Duurzaamheidseisen ’s Werelds grootste cacaoproducent maakt zich op voor de invoering volgende maand van een nieuwe Afrikaanse norm voor de cacaoteelt. Later dit jaar volgt een strenge antiboskapwet van de EU. Maar op de plantages weten lang niet alle boeren wat hun te wachten staat.
Zittend op een jerrycan wrijft Kouame Koffi Antoine Nana zich over de stoppels op zijn kin. Een pas? Ja, die heeft hij wel gekregen, zegt de 50-jarige cacaoboer nadenkend. Die ligt ergens thuis, maar waar? Met zijn machete nog in zijn hand loopt Nana de heuvel af, langs zijn bomen vol gele vruchten, terug naar zijn dorp waar kippen en geiten rondscharrelen tussen met bamboe afgezette erfjes.
Even later verschijnt de boer met een keurig opgevouwen A4’tje. In het midden, nog vastgeplakt, de sleutel tot zijn inkomsten vanaf oktober: een pasje met daarop zijn naam, dorp, pasfoto en een QR-code. Félicitations staat erboven. „Het is met een immens plezier dat wij u uw pas voor koffie- en cacaoboeren geven.”
Ivoorkust, al decennia ’s werelds grootste cacaoproducent, maakt zich op voor een grote omwenteling. Komende maand, als het nieuwe oogstseizoen begint, voeren de autoriteiten een nieuwe, Afrikaanse norm in voor cacao, de zogeheten ARS-1000. Deze moet niet alleen de traceerbaarheid van cacaobonen tot aan de boer garanderen, maar op de iets langere termijn ook het duurzaam verbouwen ervan.
De norm is grotendeels ontwikkeld door Ivoorkust en Ghana, samen goed voor ruim 60 procent van de mondiale cacaoproductie. Zij vormt de opstap naar een voor cacaoproducerende landen mogelijk nog grotere verandering: de Europese antiboskapwet. Die treedt eind dit jaar in werking, mits die niet opnieuw wordt uitgesteld. Enkele Europese landen proberen dat alsnog af te dwingen in Brussel.
Cacaoboer Kouame Koffi Antoine Nana heeft een pasje gekregen waardoor hij cacao mag blijven verkopen, na invoering van een nieuwe antiboskapwet.
De woning van Nana in Takikro, vlak bij de grens van Ivoorkust met Ghana.
De nieuwe regels, onderdeel van de ruim twee jaar geleden nog gevierde Green Deal, verplichten bedrijven die goederen importeren als cacao, koffie, hout, papier, palmolie, rubber, soja en vlees, aan te tonen dat hun producten niet van land komen dat na december 2020 is ontbost. En dat niet alleen: ze moeten ook bewijzen dat bij de teelt of productie van de goederen „relevante nationale wetten” rond arbeid, land en mensenrechten zijn nageleefd.
Hoewel binnen de EU met name Duitsland moppert over de nieuwe eisen, zijn vooral overheden elders in de wereld bang voor de gevolgen ervan. Indonesië sprak al van „regulatief imperialisme” en de baas van de Wereldhandelsorganisatie, zelf uit Nigeria afkomstig, hekelde in een interview met de Financial Times het gebrek aan helderheid in de richtlijnen.
Vooral de cacaosector in West-Afrika dreigt in problemen te komen door de nieuwe regels. Anders dan Braziliaanse sojatelers bijvoorbeeld, die veelal over grote lappen grond beschikken, zijn het in West-Afrika vooral kleine, vaak arme boeren die cacao telen. Dat maakt de vereiste controle op bedrijven die naar de EU exporteren complexer, vooral omdat de bonen via een soms ondoorzichtige keten van tussenhandelaren en coöperaties hun weg naar de havens vinden.
Voor Ivoorkust staat er veel op het spel. Zo’n 60 tot 70 procent van alle cacao die het land jaarlijks produceert, gaat naar de Europese Unie. Vooral naar Nederland, dat de bonen verwerkt en verder exporteert. En hoewel lokale bosbeschermers cynisch grappen dat er weinig meer te beschermen valt – sinds 1950 verloor Ivoorkust zo’n 90 procent van zijn wouden voor de aanleg van, onder meer, cacaoplantages – wordt er nog altijd bos gekapt.
Tegelijkertijd is de vrees dat de hoge eisen een deel van de 1,1 miljoen Ivoriaanse cacaoboeren uitsluiten, bijvoorbeeld omdat ze niet over de juiste papieren beschikken. Dus maakt de overheid haast om dit scenario te voorkomen.
Op zijn erf in Takikro, pal aan de grens met Ghana, staart cacaoboer Nana naar het pasje in zijn hand. Hij kreeg het ding, dat ook als bankpas fungeert, vorig jaar opgestuurd, vertelt hij. Eerder al was een afgevaardigde van de Conseil Café Cacao, de machtige Ivoriaanse cacaoraad, langsgekomen op zijn plantage. Om gps-coördinaten op te nemen en Nana allerlei vragen te stellen. Over zijn cacao, zijn gezin. Of zijn kinderen naar school gingen. En waar ze dat deden.
Een paar maanden later ontving hij een envelop met deze brief. Maar niemand heeft verteld wat hij ermee moest doen, zegt Nana, noch aan hem, noch aan zijn cacao telende buren, die een zelfde brief en pasje ontvingen. Ze hebben hier niet eens een bank. Gelukkig heeft hij hem niet weggegooid, zegt hij. „Dit wordt nu verplicht, zeg je?”
Bijna. Het pasje dat cacaoboeren en hun plantages identificeert en dat via een QR-code hun zakken met bonen tot aan de haven traceerbaar moet maken, is de eerste tastbare verandering waarmee boeren komend seizoen te maken krijgen. Alleen wie zo’n pasje heeft, mag straks nog cacao verkopen, waarschuwde dit jaar de Cacaoraad, die alle cacaohandel in Ivoorkust controleert en reguleert. De opbrengst ontvangen de boeren voortaan digitaal, niet meer in contanten.
Een tijdelijke aanbieding voor cacaobonen, vermeld op een poster bij het erf van Nana.
Dat is het plan en het zal, waar mogelijk, vanaf volgende maand worden uitgevoerd. Maar zo’n 200.000 in Ivoorkust geregistreerde cacaoboeren hebben het pasje nog niet, bijna 20 procent. Ook bleek eind vorig jaar uit onderzoek dat boeren lang niet overal konden pinnen met hun nieuwe pasje: net als Takikro hebben veel dorpen geen bank.
Dat is nu opgelost door de pas te koppelen aan mobiele betaalapps, die eigen guichets hebben, bureautjes in de verste uithoeken van het land, waar je geld kunt versturen en ophalen. Dan moet er wel mobiel bereik zijn, wat dieper in bosrijk gebied een probleem is. Meerdere boeren die NRC sprak, waren überhaupt nog niet geïnformeerd over de nieuwe betaalmogelijkheid.
„Niet alles zal meteen honderd procent perfect werken”, erkent Josiane Fléan Assandé, als adjunct-directeur bij de Cacaoraad verantwoordelijk voor normen en certificeringen. „Maar we moeten ergens beginnen.” Assandé is aan de telefoon vanuit Brussel, waar ze is voor bijeenkomsten over de invoering van de Europese antiboskapwet.
Ivoorkust bereidt zich al jaren daarop voor, vertelt Assandé. Zo begon het in 2019 alle cacaoboeren en hun plantages in kaart te brengen, letterlijk en figuurlijk. Officieel met het oog op de aanstaande Afrikaanse norm, maar ook vanwege de Europese wet die eveneens vereist dat alle cacaobonen traceerbaar zijn.
Hiervoor leunde de cacaoraad op lokale controleurs als Moussa Koné, een vriendelijke jongeman met een grote rugtas. In een restaurantje met houten tafels en enkele plastic stoelen haalt hij een map brieven tevoorschijn. Zij komen van de cacaoraad en zijn gericht aan alle coöperaties in de oostelijke cacaoregio Indénié-Djuablin. Doel ervan is die coöperaties aan te sporen boeren zonder pas bij de raad te melden.
Hoeveel hectares hij wel niet is afgelopen met die gps-apparatuur, blaast Koné: bijna vier jaar lang deed hij niets anders. Maar zeker in het begin zaten niet alle boeren op zijn komst te wachten, vertelt hij. „Sommigen dachten dat we hen kwamen ondervragen om belasting te innen. Die weigerden.” Inmiddels weet iedereen dat ze zo’n pas moeten hebben, zegt Koné stellig. „Dat móéten ze weten.”
Een hobbelige autorit verder, aan de rand van Béki, één van de laatste plukjes beschermd bos in het land, blijkt dat niet te kloppen. Naast het huisje dat hij en zijn broer van hout en leem bouwden tussen hun cacao- en bananenbomen, schudt Elisé Comoé Kouamé (27) het hoofd. Over een pas hebben zij niets gehoord, zegt hij zacht. En over een nieuwe Europese wet tegen boskap? „Een Europese wat?”
Toch zijn het juist dit soort plantages die door de nieuwe regels onder een vergrootglas komen te liggen. Een kronkelig zandpad scheidt de cacaobomen van de broers van het beschermde bos. Zij komen daar nooit, zegt Kouamé. Maar anderen doen dat wel. Op satellietbeelden is te zien hoe Béki is veranderd in een gatenkaas door plantages op de vruchtbare grond middenin het bos.
Zo verging het ook andere bossen. Vanaf de eeuwwisseling, toen in Ivoorkust een burgeroorlog uitbrak, ging ten minste 360.000 hectare beschermd (bos)gebied verloren aan cacaoplantages, concludeerden onderzoekers in 2023 in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Dat is tweemaal de provincie Utrecht. Ngo’s die zich met ontbossing bezighouden, kwamen zelfs op 2,4 miljoen hectare uit.
Sinds een aantal jaar treden de autoriteiten daar streng tegen op. Maar aangenomen wordt dat 20 tot 30 procent van de Ivoriaanse cacao uit beschermd bosgebied komt. Niemand weet het precies, noch hoeveel daarvan (nu nog) wordt geëxporteerd.
Met de nieuwe regels is dat niet meer mogelijk, benadrukt Assandé van de cacaoraad. Zowel de Afrikaanse cacaonorm, die Ivoorkust overneemt in zijn wetgeving, als de Europese wet sluit handel in bonen uit beschermd bos uit. Om de klap voor boeren en ’s lands belangrijkste exportproduct iets te verzachten, besloten de Ivoriaanse autoriteiten sommige bossen te ‘declassificeren’ tot agrobossen: daarin mag nog landbouw worden bedreven. Ghana ís cacao, zegt de cacaoboer – maar voor hoelang nog?
Het is onduidelijk of de Europese inspectieautoriteiten cacao uit de nieuwe agrobossen accepteren. „Dat zijn punten die nog opgehelderd moeten worden”, zegt Assandé. Evenmin is duidelijk of de EU vindt dat het traceersysteem met de pasjes dat de cacaoraad ontwikkelde alle risico’s voldoende afdekt. Vandaar dat cacaogiganten als Cargill en Barry Callebaut liever vertrouwen op de systemen die zij zelf al hadden opgetuigd voor een deel van hun (gecertificeerde) bonen.
De cacaosector heeft al best veel stappen gezet, zegt Niels Wielaard, oprichter van het Nederlandse Satelligence, wiens satellietanalyses onder meer door Cargill en het Fairtrade-label worden gebruikt. De afgelopen jaren bracht een stroom kritische rapporten over boskap, kinderarbeid en uitbuiting diverse multinationals ertoe duurzaamheidsprogramma’s te introduceren, zoals traceersystemen. Wielaard: „De nieuwe regels creëren een eerlijk speelveld, zodat straks niet alleen de voorlopers dit soort moeite doen, maar iedereen.”
Lokale exporteurs en coöperaties ervaren dat anders. Zij worstelen met de kosten van de bijkomende vereisten. „Wij hebben enkele computers, maar niet genoeg voor alle data die we moeten verwerken”, verzucht Jean-Baptiste Amoikan Nda, die een coöperatie leidt in Appromprounou.
Er zijn meer obstakels. Zo heeft Ivoorkust geen database met de exacte grenzen van beschermde bossen en nationale parken. Er zijn wel kaarten, zegt Wielaard, „maar soms is er een kilometers groot verschil tussen de grens op zo’n kaart en de echte grens. In die zone heb je allemaal boeren met cacaoplantages. Dat zorgt voor onzekerheid.” De benodigde database is inmiddels in de maak in Ivoorkust, maar het is onduidelijk of die voor december af is.
Ook blijft de vraag of alle traceersystemen echt kunnen voorkomen dat cacao uit beschermde bossen straks niet alsnog met ‘reguliere’ bonen wordt vermengd. Hetzelfde geldt voor gesmokkelde cacao. Zo ontdekte de Ivoriaanse ngo IDEF, die zich verzet tegen ontbossing, dat Ivoriaanse boeren vlak over de grens in nog ongerepte bossen van Liberia plantages aanlegden. De cacao ervan verkochten ze in Ivoorkust.
In zijn magazijn waar de geur van rauwe cacao de lucht vult, wil Youl Sie (37) vooral pragmatisch zijn. In het stadje Agnibilékrou leidt hij een afdeling van een grote coöperatie. Hij weet precies wat de boeren die aan hem leveren kunnen produceren. „Als ze ineens meer leveren, valt dat op.” Ook worden de grenzen tegenwoordig strenger gecontroleerd, zegt hij, onder meer door speciale antismokkelbrigades. Maar helemaal uitsluiten kun je zulke praktijken nooit.
In het begin zal het misschien niet perfect gaan, zegt Sie. „Maar als we gewend raken aan de nieuwe regels, zal dat gesjoemel ontmoedigen.” Uiteindelijk, denkt hij, zal het de sector opschonen. „Dat is goed voor ons allemaal.”
Ivoriaanse cacaoboeren krijgen straks te maken met twee nieuwe richtijnen die hun werk reguleren. Allereerst de ARS-1000: de Afrikaanse Regionale Standaard voor de teelt van duurzame cacao. Die schrijft onder meer voor dat cacao niet afkomstig mag zijn uit ontbost gebied, dat bonen tot de boer traceerbaar moeten zijn en dat cacao op een duurzame wijze moet worden geteeld (met regels voor insecticiden, herplanting). De Europese antiboskapwet (EUDR) richt zich op de handel in cacao (en zes andere producten). Veel van de eisen daarin lijken op die in de ARS-1000. Belangrijk verschil is onder meer de datum vanaf wanneer geen bos meer mag zijn gekapt voor de teelt van de cacao die voor de verkoop wordt aangeboden: in de EUDR is dit december 2020, in de ARS-1000 juni 2021.
Waar de druk van de naleving van ARS-1000 vooral ligt bij boeren, coöperaties en opkopers, zijn het de multinationals en exporteurs die zich aan de Europese antiboskapwet moeten houden. In Ivoorkust wordt de ARS-norm ook in de nationale wetgeving opgenomen, de EUDR geldt alleen voor de partijen die naar Europa willen exporteren.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC