ik bedoel niet dat mensen in hoge functies hun werk, op hun terrein, niet goed moeten doen. Maar: elk mens heeft z’n even belangrijke bijdrage in het geheel dat we zijn. En een even grote verantwoordelijkheid.
Namelijk voor de plek op aarde, die alleen die mens zelf kan beschermen en zin kan geven.
Een rechter, burgemeester, of commissaris een voorbeeldfunctie? Natuurlijk, maar laat ze in hemelsnaam een voorbeeldfunctie hebben als onvolmaakte mensen, die eerlijk uitleggen dat ze miskleunen en waardoor. En dat ze bang zijn om fouten te maken. Dat ze, net als wij allemaal, zoeken in hoe ze verantwoordelijkheid dragen. Dat we in de kramp schieten van alleen al de suggestie van masturbatie. Dat homoseksualiteit nog steeds stress oplevert in zo veel hoofden.
Maar ook dat de schijn van egalitarisme in Nederland vaak inhoudt dat je focust naar boven en je vastbijt in kritiek op autoriteit. Uit onmacht over betekenisgeving vanuit je eigen plek.
Dat je open bent over hoe moeilijk dat vaak is. Gewoon heel nabij, eerlijk en betrouwbaar zijn. Dat is echt voor iedereen een zoektocht. Dat je naar binnen en naar buiten respect praktiseert en wie weet zelfs nieuwsgierigheid. Naar anderen, met welke functie dan ook.
Rachel Cornelissen Nijmegen
Het artikel over Koen Schuiling is een groot verhaal over iets heel kleins. Wat er ook gebeurd is, ik verbaas me er over hoeveel kostbare tijd er door overheidsambtenaren, politieambtenaren, openbaar ministerie en andere bestuurders, gewoon verspild wordt. Dat dit kan, is tekenend voor de inefficiëntie van deze organisaties. Er zijn natuurlijk wel serieuzere zaken aan te pakken.
Piet Lucassen Leende
Sinds Zeeman begin september een lab-grown diamant voor 29,99 euro verkoopt, is hierover veel te doen. Juweliers en diamantairs buitelen over elkaar heen om zich negatief uit te laten over dit initiatief. Een vergelijking met imitatie-merkartikelen wordt gemaakt, en het wordt een nep-diamant genoemd.
Maar is hier geen sprake van pure jaloezie? Een lab-grown diamant is chemisch, fysisch en optisch identiek aan een natuurlijke diamant.
Zeeman is transparant over de herkomst, en een certificaat met gewicht, slijpvorm, kleur en zuiverheid wordt meegeleverd. Juweliers verkopen al jaren lab-grown diamanten, benadrukken daarbij dat het niet gaat om imitatie, en prijzen deze aan als alternatief voor natuurlijke diamanten. Waarom dan nu opeens zoveel kritiek op déze lab-grown diamant? Omdat die door Zeeman wordt verkocht en betaalbaar is?
Zoals bij elke lab-grown diamant kunnen vraagtekens worden gezet bij de duurzaamheid van het fabricageproces. Maar er is in elk geval geen sprake van een ‘bloeddiamant’, gedolven in conflictgebieden, en de opbrengsten worden niet gebruikt om oorlogen en geweld te financieren. Daar horen we de juweliers en diamantairs dan weer niet over.
Anita van Lieshout Breda
In aanvulling op het betoog van Bas Heijne (De wijze lessen van Perikles voor onze haperende democratie, 12/9) wil ik opmerken dat de Atheense democratie veel minder „dicht bij ons staat” dan Heijne meent.
In Athene was er sprake van een directe democratie van de mannelijke burgers van een niet heel omvangrijke en niet heel complexe gemeenschap. Bij ons gaat het om representatieve democratieën van uiterst complexe samenlevingen in omvangrijke natiestaten. De Atheense democratie was geworteld in de imperialistische en hegemoniale strategie van Athene, die niet alleen genoeg inkomsten genereerde voor culturele bloei, maar ook voor het onderhoud van de oorlogsvloot waarvan de schepen werden geroeid door de armere mannelijke burgers, die daarvoor werden beloond met geld en inspraak.
De door Heijne beschreven ‘grafrede’ van Perikles gaat dan ook niet alleen over de voordelen van de democratie, maar vooral ook over de voordelen van de Atheense macht. De Atheense democratie was uiterst exclusief, want vrouwen, slaven en metoiken (buitenlandse inwoners van de stad, meestal andere Grieken) mochten niet meepraten over politiek, zoals Heijne terecht opmerkt, zonder daarbij te vermelden dat dus veel meer dan tweederde van de inwoners was buitengesloten.
Bovendien was de Atheense democratie volstrekt niet verbonden met morele waarden als vrijheid, gelijkheid, broederschap, laat staan met universele mensenrechten. Maar het was een originele politieke oplossing voor een gemeenschap die in een vrijwel permanente staat van oorlog verkeerde.
Bastiaan Bommeljé Utrecht
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC