Home

Counting Crows-zanger Adam Duritz: ‘Ik sta er zelf versteld van: ik heb een léven’

Na hun succes in de jaren negentig was het jarenlang stil rond Counting Crows. In de muziekpers werd de band, en zanger Adam Duritz in het bijzonder, afgeserveerd. Maar nu zijn ze grandioos terug met hun album Butter Miracle, The Complete Sweets! en voelt Duritz zich beter dan ooit. ‘Ik voel me gezegend.’

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

Het eerste dat opvalt wanneer Adam Duritz (61) vriendelijk zwaait vanuit New York, aan de andere kant van de videoverbinding: de karakteristieke dreadlocks zijn weg! De wilde, zwarte haarkabels die decennialang zijn uiterlijk bepaalden en daarmee ook de aanblik van zijn band Counting Crows, hebben plaatsgemaakt voor wat je een kantoorkapsel zou kunnen noemen, met verzorgde ringbaard.

Eerlijk is eerlijk: die dreads gingen er al in 2019 af, maar dat kun je makkelijk gemist hebben, want sindsdien vernamen we in Nederland nog maar weinig van Counting Crows, een enkel concert in het najaar van 2022 daargelaten. Het recente album Butter Miracle, The Complete Sweets! is het eerste in elf jaar en hun beste in 25.

Er valt nog iets op: je zíét de opgeruimdheid in de bruine ogen die vroeger zo vaak weemoedig en troebel stonden. Duritz leek zich voortdurend te stoten aan het leven en zong daar aangrijpend over.

‘Het gaat geweldig met me’, zegt hij nu. ‘Ik heb hard aan mezelf gewerkt. Anderen hebben ook hard aan me gewerkt. Het leven is goed.’

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

De interviewer van de Volkskrant was in 2008 bij hem op bezoek in New York, op de enorme, als een speeltuin ingerichte etage in de East Village in Manhattan, die hij nu nog steeds bewoont. Hij vertelde in die tijd, voor het eerst, dat hij een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis had die elke vorm van rust en vastigheid in zijn leven in de weg stond: de diagnose was er, maar hij was nog volop in behandeling en druk bezig de juiste ‘cocktail’ van medicatie samen te stellen, met de heftige ups en downs van dien.

‘Ik kringelde niet meer rond het afvoerputje, maar ik was er ook niet ver vandaan. Ik kon niemand vasthouden. Vrouwen vluchtten binnen de kortste keren mijn leven uit. Het heeft na 2008 nog jaren geduurd voor ik grip vond, maar nu heb ik al bijna negen jaar een fijne relatie. Ik sta er zelf versteld van: ik heb een léven.’

Eén groep mensen wist hij wel altijd bij zich te houden: zijn band. De bezetting ervan is al bijna twintig jaar stabiel. Rond 2008 nam hij even vrijaf, maar voor het overige bleef Counting Crows altijd toeren, vooral door Noord-Amerika. Die luxe heb je, als je een paar albums in de bagage hebt waarvan miljoenen exemplaren werden verkocht en die flinke hits opleverden, zoals Mr. Jones (1993) en A Long December (1996), een pianolied zó melancholiek dat de tijd er even van tot stilstand komt.

‘Hoe slecht het ook met me ging, twee dingen heb ik altijd zeker geweten. Eén: ik wil muziek maken. Soms lukt schrijven even niet. Dan wil ik live spelen. Twee: ik wil geen soloartiest zijn, maar in een band spelen. Déze band, met mijn vrienden. Dat we altijd vrienden zijn gebleven, is een hele prestatie van die gasten.’

Ook nog intact: de vriendschap met Bløf, de Nederlandse band waarmee Counting Crows in 2004 een Nederlandse nummer één-hit had: Holiday in Spain, die op 22 september in de Amsterdamse Afas Live vast niet zal ontbreken.

‘Ik had vorige week nog contact met Peter Slager. Het plan is om binnenkort weer eens wat samen te doen. Bløf heeft ons in Nederland echt een duw in de rug gegeven: die hit, Concert at Sea, veel lol. We trekken in Nederland veel publiek. Door zo’n grote band gepusht worden, heeft daarbij enorm geholpen.’

Dat mag gek klinken uit de mond van een man die in de jaren negentig wereldwijd met platina werd overladen, maar Duritz meent het, want na 2000 werd Counting Crows, Duritz in het bijzonder, door de muziekpers steeds vaker afgeserveerd en bespot.

‘Dat is nu gekeerd. Onze vorige albums, in 2012 en 2014, brachten weinig teweeg. Over het nieuwe, Butter Miracle, hebben we beter nagedacht. We worden weer gerecenseerd en nog positief ook. Concerten verkopen uit. Ik voel me gezegend.’

Nu Duritz uiteindelijk is afgestudeerd aan de hogeschool van het levensgeluk en meer moois om zich heen ziet dan ooit tevoren, is voor hem de tijd rijp om onze Weekendgids te zijn.

Schilder: Mark Rothko

‘Ik was 8 of 9 jaar toen mijn ouders me meenamen naar de Rothko Chapel in Houston, in Texas: een kapel die van buiten oogt als een betonnen bunker. Binnen hangen werken van Rothko aan alle wanden, allemaal zwarte vlakken.

‘Om te beginnen verbaasde het me dat er zo veel verschillende tinten zwart bestonden en dat zwarte vlakken zo veel met je konden doen. Die doeken leken te bewegen, te pulseren, te kloppen als organen. Ik had geen enkele ervaring als kunstkijker, maar was meteen betoverd.

‘Als universitair student in Californië leerde ik Rothko’s werk pas echt goed kennen, ook andere kleuren en composities. Sindsdien is hij bij me gebleven. De diepe gelaagdheid. De complexe emoties die hij oproept. Rothko is een vriend.

‘De Rothko Chapel is trouwens oecumenisch. Of je nou christen, moslim of, zoals ik, jood bent: het is altijd jouw kapel en zo hoort het ook, want de doeken roepen iets diepmenselijks op.’

Album: Gang of Youths, Angel in Realtime (2022)

‘Mijn vriendin nam me mee naar een concert van Gang of Youths, een Australische band waarvan ik nog nooit had gehoord. Ze bliezen me totaal omver. Ze combineren oude punk en post-punk met inheemse muziek, maar ook iets van Bruce Springsteen en, zo je wilt, iets van ons.

‘Ik kon het niet laten om via Instagram contact te leggen met David Le’aupepe, hun zanger. Hij zette me op de gastenlijst voor een volgend concert in New York, het klikte en het eind van het liedje was dat David en zijn vrouw dat jaar kerst vierden bij ons in Manhattan. Hij is nu een boezemvriend. Een broer.

‘Toen ze een nieuw album gingen opnemen, zong ik erop mee, maar ze hebben dat hele album weggegooid en, zonder mij, een nog veel betere versie opgenomen: Angel in Realtime.

‘Het resultaat was trouwens dat ik ons eigen album, dat bijna af was, plotseling óók niet goed genoeg vond en helemaal opnieuw wilde opnemen. Als je Butter Miracle goed gelukt vindt: bedank Gang of Youths.’

Stad: New York

‘Ik ben in Baltimore geboren, aan de oostkust, maar ons gezin verhuisde al vroeg naar Californië aan de westkust dus. Daar studeerde ik aan de universiteit van Berkeley. Counting Crows ontstond in die omgeving, in San Francisco. Later woonde ik in Los Angeles, tot ik twintig jaar geleden overstak naar New York.

‘Hier hoor ik. New York is een van de drukste stedelijke gebieden ter wereld en je kunt er alles vinden en doen, maar tegelijkertijd is het bewandelbaar en voelt het, als je niet omhoogkijkt, als een kleine stad. Van alle plekken waar ik woonde, doet New York me gek genoeg het meest aan Berkeley denken.

‘Ik ben echt een New Yorker geworden: geen auto, wel een metro-abonnement. In de covid-jaren, toen hier echt vreselijk veel doden vielen en de sfeer haast apocalyptisch was, ben ik nóg meer van de stad gaan houden. We hebben ons er doorheen geslagen, samen, als New Yorkers. Zo voelt het.’

Basketbalteam: Golden State Warriors

‘In één opzicht ben ik Californiër gebleven: ik ben al mijn hele leven supporter van de Golden State Warriors, het NBA-basketbalteam van San Francisco.

‘Even opscheppen: ik ben fan van de California Golden Bears, dat is American football, én van de Golden State Warriors. En beide teams hebben nu een vriend van mij als hoofdtrainer: Justin Wilcox bij de Bears en Steve Kerr bij de Warriors.

‘Dat betekent dat ik, als ik een wedstrijd bezoek, heel dicht bij het team kan komen en het haast van binnenuit kan meemaken. Dat heeft niets te maken met mijn bekendheid als rockmuzikant. Justin en Steve zijn gewoon oude vrienden.

‘Terzijde: Steve werd landelijk bekend met een running gag. Hij verstopte in al zijn interviews, persconferenties en social media-berichten tekstzinnen uit liedjes van Taylor Swift. Hilarisch. Zijn spelers vonden het geweldig. Steve is een meester in het creëren van saamhorigheid. Ik probeer daar iets van mee te nemen naar de band en onze crew.’

Film: Akira Kurosawa, Seven Samurai (1954)

‘Mijn favoriete film, of nee: de beste film ooit gemaakt is Seven Samurai van Akira Kurosawa. In heel veel opzichten. Het is de meest artistieke vechtfilm ooit, de perfecte actiefilm, maar tegelijkertijd is het ook een sociaal commentaar over armoede en het uitbuiten van arme boeren.

‘Elk shot is prachtig. Toshiro Mifune, de beste Japanse drama-acteur, speelt een van zijn mooiste en grappigste rollen. Eigenlijk valt Seven Samurai is zowat alle filmgenres alles tegelijk: Japanse western, komedie, actie, psychologische thriller, noem maar op. Talloze westerse films zijn eigenlijk Seven Samurai-remakes, van de westerns van Sergio Leone tot de Magnificent Seven-films.

‘De film duurt vier uur, maar je zit non-stop op het puntje van je stoel. Ik wil hem aan iedereen laten zien en elke keer bekijk ik de film dan door hun ogen. Al mijn vrienden zeggen: daar heb je hem weer met zijn Seven Samurai.

Boek: Peter Guralnick, Sweet Soul Music (1986)

‘Een biografie lezen van een muzikant wiens werk je van haver tot gort kent, is heerlijk. Maar de allerfijnste muziekboeken maken een onbedwingbare honger in je wakker, omdat ze volstaan met albums, artiesten en nummers die je nog niet kende.

‘Van alle muziekboeken die ik las, had Sweet Soul Music van Peter Guralnick, een klassieker van de man die ook veel over Elvis Presley heeft geschreven, die uitwerking het sterkst. Ik las het voor het eerst toen internet nog niet bestond, als student. Ik wist eigenlijk niets van oude soul en wilde na elk hoofdstuk wel naar de platenzaak rennen. Ik heb een kast vol platen gekocht op grond van dat boek: Motown, Stax, Smokey Robinson, Solomon Burke, noem maar op.

‘In 2003 is Solomon Burke nota bene een keer ons voorprogramma geweest in Ahoy in Rotterdam, terwijl onze platen in die periode helemaal niet zo lekker gingen. Ik dacht terug aan Sweet Soul Music en dacht: de grote Burke, ons voorprogramma, het moet niet gekker worden.’

Museum: Art Institute of Chicago

‘Mijn moeder Linda Duritz is psychiater. Ze studeerde aan de Chicago Medical School en werkte toen ik student was nog aan de Rosalind Franklin University in die stad. Zodoende kwam ik met enige regelmaat in Chicago en leerde ik het museum kennen dat me het meest dierbaar is: het Art Institute of Chicago.

‘Als mensen me naar mijn favoriete schilderijen vragen, noem ik onwillekeurig veel werken die dáár hangen. Het enorme, muurvullende ‘wolkenschilderij’ Sky Above Clouds van Georgia O’Keeffe en Nighthawks van Edward Hopper, bijvoorbeeld.

‘En De slaapkamer van Vincent van Gogh, uit 1888. Dat schilderij heeft echt een plek in mijn hart omdat ik er op de een of andere manier veel troost uit putte toen ik me als jonge man geestelijk op de bodem van de put bevond. Vincent als lotgenoot. Ik heb er uren tegenover gezeten.’

Drankje: Negroni

‘De jongens van Bløf weten dit: ik ben een cocktail guy. Ik zeg nooit nee tegen een pina colada, met alle gevaren van dien, maar mijn favoriete cocktail is een negroni. Ik kom hier spontaan op en moet je bekennen dat ik geen idee heb hoe je een negroni maakt.’

Hij zoekt even op zijn telefoon: ‘Ah, rode vermouth, Campari en gin, steevast met een schijf sinaasappel. Ik geef er graag mijn eigen twist aan door er limoensap in te knijpen.

‘Pina colada is voor mij verbonden aan de Bahamas: we mochten daar ooit spelen, zaten er een week en ik dronk niets anders dan pina colada. Negroni’s drink ik veelal hier, in New York, hoewel het volgens mij een Californische cocktail is. Ja, kijk, hier staat het: San Francisco. Grappig: dit drankje past bij mij.’

Plein: Washington Square Park, New York

‘Mag ik nog even inzoomen op New York, tot besluit? Mijn favoriete hangout toen ik hier net woonde, was Washington Square, plein annex park in het hart van New York University. Mijn eerste appartement was aan het park.

‘Kunstenaars en tegendraadse types komen sinds jaar en dag naar Washington Square. Er hangt een alternatief en artistiek sfeertje, er zitten veel ateliers en galeries rond het plein. En er staan schaaktafels, waar wildvreemden elkaar de hand schudden en een partij tegen elkaar spelen.

‘Ik wandelde graag onder de triomfboog door het plein op. Het idee dat het daar altijd bruiste, gaf me op een gekke manier rust.

‘Ik ben er lang niet geweest, maar het is een plek die me geholpen heeft in een ingewikkelde periode van mijn leven. Ik moet er weer eens naar toe, om te vieren hoe het nu met me gaat.’

Counting Crows: Butter Miracles, The Complete Sweets!
Optreden in Nederland: 22 september in Afas Live, Amsterdam.

CV Adam Duritz
1 augustus 1964 Geboren in Baltimore.
1991 Oprichting Counting Crows.
1993 Debuutalbum August and Everything After.
1996 Album Recovering the Satellites.
1998 MTV-registratie Across a Wire: Live in New York City.
1999 Derde album This Desert Life.
2001 Solobijdragen aan filmsoundtrack Josie and the Pussycats.
2002 Vierde album Hard Candy.
2004 Hit in Nederland: Holiday in Spain (met Bløf).
2004 Hit Accidentally in Love (soundtrack Shrek 2).
2006 Live-album New Amsterdam: Live at Heineken Music Hall.
2014 Zevende album Somewhere Under Wonderland.
2025 Achtste album Butter Miracle, The Complete Sweets!

Adam Duritz woont en werkt in New York. Hij heeft sinds negen jaar een relatie en kinderen uit eerdere relaties, maar hun namen noemt hij nooit in de media.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next