Home

Wereldprimeur op vernieuwd vocalistenconcours in Den Bosch: ‘We bieden een speelveld zonder regels’

Vocalistenconcours Niet alleen maar bij de vleugel staan en zingen, maar een theatrale performance van drie kwartier. Onder de noemer ‘Theatre in Song’ slaat de prestigieuze International Vocal Competition dit jaar een nieuwe weg in: een klassieke liedwedstrijd waarin theater een centrale rol krijgt.

„Wanneer ik zelf een liedrecital geef, kan ik ook maar moeilijk stil blijven staan”, vertelt de Britse countertenor Andrew Watts, via een videoverbinding vanuit zijn woning in Londen. „Ik wil altijd iets van mijn eigen persoonlijkheid meegeven, in plaats van zo’n stijve tweedimensionale, bijna steriele voordracht.”

Watts is artistiek directeur van de International Vocal Competition (IVC) in Den Bosch, een toonaangevende wedstrijd voor jonge zangers uit binnen- en buitenland. Het concours wordt sinds 1954 in twee afwisselende vormen gehouden: de opera-oratorium-editie, en de versie voor liedduo’s.

Met name die laatste heeft te lijden onder een wat stoffig imago en lagere kaartverkoop. Het is een beeld dat ook concertprogrammeurs herkennen: het klassieke liedrecital – een enkele zanger, statisch voor de vleugel – trekt steeds moeilijker publiek.

Nieuwe stimuli

„Als publiek hebben we nieuwe stimuli nodig”, ziet Watts. „De liedtraditie is prachtig, maar ik denk dat we iets kunnen toevoegen aan het vaste model van parking and barking – jezelf neerplanten en een mooi geluid maken. Ons concours zoekt artiesten die echt iets van zichzelf willen laten zien.”

Dit jaar heeft het IVC daarom een primeur: onder de noemer ‘Theatre in song’ krijgt de lied-editie een geheel nieuwe vorm. Deelnemers brengen een theatrale productie op de planken, waarin behalve muziek ook licht, gesproken woord, en een zorgvuldig uitgewerkte dramaturgie een plaats krijgen. Het IVC is het allereerste concours wereldwijd dat uitgaat van een dergelijk model.

Animo is er volop: meer dan zeventig duo’s – zangers en begeleiders – meldden zich de afgelopen maanden aan. Daaruit werden elf finalistenparen geselecteerd die zich op 27 en 28 september mogen presenteren in het Theater aan de Parade in Den Bosch, met een thematisch liedprogramma naar eigen invulling.

„Er is niet één programma bij dat niet slim in elkaar zit”, vindt Watts. „Een gaat bijvoorbeeld over de worsteling met alle verschillende petten die je op hebt als mens, en hoe je daarmee in de wereld past. Dat was voor mij een heel herkenbaar thema, ik denk dat zoiets ook bij het publiek veel teweeg kan brengen.

„Veel zangers hebben allerlei talenten die ze vaak niet op het podium kwijt kunnen”, vervolgt Watts. „Wij bieden ze een speelveld zonder regels. Het heeft iets heel aantrekkelijks om die creativiteit bij zangers te kunnen bevrijden. Om ze zich te laten uitdrukken op hun eigen manier.”

Uitgangspunt

Elke finalist brengt een optreden van drie kwartier, opgebouwd uit zelfgekozen liederen, naast een verplicht opdrachtwerk van componist Karmit Fadael.

De klassieke, onversterkte zangstem blijft daarbij het uitgangspunt: „Vocaal gezien is het niveau even hoog als altijd. Alle finalisten zouden zich ook uitstekend staande houden in een traditionele liedcompetitie, maar met dit soort gecureerde verhaallijnen kunnen we het genre hopelijk interessanter maken, zowel voor het publiek als voor de artiesten zelf.”

Er gaan nog meer conventies op de schop, want ook de piano als vast instrument is niet langer verplicht. Zo laat een van de zangers zich ondersteunen door een zitherist; bij een ander bespeelt de begeleider naast piano ook viool en ukelele. Hoewel de meeste finalisten nog samenwerken met pianisten, krijgen ook deze op het concours een theatrale rol; sommigen zingen zelfs mee.

„Theater kan uitbundig zijn, maar ook heel cerebraal. Less is more, vind ik vaak. Een vereiste is dat de programma’s draagbaar zijn. Geen showtrappen of ingewikkelde toestanden – je moet het in een kofferbak kunnen meenemen.”

Watts hoopt dat het concours de deuren naar andere theaters kan openen. „Veel van de grote internationale muziekcompetities beloven veel, maar leveren weinig. Met alleen een geldprijs schiet je niet veel op. Die gaat op aan de huur, het avondeten of het afbetalen van een studieschuld. Nee, wij willen artiesten juist kansen bieden om zichzelf op diverse podia te presenteren.

Comfortzone

„We werken daarom samen met juryleden en partners die zelf zulke podia hebben, zoals het O. Festival, Wonderfeel, het Internationaal Liedfestival Zeist, en we kunnen zelfs naar Musica Viva in Australië. We willen de optredens dus ook buiten de context van het concours kunnen plaatsen. En dat hoeft niet per se de winnaar te zijn. Ik ben er echt van overtuigd dat elk van deze elf optredens op allerlei plekken in de wereld iets te brengen heeft.

„Een van de programma’s gaat over de menstruatiecyclus. Dat doet in de concertzaal misschien de wenkbrauwen fronsen, maar ik sprak onlangs met de organisator van een verpleegkundigencongres. Die zag zo’n performance daar wel zitten.”

Klassieke muziek uit zijn comfortzone te halen, vat Watts de missie samen. „We moeten muziek naar het publiek toe brengen, in plaats van altijd maar te verwachten dat iedereen naar óns komt.”

Twee Nederlandse finalisten over hun deelname aan Theatre in SongRoza Herwig, mezzosopraan (28) brengt met Julius Backer, pianist (22) het programma Crazy he calls me.

Mezzosopraan Roza Herwig.

Pianist Julius Backer.

„Een lied is voor mij een kleurenwereld op zich, een hele opera in een paar minuten. Naast zangeres ben ik theatermaker, dus ik was meteen enthousiast over deze nieuwe competitie. Het voelt als een vorm die ook goed bij ons duo past, want Julius en ik zijn in liedrecitals al langer bezig met monologen, dialogen en beweging op het podium.

„Er zijn al zo veel zangwedstrijden die puur over muziek gaan, maar dit is een competitie waarin ik de ruimte voel om echt een verhaal te vertellen, en waarin je volledig jezelf kunt zijn. Niet dat onze voorstelling over onszelf gaat – ik vind het leuk om helemaal in een ander personage te kruipen.

„In onze voorstelling portretteer ik een sterke vrouw die worstelt met haar gevoelens, hunkerend naar contact met haar ex-geliefde. De centrale vraag is hoe je liefde en verbinding kunt zoeken in deze individualistische tijd. Julius speelt een belangrijke rol in het verhaal; hij is heel theatraal ingesteld en vindt het leuk om – naast piano – ook met de tekst te spelen.

„De muziek sluit aan op de emoties en gebeurtenissen in het verhaal. Het is een programma waarin ik verschillende kanten van mijn stem gebruik, van Rossini, Debussy en Hildegard von Bingen tot Kurt Weill, George Gershwin en Luciano Berio. Mijn broer Joshua Herwig is componist en heeft een nieuw stuk geschreven als raamwerk, geïnspireerd op het lied ‘Crazy he calls me’, bekend van Billie Holiday.

„Wat mij betreft is het optreden geslaagd als het ons lukt om de zaal er volledig in mee te nemen; als ze vergeten dat ze naar een competitie zitten te kijken.”

Gerben van der Werf, countertenor (31) brengt met Pieter Bogaert, pianist (32) het programma A Farewell to Arms.

Countertenor Gerben van der Werf

Pianist Pieter Bogaert.

„Onze voorstelling is geïnspireerd op het boek A Farewell to Arms van Ernest Hemingway, dat zich afspeelt in de Eerste Wereldoorlog. Het onderwerp kan me enorm aanvliegen, zeker in deze tijd met oorlog op ons eigen continent. De kracht van zo’n boek is dat elke generatie er weer iets uit kan halen. Hetzelfde geldt voor klassieke muziek; een kunstvorm die steeds weer opnieuw betekenis krijgt.

„Ik zing bijvoorbeeld de gelijknamige liedcyclus – Farewell to arms – van Gerald Finzi. Dat is een twintigste-eeuwse zetting van een oude Elizabethaanse tekst. Ver weg dus, maar de muziek brengt de woorden juist heel dichtbij.

„We volgen in de voorstelling de vijf episodes uit het boek van Hemingway, bijvoorbeeld met liederen van Gustav Mahler, die erg bang was voor oorlog. Die angst herken ik, hoewel ik misschien niet zo zwaarmoedig ben als hij. Verder klinkt er onder meer Schubert en Schumann, en we spelen een kroegenlied van Purcell op een scabreuze tekst, dat maakt het net wat lichter.

„In de voorstelling worden ook teksten voorgedragen door Pieter, de pianist. Hij is in onze mise-en-scène een belangrijk figuur. Het is niet zo dat alleen ík als zanger iets doormaak – het is de ontdekking van een verhaal door Pieter, die mij daarin tot leven wekt.

„De voorbereiding voor dit concours voelt als een creatieve bevrijding: we mogen met ons eigen programma aan de slag om echt iets origineels en authentieks te presenteren aan het publiek. Doordat we in de finale staan, voelen we ons al winnaars. Dat klinkt heel cliché, sorry, maar alles wat we nu aan het maken zijn, doen we óók echt voor onszelf. We hebben straks een mooi programma klaarliggen dat we ook op andere plekken kunnen aanbieden.”

De finale en concerten rondom ‘Theatre in Song’ op het IVC vinden plaats van 26 t/m 28 september in Theater aan de Parade, Den Bosch. Info: ivc.nu

Source: NRC

Previous

Next