Home

Stemmen in Amerika verstommen uit angst

VS

Tijdens een rondreis door de Verenigde Staten merkte Ian Kenny dat mensen stilte verkozen boven hun echte meningen. En in een democratie is stilte verstikking, betoogt hij.

‘It’s… interesting.” Overal waar ik naartoe ging in Amerika kreeg ik hetzelfde antwoord. Altijd met een pauze – een halve tel, soms langer – voordat het woord viel. Een eufemisme, een zoethoudertje, een sluier.

Deze zomer bevond ik me in het oog van de storm, één die buitenlandse correspondenten op de voet volgen, maar die zelden wordt meegemaakt door de ogen van getuigen die er middenin leven. Op uitnodiging van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken ging ik samen met 21 jonge Europese leiders uit zestien verschillende landen op reis door de Verenigde Staten – van Washington, D.C. tot diep in het Amerikaanse heartland.

Overal waar wij kwamen, stelden we open vragen: wij lezen het nieuws, maar hoe gaat het nu écht?

De frequentie waarmee wij het woord „interesting” hoorden – die beladen betekenisdrager – wees op een diepe onrust, ingegeven door angst zo sterk dat Amerikaanse burgers zichzelf actief het zwijgen oplegden. Ik had botsende meningen verwacht. Wat ik níet had verwacht, was stilte.

En wanneer woorden verschrompelen tot eufemismen – de luidruchtiger verwant van stilte – is het zaak alert te zijn.

Ik groeide op in het zogenoemde „einde van de geschiedenis”, toen het Westerse liberalisme onaantastbaar leek. Tenminste, dat is wat wij verteld kregen, en dat geloofden we ook. Ik herinner me 9/11 en de retoriek van eenheid die volgde. Toen ik de VS kort daarna bezocht als kind voelde ik de zwaarte, maar ook solidariteit.

De huidige crisis voelt anders. Er is geen externe vijand; de breuklijnen komen van binnenuit, van de huidige politieke leiders zelf. Omdat de crisis nog gaande is en zij zich er middenin bevinden, kunnen Amerikanen het nauwelijks omschrijven. Vandaar: „Interesting”.

Elk gesprek deze zomer was anders, maar de choreografie dezelfde: aarzeling, ontwijking, terugtrekking. Wat níet gezegd werd, klonk even luid als wat wél gezegd werd.

Een lid van een verkiezingsbureau dat zorgvuldig alle procedures toelichtte maar weigerde een mening te geven over gerrymandering, de partijdige opsplitsing van kiesdistricten („te splijtend”). Een jonge functionaris in een bar die mijn vragen over de huidige regering weglachte („laten we het daar niet over hebben”). Werknemers van allerlei federale instanties die „niet bevoegd waren” om commentaar te geven over „lopende zaken” (lees: alles wat ook maar enigszins politiek is).

Als burgers schromen om onder woorden te brengen wat met hun democratie gebeurt, wordt de stilte onderdeel van het verhaal. Een eenvoudige maar doeltreffende structuur die afhankelijk is van een cultuur van diepgewortelde tegenstellingen. Niet luisteren, veel vitriool, en eindeloos wijzende vingers. In de VS zijn compromis en dialoog tussen de twee partijen verwelkt, en lieten die een vacuüm achter. En, zoals steeds, haastte de macht zich om dat vacuüm te vullen.

Angst heeft zich geworteld in de hoofden van Amerikanen. Angst voor hun overheid, en voor elkaar, geeft vorm aan het dagelijks leven. Historicus Timothy Snyder noemt dit fenomeen „preventieve gehoorzaamheid”: jezelf censureren uit angst voor represailles. Het geeft vorm niet alleen aan hoe en wat mensen zeggen, maar ook aan hoever ze daarin durven gaan.

Bij een jeugdsportvereniging vroeg ik of de politieke onrust op landelijk niveau hun organisatie aantastte. Coaches vertelden me dat zichtbaar minder kinderen, in het bijzonder kinderen van kleur, deze zomer kwamen sporten. Gezinnen waren bang dat zelfs iets zo alledaags als trainen in het openbaar, ongewenst de aandacht kon trekken – dat een familielid zou kunnen worden opgepakt door ICE (de dienst Immigration and Customs Enforcement).

Terwijl wij worden meegesleept door de dramatiek van krantenkoppen – de politieke moorden op Melissa en Mark Hortman en Charlie Kirk; de onterechte deportatie van Kilmar Ábrego García naar El Salvador; de inzet van de Nationale Garde in steden om vreedzaam protest de kop in te drukken; en de naamsverandering van het Department of Defense naar het Department of War – voltrekt de ineenstorting van de Amerikaanse democratie zich in stilte, haar ondergang onhoorbaar door het lawaai. Tenzij je aandachtig luistert.

Het resultaat is een uitgehold publiek domein. Wanneer burgers slechts in bedekte termen spreken, overlijdt de democratie niet met Wagneriaanse uithalen, maar sijpelt zij beetje bij beetje weg in de kleine aarzelingen van alledag. De harde realiteit van het huidige Amerika – dat het gemakkelijker lijkt een geweer op te pakken en de loop het woord te laten doen dan het lange, moeizame werk te verrichten van naar elkaar luisteren – zegt veel over het scherp van de snede waarop het land balanceert.

Waarom doet het ertoe?

Democratie is geen abstract begrip. Je vindt het niet in instituties of in krantenkoppen alleen. Democratie is geleefde praktijk: denken, spreken, en handelen. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van gedachte vormen de fundamenten waarop onze samenleving en politiek rusten. Onze journalistiek, onze vrijheid, onze kracht.

Wanneer stemmen waar dan ook uit angst verstommen, voelen wij ook hier de echo’s. Daarom is „interesting” niet onschuldig. De les die het ons leert gaat niet alleen over Amerika – al is dat misschien de meest urgente casus in het Westen –, het gaat over democratie zelf.

Als woorden zuurstof zijn, dan is stilte verstikking. Zonder moedige spraak stokt het gesprek.

Ian Kenny is directeur van het John Adams Institute.

Source: NRC

Previous

Next