Door de opkomst van moderne navigatietechnologie leek de vuurtoren afgedankt, maar zijn aantrekkingskracht heeft-ie altijd behouden, zag fotograaf Loek Buter.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Vuurtorens spreken tot de verbeelding. Wie kent niet dat gevoel, al dan niet als jeugdherinnering: de auto vol, de rit eindeloos, maar dan: in de verte gloort de beloning wanneer de vuurtoren opdoemt, haaks op de horizon. Duinen, zee, vakantie. Die (meestal) rode gestalte tegen de blauwe zomerlucht is een baken van het volkomen vakantiegevoel.
Toen schrijver en illustrator Annet Schaap in 2014 over Lake Michigan voer en in de verte op een schiereiland een vuurtoren zag met een huisje ernaast, ging bij haar een lampje branden. ‘Op dat moment leek het alsof ik in mijn hoofd een stem hoorde die zei: Annet, maak even een foto van die vuurtoren, want daar ga je een boek over schrijven’, schrijft ze op haar website. Zo ging het inderdaad: drie jaar later rondde ze haar kinderboek Lampje af, een bestseller over de dochter van een vuurtorenwachter.
Maar tijden veranderen: van de ruim vijftig vuurtorens in Nederland zijn er nog maar vijftien actief. Waren vuurtorens van oudsher leestekens van het landschap voor de scheepvaart, met de komst van gps en andere navigatie-apparatuur hadden schippers geen herkenning meer nodig om op te navigeren. De inactieve vuurtorens worden nu vooral beheerd als cultuurhistorisch erfgoed, soms als museum.
O, ironie: juist nu klinkt de roep weer om de torens niet verloren te laten gaan. In de huidige ongewisse wereldpolitiek, waar oorlogszuchtigen van de ene op de andere dag op ramkoers kunnen liggen, kunnen systemen zomaar uitvallen door bijvoorbeeld sabotage. De ouderwetse vuurtoren is dan de enige back-up voor de scheepvaart.
Het verstoren van gps-signalen zoals deze zomer het incident met het vliegtuig van EU-voorzitter Ursula von der Leyen boven Bulgarije, vermoedelijk door Rusland uitgevoerd, ontstak ook bij fotograaf Loek Buter het vuur. Meermaals was de landschapsfotograaf vuurtorens tegen het lijf gelopen, nu realiseerde hij zich des te meer hoe bijzonder het cultuurfenomeen is. Er zijn nog altijd schippers die ze gebruiken, weet Buter. Sommige verkeren in slechte staat van onderhoud, sinds Rijkswaterstaat niet-actieve torens heeft afgestoten. Tegelijk zag Buter overdag steevast drommen bezoekers, gedreven door de romantische aantrekkingskracht van de vuurtoren.
Een fotoserie was geboren. Daarin legde Buter uit liefde en fascinatie de vuurtorens vast van Texel, Urk en Vuurtoreneiland (bij Durgerdam), en hun bewoners of beheerders. ‘Bij toeval liggen ze alle drie in de linie waarop vroeger schepen van de Noordzee naar Amsterdam voeren’, zegt Buter. De Waddenzee en de Zuiderzee waren vroeger verraderlijke stukken voor het scheepsverkeer, weet hij. ‘Het was niet mijn opzet, maar die reeks is onbedoeld zo ontstaan’.
Ook dat moet de mysterieuze aantrekkingskracht van de vuurtoren zijn.
Het is in de genen gaan zitten, beaamt Renze Bakker (53). Zijn oudoom was de eerste wachter van de vuurtoren van Urk, een bouwwerk uit 1844. Sindsdien is ‘deze tak van sport’ in de familie gebleven. Via zijn opa en zijn vader, die beiden de toren beheerden, kocht zoon Renze op zeker moment de wachterswoning die bij de toren hoorde. ‘Ik ben er opgegroeid, dus dan heb je wat met zo’n gebouw’, zegt hij. De plek vindt hij nog steeds romantisch: ‘Elke keer wanneer ik uit het raam kijk, zie ik een ander schilderij. Je kijkt hier op Enkhuizen, Lelystad, de Ketelbrug, Gaasterland, onder steeds andere luchten. Een geweldig schouwspel.’
De toren is niet meer officieel in gebruik, Bakker en zijn vrouw leiden er nu bezoekers in rond. Van de opbrengst onderhouden ze de toren. Die volgens hem nog altijd de scheepvaart dient: ‘Ondanks gps-apparatuur is een vuurtoren nog altijd een referentiepunt. In de auto plak je je ramen ook niet dicht omdat je de TomTom hebt aanstaan.’
Vandaar dat de toren van Urk op ‘Flash 5’ staat, wat betekent dat hij elke vijf seconden een flits afgeeft, het unieke signaal voor Urk.
Ook houdt Bakker de recreatievaart nog in het oog. ‘Er is hier voor Urk een gevaarlijk ondiepe plek in het water. Daar lopen recreatieve vaarders nog wel eens op vast. Als we iemand daarop aan zien koersen, proberen we met een misthoorn te waarschuwen, zodat de vakantie niet in het water valt’.
Bakker blijft dit werk tot zijn dood doen, weet hij. Om de schoonheid, en de cultuur. Een vuurtoren is iets speciaals, zegt de geboren Urker. ‘Zoals een kerk het centrum van een dorp is – of wás, moet ik eigenlijk zeggen – zo is de vuurtoren het centrum van een aan zee gelegen plek. Het symboliseert voor mij ook een definitief houvast. Als al het andere uitvalt, blijft zo’n vuurtoren een vast baken. Daarmee symboliseert-ie voor mij ook iets goddelijks: ook als alles wegvalt, is er nog houvast. Het goddelijke. Daar kom je vandaan en daar keer je naar terug.’
Ze hebben het geprobeerd, Brian Boswijk en zijn gezin. Na meer dan tien jaar wonen op het Vuurtoreneiland in het Markermeer slokte het horecabedrijf dat ze daar bestieren te veel aandacht op. Durgerdam werd de nieuwe woonplaats. Maar die steenworp afstand bleek toch een brug te ver: na de zomervakantie gaan ze weer op het eiland wonen. Bij hun toren. De laatste vuurtorenwachter – een telg uit de familie Engel, die de functie 175 jaar lang vervulde – verliet in 2003 het eiland. Rijkswaterstaat doofde toen het licht, de toren was niet meer nodig. Staatsbosbeheer, eigenaar van het eiland, kreeg het beheer van het natuur- en cultuurgoed financieel niet rond. Boswijk en zijn vrouw wonnen een competitie voor ondernemers met een plan met respect voor natuur en de toren. Hun succesvolle onderneming bestaat uit een zomerrestaurant en, in het fort, een winterrestaurant. Een boot haalt en brengt gasten vanaf Amsterdam en je kunt op het eiland ook overnachten.
Boswijk onderhoudt de vuurtoren, een rijksmonument, en ‘draait er soms een nieuw lampje in’. Niet alleen vanwege de verplichting, maar uit romantiek: ‘Ik hou van zeilen en natuur. Daar horen vuurtorens bij.’
De vuurtoren brandt altijd, maar het is zogeheten ‘facultatief licht’: ‘We staan als vuurtoren aangegeven op de kaart, maar schippers weten dat het niet altijd hoeft te werken.’
Maar geen licht is zijn eer te na, zegt Boswijk: ‘Dit ligt op de as Lemmer-Amsterdam, een van de drukst bevaren binnenvaartroutes. Er is hier een enorme versmalling, dus kan het druk zijn. Logisch om zo’n put te verlichten. Niet dat we scheepsrampen hebben voorkomen, maar de lokale zeilvereniging is er hartstikke blij mee’.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant