Daar is ze weer, de messy millennial woman: raar, brutaal, awkward – nu in Lena Dunhams nieuwe serie Too Much. Een rolmodel, denkt onderzoeker (en millennial) Annelies van der Meij. Tot ze ontdekt dat er toch iets scheef zit.
De messy millennial woman, ik dacht dat we haar hadden achtergelaten in de jaren 2010.
Ze speelde een hoofdrol in hitseries als Girls (2012-2017) en Fleabag (2016-2019), en in (indie)films als Frances Ha (2012), Lady Bird (2018) en het Franse Jeune femme (2018).
The Guardian riep de ‘MMW’ al eens uit tot ‘het meest uitgeputte tv-cliché’.
Annelies van der Meij is promovenda aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij onderzoek doet naar feminisme en psychiatrie.
Voor wie er nog geen beeld bij heeft: de rommelige jonge vrouw is niet conventioneel knap en/of superslank, maakt dikwijls de verkeerde keuzes en heeft haar leven geheel niet op orde. Ze hunkert naar een groots en meeslepend bestaan, maar maakt vaak opvallend weinig mee.
Zo neemt Frances (gespeeld door Greta Gerwig) halverwege Frances Ha zomaar een vlucht naar Parijs, betaald met een net aangeschafte creditcard en dus geld dat ze niet heeft. Eenmaal daar zien we haar alleen door de stad dwalen, mistroostig op een bankje zitten en onwennig een sigaret roken.
Ze kent een koppel in Parijs, maar dat neemt de telefoon niet op en blijkt een weekend weg te zijn.
Terwijl Frances tegen haar vrienden thuis kan opscheppen dat ze spontaan een paar dagen in Parijs zit, weten wij als kijkers wat de waarheid is. Het tripje valt, net als zo veel in haar leven, nogal tegen.
De oorspronkelijke messy millennial woman was Hannah Horvath in Girls – of Lena Dunham, de vrouw van vlees en bloed die het personage creëerde en speelde. In de eerste aflevering smeekt wannabe-schrijver Hannah haar ouders om geld zodat ze zich kan richten op het schrijven van haar memoires. Een paar afleveringen later loopt ze jaloers rond op de boekpresentatie van een oud-klasgenoot die heeft geschreven over haar vriendje dat zelfmoord pleegde. ‘Wat een mazzel’, zegt Hannah bloedserieus. ‘Helaas leeft mijn vriendje nog.’
Girls bleef jarenlang Dunhams enige wapenfeit. Haar echte leven leek al even rommelig als dat van haar personage. Van verdere meesterwerken kwam het niet.
Tot nu dan. Deze zomer verscheen op Netflix een nieuwe serie van Dunham – langverwacht en wederom geïnspireerd op haar eigen persoonlijkheid en leven. In Too Much zien we Jessica (gespeeld door Megan Stalter) die door het leven struikelt en in allerlei opzichten doet denken aan Hannah. Ze heeft hetzelfde appelvormige figuur en de neiging om alles op zichzelf te betrekken, ze deelt net als Hannah een constante stroom aan persoonlijke anekdotes en ongepaste informatie – zoals over haar terugkerende blaasontstekingen en vaginale kwaaltjes.
En net als Hannah hult ze zich in buitensporige en slecht passende outfits – zozeer dat mensen om haar heen, in de woorden van haar ex-vriend Zev, zich alleen al bespottelijk voelen door naar haar te kijken.
Ik kan me nog goed herinneren dat Girls van start ging. Ik was 18.
De MMW was een verademing na de series en films van de jaren 2000, waarin vrouwen ofwel knap en leeghoofdig, ofwel slim en ongemakkelijk waren. En dan had je ook nog de manic pixie dream girl. Een meer alternatieve jonge vrouw met ‘gekke’ kanten die in werkelijkheid helemaal niet zo gek waren, maar vooral charmant en bedoeld om een mannelijk publiek te behagen.
Personages als Hannah leken daarentegen geschreven voor vrouwen. Ze waren irritant maar relatable. Lastig en leuk, slim en onhandig, zelfverzekerd en neurotisch. Met de wereld bezig, en vooral met hun eigen plek daarin.
Dit zegt Hannah wanneer haar ouders haar verwijten dat ze niet zo veel doet: ‘Ik moet werken, dan heb ik een etentje en daarna ben ik druk met worden wie ik ben.’
En dit is Maggie (gespeeld door Greta Gerwig) in Maggie’s Plan (2015): ‘Ik laat m’n lot liever niet aan het lot over.’
Dit waren geen vrouwen die zich thuis zaten te schamen om hun imperfecties. Dit waren vrouwen die, hongerig naar belevenissen en aandacht, de wereld in trokken. Die, wanneer de dingen niet uitpakten zoals ze wilden, blij waren met het idee toch weer iets te hebben meegemaakt.
Sluipenderwijs werd de MMW een rolmodel. Door personages als Hannah ging ik mijn eigen rommeligheid omarmen, misschien zelfs wat aanzetten. Ik ging rare dingen doen ‘voor het verhaal’. Ik verstopte mijn ambitie en ijver onder een dikke laag humor en zelfspot.
Gevoelens van depressiviteit en verlorenheid accepteerde ik, net als slechte seks, als onderdeel van een interessant en onafhankelijk leven.
Gezien worden als een rommelige jonge vrouw voelde als compliment en belediging tegelijk. Wanneer de moeder van Lady Bird haar opdraagt de beste versie van zichzelf te zijn, vraagt Lady Bird: ‘Maar wat als dit de beste versie is?’
De MMW was per definitie feilbaar. Niet briljant, geen supermodel, en ook geen bijzonder ‘goed mens’. Het worden van een MMW had iets te maken met afhaken. Met stoppen met streven naar ‘het perfecte plaatje’ en normatieve standaarden van aantrekkelijkheid, romantiek en succes.
Dat kun je een heldhaftige daad van verzet noemen, maar ook laf. Als je niet meer meedoet, kun je ook niet verliezen.
In de rol van de MMW kon je falen zonder echt te falen. Want hoe onvolmaakt de MMW ook was, ze speelde uiteindelijk wel de hoofdrol in een serie of film waar iedereen naar keek. Ze was een main character. Mijn stiekeme hoop was dat ik, net zoals zij, op mijn eigen manier uitblonk. Dat mensen, door al mijn imperfecties heen, vanzelf wel zouden zien hoe bijzonder ik was.
Het doet denken aan iets wat literatuurcriticus Becca Rothfeld eens opmerkte over Sally Rooney en haar eerste twee boeken, Conversations with Friends en Normal People. Rooney benadrukt in interviews graag hoe ‘normaal’, ‘middelmatig’ en ‘oninteressant’ ze is, en zet haar personages ook neer als ‘heel gewoon’.
Tegelijkertijd is Rooney een van de meest geprezen schrijfsters van haar generatie en zijn ook haar personages, die vaak schrijver willen worden, bijzonder getalenteerd. Ze zijn, zowat tegen wil en dank, de beste op school. En iedereen wordt de hele tijd verliefd op ze. Net als in veel andere boeken zijn de hoofdpersonen om onduidelijke redenen heel speciaal.
Dit ‘zomaar’ heel bijzonder zijn, beweert Rothfeld, appelleert aan de fantasie van veel millennials. Zij willen niets liever dan de ratrace afzweren, maar die tegelijkertijd, per ongeluk, winnen.
Ik weet nog dat ik een keer op een date tegen iemand zei dat ik eigenlijk nooit boeken las van jonge Nederlandse schrijfsters. Waarom niet? Het voelde te veel als concurrentie en ik geloofde dat ik het zelf beter kon. Mijn date keek me vragend aan.
Vanwaar deze arrogantie? Ik had toch nog nooit zelf iets gepubliceerd? Ik denk dat ik hierop ‘klopt’ zei en hard lachte.
Ik leek misschien even ‘delulu’ als Hannah Horvath, maar zag mezelf als Lena Dunham. Als ik iets belachelijks of onzinnigs zei, dan deed ik dat, zoals Fleabag, met een knipoog naar het publiek. Ik wilde immers wel dat mensen om mij lachten, maar niet dat ik werd uitgelachen.
Ik wilde niet de rommelige jonge vrouw zijn die maar wat roept en doet, maar degene die haar de woorden in de mond legde.
Ergens was de indruk gewekt dat die twee helemaal met elkaar samenvielen. Lena Dunham wás Hannah Horvath. Greta Gerwig wás Frances Ha. Phoebe Waller-Bridge wás Fleabag.
Die schijnbare overlap tussen personage en maker maakte dat ik me niet alleen een rommelige jonge vrouw voelde, maar ook de mastermind erachter: de succesvolle schrijver, acteur of regisseur.
Maar iets hieraan was scheef. In tegenstelling tot hun quasi-autobiografische personages waren Gerwig, Waller-Bridge en zelfs Dunham helemaal niet de nobody’s die ze speelden.
Frances is een dwalende en falende danseres, terwijl Greta Gerwig zelf een veelbelovende, veelgevraagde actrice was. Terwijl Fleabag in een café werkt, werd Waller-Bridge geboren in het Britse establishment. Een groot deel van haar voorouders heeft een eigen Wikipedia-pagina. Hannah uit Girls groeide op in Michigan. Haar ouders waren docenten. Dunham kwam daarentegen uit een kunstenaarsgezin in New York.
Gerwig, Waller-Bridge en Dunham rommelden niet maar wat aan. Ze bleken precies de hardwerkende girlbosses te zijn op wie hun personages juist een kritiek vormen.
Het duurde lang, te lang, voordat ik me dit realiseerde.
Natuurlijk mag iedere schrijver en filmmaker naar hartenlust personages verzinnen, maar waarom een soort loser-versie van jezelf creëren? Doordat ik me had laten inspireren door de MMW’s, had ik zelf nooit serieus werk gemaakt van mijn ambities. Ik had geleerd dat het belangrijker is om jezelf niet al te serieus te nemen, om absurde pogingen te ondernemen om ‘iets bijzonders’ mee te maken waarover je later een leuk verhaal kunt vertellen, en jezelf te zien als lopende metakritiek op je eigen bestaan.
Wat had het me gebracht? Ik was zelf (vond ik) eind twintig nog helemaal nergens. Niet beroemd, succesvol of uitgeroepen tot supertalent.
Het is veelzeggend dat de MMW bijna altijd wordt afgezet tegen een ander vrouwelijk personage dat saaier, serieuzer en geremder is. In Fleabag is het zus Claire. In Frances Ha is het beste vriendin Sophie. In Girls is het vriendin Marnie.
Vrouwen die netter en vaak slanker zijn dan de hoofdpersoon. Die een normale baan hebben en een monogame relatie. En die afkeurend kijken naar de chaotische levens van de MMW’s en hun constante blunders. Maar uiteindelijk blijken die naar het schijnt beter gelukte vrouwen allemaal even ongelukkig, en jaloers op de levenslust en excentriciteit van hun zus/beste vriendin.
De feministische boodschap is hier dat vrouwen messy mogen zijn, dat dit ze zelfs leuker maakt. De vrouw die daarvoor naar beneden moet worden gehaald, is de serieuze, dunne zuurpruim.
Zo’n tien jaar geleden mag dat een radicale boodschap zijn geweest, nu is het dat verre van. We zijn inmiddels doodgegooid met dit type vrouw. ‘Iets doen voor het plot’ is inmiddels gemeengoed.
Toch doet Dunham het met Too Much allemaal nog eens dunnetjes over. Daarbij is het overduidelijk dat hoofdpersoon Jessica, hoe dwaas en hysterisch ze ook is, uiteindelijk het publiek voor zich moet innemen. Ook Jessica is per ongeluk, onverklaarbaar, heel speciaal.
‘Ontwapenend’, wordt ze genoemd.
En toch is het allesbehalve dat. Ontwapenend. Het is juist defensief. Ik moest opeens denken aan een iconische scène in Girls, waarin Hannah ruzie maakt met haar beste vriendin en beweert dat niemand haar ooit kan kwetsen. ‘Alle gemene dingen die iemand over me zou kunnen zeggen, heb ik toch al tegen mezelf gezegd’, krijst ze. ‘En waarschijnlijk in het afgelopen half uur!’
Dit is de rommelige jonge vrouw ten voeten uit. Ze is een uitvergroting van mogelijke beledigingen. Ze lacht zichzelf uit voordat anderen dat kunnen doen. Dat kan veilig voelen, als een bevrijding zelfs, maar het is een nieuwe vorm van gevangenschap.
Veel enger en zelfs ontwapenender is om het toch maar te proberen en wel met volle overgave: serieus te worden genomen. En – ik krijg het bijna niet over m’n lippen – misschien zelfs ergens goed in te zijn.
Too Much is te streamen via Netflix.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant