Muziektheater Met zijn eerste solovoorstelling ‘We sleep among demons’ combineert Club Gewalt-lid Amir Vahidi theater, muziek en dans om zijn innerlijke, spirituele reis te verbeelden. Geïnspireerd door eeuwenoude Iraanse dichtkunst brengt hij persoonlijke en actuele thema’s op mystieke wijze, in een vorm die binnendringt.
In zijn eerste solovoorstelling ‘We sleep among demons’ breekt Amir Vahidi (35) los van de verwachting dat hij altijd geïntegreerd en geassimileerd is.
Muziektheater
We sleep among demons door Amir Vahidi van Club Gewalt. Eindregie: Khadija El Kharraz Alami
Gezien: 19/9 Theater Rotterdam, Rotterdam.
Nog te zien t/m 26 november. Info: clubgewalt.nl
‘Ken je dat gevoel dat je niet weet waar je vandaan komt?”
„Ken je dat gevoel dat wanneer je je voor het laatst veilig voelde, dertig jaar geleden was?”
„Ken je dat gevoel dat je oogcontact met een wit persoon maakt en angst in iemands ogen ziet?”
„Ken je dat onbestemde gevoel dat er een gat in je ziel zit?”
„Ken je dat gevoel van hol en onaf zijn?”
Amir Vahidi ondergaat een identiteitscrisis. Hij kent geen gevoel van veiligheid, geen plek waar hij ‘hoort’. Altijd wordt er van hem verwacht geïntegreerd en geassimileerd te zijn. Lange tijd ging hij daarin mee, totdat hij zichzelf in de ogen keek. Dat in de ogen kijken doet hij nu weer, op het podium.
In zijn eerste solovoorstelling We sleep among demons breekt Amir Vahidi (35), lid van performancecollectief Club Gewalt, los van die verwachtingen. In een spirituele zoektocht langs zijn Iraans-Nederlandse identiteit ontsluiert hij innerlijke demonen die chaos en discussies in zijn hoofd veroorzaken. Poëtische monologen in het Nederlands, Engels en Perzisch zijn verweven met muziek, zang en dans. Rode draad van de voorstelling is een Perzisch mythologisch verhaal over de hop, een prachtige vogel die de spirituele zoektocht symboliseert.
Ondersteunende spelers Hélène Vrijdag, Romy Vreden en David Schwarz begeleiden Vahidi door zijn reis als de belichaming van zijn innerlijke demonen. Dat doen ze door levendigheid op het podium te brengen met onverwachtse kreten en dansbewegingen op de achtergrond. Ze vullen Vahidi waar nodig aan met dialoog en zang, waarbij interacties perfect afgestemd aanvoelen.
Tijdens een rustig, opbouwend begin vertelt Vahidi over het huis en de fruitbomen van zijn opa in Iran. Zodra de eerste nummers klinken en de monologen over persoonlijke en maatschappelijke thema’s krachtiger worden, komt de voorstelling op gang, al blijft het geheel wat abstract. Wil Vahidi zijn publiek ook op een spirituele reis sturen? Of alleen zijn eigen identiteit blootleggen? Metaforen uit de Perzische mythologie zoals die van een kersenboom en een vallei bieden een vrije interpretatie.
Duidelijker is Vahidi’s kritische visie op actuele thema’s: de genocide en bombardementen in Gaza, de positie van VVD-politicus Dilan Yesilgöz als kind van gevluchte ouders, ingebed structureel racisme en het patriarchaat in Nederland. We kunnen volgens hem niet stil blijven zitten. Hier kijkt hij ook het publiek in de ogen: letterlijk. Op de eerste rij knielt hij voor een bezoeker, terwijl hij de rest van de zaal uitnodigt oogcontact te maken met een buur, om zo onderlinge verbondenheid te voelen en kritisch te reflecteren op ieders rol in de maatschappij.
De Engelse nummers die de vertellingen onderbreken tonen een andere kracht van Vahidi: zijn muzikaliteit en zang. Langzame, melancholische pianoklanken voeren je mee, zwevend door een droom, met subtiele Perzische melodieën die op de achtergrond doorschemeren. Dan breken opzwepende elektronische ritmes door, die je wakker schudden, terwijl Vahidi doordringende teksten zingt: „Illusions fail, but not as much as real life does.”
Aan het einde van de laatste pianoballade, uitgevoerd in een meerstemmig kwartet met zijn medespelers, veegt Vahidi langs zijn wang. Of het een traan of een druppel zweet is na de intensieve inspanning van ruim een uur, blijft de vraag.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC