Home

Polarisatie-expert Hans Boutellier ziet hoe het individualisme plaatsmaakt voor een nieuwe stammenstrijd

In deze individualistische en gedigitaliseerde samenleving voelen veel mensen de behoefte om ergens bij te horen. Bijzonder hoogleraar polarisatie en veerkracht Hans Boutellier legt uit hoe dat verlangen gemanipuleerd wordt, en kan ontaarden in een stammenstrijd.

De eerste keer dat het woord ‘stam’ zich aan Hans Boutellier opdrong, was toen hij als spreker werd uitgenodigd voor een debat over corona en polarisatie in een Haarlems debatcentrum. Hij dacht: er zal wel geen hond op afkomen, want wie interesseert het anno 2022 nog iets, nu het allemaal voorbij is. Maar tot zijn stomme verbazing puilde de zaal uit – voornamelijk met tegenstanders van het coronabeleid.

Het praatje van Boutellier (72), bijzonder hoogleraar polarisatie en veerkracht aan de Vrije Universiteit en oud-directeur van het Verwey-Jonker Instituut, hoorden ze nog welwillend aan, maar daarna gingen ze los: het beleid was totalitair geweest, de overheid ‘vijandig’ en Boutellier was net als de rest van Nederland een mak schaap. ‘Er kwam een soort tribale razernij vrij’, vertelt hij drie jaar later in een Haarlems café.

‘Na afloop van het debat bleef ik nog wat napraten: het bleken stuk voor stuk aardige mensen met respectabele beroepen – een leraar, een maatschappelijk werker – maar die elkaar dus vonden in boosheid, in de afwijzing van een gezamenlijke vijand. ‘Als een soort stam.’

Bij de boerenprotesten zag hij iets vergelijkbaars. Het verzet tegen de stikstofplannen van het kabinet ging óók gepaard met opgepookte tegenstellingen tussen het plattelandsleven en de stad ‘met zijn linkse havermelkelite’. Online wemelt het helemaal van de van haat doordrenkte tribes. De incel-cultuur rond influencer en vrouwenhater Andrew Tate bijvoorbeeld, die ooit begon als een soort online steungroep, is inmiddels uitgegroeid tot een toxische subcultuur van onvrijwillig celibataire mannen die vrouwen daarvan de schuld geven.

Het zette Boutellier aan het denken over het ongebreidelde vijanddenken dat volgens hem steeds vaker de kop opsteekt, met als een van de dieptepunten de schreeuwende burgers bij azc’s ‘die asielzoekers openlijk naar Auschwitz verwijzen en ervan overtuigd zijn dat zij het goede doen voor hun land’.

In zijn nieuwe boek De neo-tribale revolte analyseert hij hoe in een individualistische, geglobaliseerde en gedigitaliseerde samenleving een verlangen naar een sense of belonging opkomt, een behoefte aan het ‘eigene’ en ‘nabije’. Zoals ook blijkt uit de hernieuwde aandacht voor de traditie van noaberschap, waarbij buren elkaar met raad en daad bijstaan. Maar hoe dat verlangen om ergens bij te horen door big tech, met zijn op haat en negativiteit afgestelde algoritmen, ook bespeeld en gemanipuleerd kan worden, waardoor het gevaarlijk vaak uitmondt in een stammenstrijd. Juist in een samenleving waarin het vertrouwen in instituties afneemt.

Waarom spreekt u van tribalisme, er hangt een zweem van primitiviteit omheen?

‘Tribalisme heeft iets ambivalents: het staat aan de ene kant voor een heel basaal, diepgeworteld verlangen van mensen om bij een groep van gelijkgestemden te horen, een gemeenschap waarin ze zich thuisvoelen en die bescherming biedt tegenover een bedreigende omgeving. Evolutionair gezien zijn we gemaakt om in kleinere groepen te leven. Het gaat dus om een drang die we allemaal hebben en die dus niet iets is van een bepaalde groep in de samenleving. Dat gevoel gaat ook dieper dan een willekeurig groepsverband. Tegelijkertijd schuilt er ook het gevaar in van uitsluiting, van stammenstrijd, van vijandig wij-zij-denken.’

Polarisatie is niet nieuw, waarom spreekt u dan toch van een tribale omwenteling?

‘Omdat het echt een radicale verandering is ten opzichte van het individualistische denken van het neoliberalisme. Hoe dat ontstond is inmiddels een bekend verhaal: met de secularisatie en de val van de Muur, verdwenen de Grote Verhalen. De Partij van de Arbeid schudde haar idealistische veren af: er was niets meer om in te geloven, niets meer om voor te vechten, of om je bij geborgen te weten. Daarvoor in de plaats kwam het neoliberale pragmatisme: puur op marktdenken en efficiëntie gebaseerd beleid. Als het maar niets kostte. Dat is lange tijd eigenlijk best goed gegaan omdat veel mensen ervan profiteerden wat welvaart, ontplooiing en emancipatie betreft. Ik ben er zelf een voorbeeld van: ik kom uit een eenvoudig milieu.’

‘Maar we zijn als mensen helemaal niet toegerust op functioneren in zo’n puur pragmatische, geglobaliseerde wereld. We hebben behoefte aan de geborgenheid van kleinere sociale verbanden. Die vonden mensen steeds vaker online op basis van zelfgekozen kenmerken zoals gender, lifestyle of religie. Of een heilige overtuiging die zo sterk is dat iemand denkt: dit bén ik. Een bij elkaar geshopte identiteit eigenlijk, een soort bricolage die vooral ook duidelijk maakte waar men niet bijhoorde.

‘Maar inmiddels denk ik dat we het stadium van identitair denken voorbij zijn: de groepsidentiteit is zó centraal komen te staan dat mensen zich daarmee niet alleen meer willen onderscheiden van anderen, maar zich ook actief tégen die anderen gaan keren. En dat wordt enorm versterkt door memes, hashtags, de echokamers en de haatalgoritmen van big tech. Die nemen steeds extremere vormen aan en wakkeren dat tribale denken aan. Het zijn daardoor echt een nieuw soort stamverbanden.’

Waarom gebeurt dat juist nu?

‘Omdat het pragmatische neoliberalisme het laat afweten. De overheid levert niet meer. Dat hebben we gezien bij de toeslagenaffaire, maar ook bij het huidige kabinet dat nauwelijks iets van zijn beloften heeft waargemaakt. Door de onvrede daarover en een gebrek aan vertrouwen, trekken mensen zich steeds meer terug binnen hun eigen groep. Ze hebben het gevoel dat ze het zelf moeten gaan regelen. Vandaar ook dat verlangen naar een tribale structuur: die geeft de bescherming zoals de grote levensbeschouwingen dat van oudsher deden. Dat neoliberale pragmatisme is voor veel mensen toch te schraal gebleken.’

Maar die onvrede en hang naar gezamenlijkheid kan ook leiden tot waardevolle burgerinitiatieven. Op veel plekken in Nederland nemen mensen zelf actie op gebieden van zorg of duurzaamheid, omdat ze vinden dat de overheid het laat afweten. Daar zit weinig ‘tribale razernij’ bij, toch?

‘Als adviseur ben ik betrokken bij het programma Weerbaarheid en Veerkracht van het ministerie van Sociale Zaken en daar wordt inderdaad enorm gepleit voor die collectieve kracht en de waarde van gemeenschappen. Maar aan die kracht kleeft tegelijkertijd een groot risico van wij-zij-denken, want vaak gaat het bij die ‘gemeenschappen’ om groepen mensen of buurtgenoten die erg op elkaar lijken. En waar mensen op elkaar lijken, ligt othering en vijanddenken op de loer. Zeker bij dreiging van buitenaf kan dat leiden tot uitsluiting. Ik vind het naïef als men daar geen oog voor heeft.’

Moet ik denken aan zoiets als de zelfbenoemde burgerwacht die van de zomer in de buurt van Ter Apel op eigen houtje grenscontroles uitvoerde op zoek naar ‘illegale’ asielzoekers?

‘Precies dat. Het begint misschien met mensen die zich met de beste bedoelingen inzetten voor het leefbaar maken van hun buurt, maar het kán ontaarden in een burgerwacht die de eigen groep wil beschermen tegen asielzoekers. Een goed voorbeeld vind ik ook de BBB met haar gezellige dorpsheid en naoberschap. Die heeft zich ontpopt tot een partij met een behoorlijke vreemdelingenaversie.’

U geeft in uw boek vooral voorbeelden van rechts-radicaal tribalisme. Zien we dat vijanddenken niet bij links?

‘Toch wel minder, ben ik geneigd te zeggen. Ik heb een club als Kick Out Zwarte Piet bijvoorbeeld nooit echt vijandig gezien, op één uitspraak na. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen tribale ontwikkelingen die gericht zijn op emancipatie – op ‘erbij horen’ en een plek opeisen, en groepen die juist gericht zijn op buitensluiten. Dat is echt een totaal andere houding.’

In de Verenigde Staten klinkt vaak het verwijt dat ‘woke’ tot een cancelcultuur op de universiteiten heeft geleid. Is dat niet ook een vorm van wij-zij-denken?

‘Dat is zeker waar en het waait ook over naar Europa. In de VS leidde het bovendien zelfs tot aanklachten tegen docenten en ontslagen vanwege microagressie – het gebruik van verkeerde woorden of een verkeerde toon. Die ontslagen liepen ook niet via de rechter, maar werden afgedwongen via sociale media. Ook dat vind ik verwerpelijk. Het laat zien hoe belangrijk het is om debatten open te houden.’

U verklaart die laatste trend ook vanuit een hypergevoeligheid en doorgeslagen slachtofferdenken.

‘Daarmee verwijs ik naar het idee van mijn eerste boek. Daarin stelde ik de vraag hoe onze moraal zich in een ontzuilde tijd kon ontwikkelen: hoe bepaalden we zonder god of ideologie wat goed en slecht was? Zonder gezamenlijk wereldbeeld is het steeds moeilijker om het eens te worden over de vraag wat voor samenleving we willen zijn. Maar we vinden elkaar wel in wat we afwijzen: wreedheid, vernedering, slachtofferschap. Een slachtoffermoraal dus. Maar die heeft zich de afgelopen dertig jaar zo sterk doorontwikkeld dat nu iedereen zich als het ware slachtoffer voelt. Slachtoffer van de overheid, van de elite, het patriarchaat. We zijn hypergevoelig geworden voor afwijkende meningen, vinden die al snel bedreigend. Slachtofferschap is een identiteit geworden die tribale trekken krijgt als die zich vooral gaat afzetten tegen een gezamenlijke dader of vijand.

‘Opvallend is dat slachtoffers niet zelf op hun tegenstander afstappen, maar van de autoriteiten verwachten dat die het oplossen. De studenten in de VS gingen bijvoorbeeld niet naar hun docenten om te klagen, maar verwachtten dat de universiteit ingreep. Daarom kan het slachtofferschap ook echt politiek uitgebuit worden. Zoals Trump tijdens zijn rally’s vaak deed als hij zei: ‘I know your pain.’ Dat is zo vilein. Want iedereen heeft wel pijn. Of dat nou is vanwege een echtscheiding of omdat je werk niet lekker loopt. En dan volgde: ‘I know who to blame.’ Waarmee hij suggereerde dat hij de sterke man was die het voor je ging oplossen.’

Waarom zijn we zo hypergevoelig geworden?

‘Mensen definiëren zichzelf steeds meer via kenmerken als etniciteit, gender of lifestyle – wat ik dus het identiteitsdenken noem: je scharrelt een zelfgekozen identiteit bij elkaar, grotendeels online en zonder gemeenschappelijk verhaal. Maar als je geen buffer hebt van een grotere filosofie of wereldbeschouwing die jouw leven betekenis geeft, dan heb je weinig anders meer dan dat wat je direct ervaart. Dus zo gauw iemand iets lelijks zegt, dan ben je diep gekrenkt.’

In uw boek laat u zien dat het neoliberalisme lange tijd garantstond voor welvaartstoename, maar dat de laatste jaren de ongelijkheid buitensporig hard groeit. Waarom richt de tribale razernij zich dan voornamelijk op de overheid en niet ook op het bedrijfsleven?

‘Of op de superrijken. Of op big tech. Daar heb ik me ook het hoofd over gebroken en het is natuurlijk de crux van het boek. Ik haal de Griekse econoom Yanis Varoufakis aan die beschrijft hoe het kapitalisme is voorbijgestreefd door wat hij het techno-feodalisme noemt: techbazen zijn een soort feodale landheren van digitale platforms die heersen over de nieuwe horigen: consumenten en bedrijfjes die volkomen afhankelijk van hen zijn.

‘Ik kan het uitblijven van de boosheid op dit soort bedrijven alleen verklaren door te constateren dat de vraag waar je bij hoort in deze tijd van identiteitspolitiek blijkbaar belangrijker is dan de strijd tegen de macht. En daarvoor ben je afhankelijk van big tech. Het belang van iemands levensstijl is lang onderschat. ‘Bij wie voel ik me thuis’ is een belangrijk motief nu grotere beschermende levensbeschouwingen zijn weggevallen.

‘Daarbij komt dat ons rechtssysteem van oudsher ontworpen is om de macht van de overheid te beteugelen, niet die van bedrijven. Natuurlijk vanuit het idee dat de overheid dat doet. Maar als je een zwakke overheid hebt tegenover oppermachtige techreuzen, werkt dat niet meer.’

Ook de rechtsstaat moet het vaak ontgelden. Toch vindt u dat we haar moeten blijven koesteren.

‘Ooit sprak ik met een stel moslimjongeren over de democratie. Een van hen zei: ‘Die rechtsstaat, dat is toch ook maar gewoon een geloof.’ En toen dacht ik: ergens heeft hij gelijk. Zo lang bestaat die nog niet. Ik antwoordde: ‘Maar het is wel een geloof dat jouw geloof en alle andere mogelijk maakt’, waarop hij concludeerde: ‘Dan heb ik dus twee geloven.’ En zo is het. Er is geen aantrekkelijker alternatief.’

U eindigt met een lichtpuntje: klimaatverandering dwingt ons om de schouders onder één gezamenlijk doel te zetten. En u heeft er ook een nieuw narratief bij, een nieuw Groot Verhaal.

‘Er is steeds meer onderzoek dat laat zien dat de natuur niet zozeer een strijdtoneel is van soorten die elkaar beconcurreren, zoals we lang dachten, maar juist bestaat uit netwerken waarin alles met elkaar verbonden is en samenwerkt in een ecologisch systeem. Daarin staat de mens niet boven de natuur, maar is er onderdeel van. Zo zouden we de wereld ook meer moeten inrichten. Biologen spreken daarom van symbiotisch denken. Dat is best wel een sterk tegenverhaal voor het tribale ‘samen voor ons eigen’.’

Is het hopen tegen beter weten in? Op Prinsjesdag ging het nauwelijks over het klimaat. Bent u niet bang dat de klimaatcrisis daarom juist meer stammenoorlogen gaat veroorzaken over de laatste stukken leefbare aarde en drinkwater?

‘Ik hoop dat het zover niet komt. De mensheid heeft het verstierd en is totaal niet belangrijk voor het ecosysteem, maar is wel de enige van wie de oplossing kan komen. Op dit moment wordt daartoe een discours ontwikkeld; een vocabulaire, verhalen, initiatieven en ideeën. En dat geeft toch een vleugje hoop. Vooral omdat ontwikkelingen soms ineens snel kunnen omslaan, zoals Kwame Anthony Appiah laat zien in The Honor Code, How Moral Revolutions Happen. Ideeën over eeuwenoude praktijken zoals de slavernij of voetbinding van Chinese vrouwen zijn in betrekkelijk korte tijd gekanteld. Daar houd ik me aan vast.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next