Vorige week, na de val van de zoveelste Franse regering, nodigde de radiozender France Culture Pierre Rosanvallon uit. Rosanvallon, socioloog, historicus en auteur van meerdere boeken over de Franse democratie, heeft een scherp oog voor wat er misgaat in de democratie en wat je eraan kunt doen. Hij constateerde dat veel Fransen zich niet meer vertegenwoordigd voelen door politieke partijen, en zich moeilijk kunnen identificeren met de machinaties van die partijen in parlement en senaat. Politieke gevechten tussen volksvertegenwoordigers gaan vooral over welke partij kan scoren tegenover andere partijen of wie er welke postjes krijgt. Issues die kiezers wel belangrijk vinden, komen minder aan bod. Neem Gaza, zei Rosanvallon. Volgens peilingen hebben burgers daar moreel meer moeite mee dan politici. Ze willen harder optreden tegen Israël. Nu gaan ze de straat maar op. Ook over pensioenen voelen veel burgers zich weinig gehoord. Zo krijg je groepen als ‘Bloquons Tout’, die het land platleggen. Politieke partijen gebruiken democratische instituties om machtsspelletjes te spelen in plaats van het volk te vertegenwoordigen of in debat te gaan met kiezers over de noodzaak van compromissen. Als we niet oppassen, zegt Rosanvallon, nemen schreeuwers het over. Dan zijn er überhaupt geen compromissen meer. Daarom „moeten we nu nieuwe instrumenten bedenken om de vertegenwoordiging van burgers in de politiek, en toezicht en controle op de macht, anders te regelen”.
Veel Nederlanders zullen dit beeld wel herkennen. Kiezers elders in Europa ook. In veel landen vertegenwoordigen politieke partijen meer het regeringsstandpunt of het ántiregeringsstandpunt in het parlement, dan dat ze kiezers vertegenwoordigen. Zo krijg je een top-down-democratie, in plaats van een bottom-up-democratie: politici werken voor de macht, niet voor de burger. En kijk uit, dit plant zich voort in de Europese politiek. Want in Europa worden alle belangrijke beslissingen genomen door nationale regeringen. Steeds meer, zelfs.
Vroeger ging de Europese politiek vooral over schijnbaar technische onderwerpen als het Derde Mobiliteitspakket of de Elektriciteitsrichtlijn. Onbegrijpelijk voor veel burgers. Maar nu, door de terugkeer van keiharde mondiale machtspolitiek, moeten EU-lidstaten hun defensie en veiligheid samen regelen – alleen kunnen ze dat niet meer. Dus liggen politieke onderwerpen als defensie en veiligheid nu op tafel in Brussel. Goed nieuws voor burgers: dit begrijpen ze. Ze vinden er wat van, hebben verwachtingen. Ze volgen met groeiende interesse wat er in Brussel gebeurt. Maar vervolgens knappen ze af, omdat dingen stagneren.
Drie voorbeelden. De overgrote meerderheid van Europeanen heeft veel meer vertrouwen in een Europees leger dan in nationale defensie (zelfs de Fransen!) of de NAVO. De meesten vinden ook dat EU-voorzitter Von der Leyen in juli nooit het „vernederende” handelsakkoord met president Trump had moeten sluiten. En het ergert velen dat de EU Israël geen sancties oplegt vanwege de genocide in Gaza – waarmee de EU ook het internationale recht negeert dat ze wel tegen Rusland inroept. Op alle drie punten worden zij in Brussel door hun eigen regeringen tegengewerkt. Regeringen bouwen vooral hun nationale legers en defensie-industrie op, in plaats van het goedkoper en efficiënter Europees te doen. Het waren nationale regeringen die de Commissie instrueerden om het op een akkoordje te gooien met Trump. En zij zijn zo verdeeld over Gaza, dat er geen collectief standpunt is en maatregelen uitblijven.
Op gevoelige terreinen als defensie weigeren regeringen, bang om de controle te verliezen, het Europese parlement te laten meebeslissen. Dat kunnen ze namelijk moeilijker controleren dan hun eigen nationale parlement. Gevolg: nationale regeringen, die niet alleen hun land runnen maar tegenwoordig ook half Europa, leggen over het enige stukje echt Europees defensiebeleid – Europese leningen aan lidstaten (het SAFE-programma) – geen verantwoording af in het nationale én Europese parlement. Dat is er met een noodprocedure doorheen geramd. Het Europese parlement is nu naar de rechter gestapt.
Dit wordt een interessante testcase. Niet alleen de nationale democratie moet, zoals Rosanvallon zei, worden opgelapt met betere vertegenwoordiging van burgers en beter toezicht en controle op de macht. De Europese democratie ook.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC