Home

Filosofietjes

Bij de helderblauwe rivier de Kolpa die de grens vormt tussen Slovenië en Kroatië, hadden we aan de Sloveense kant een huisje aan de oever gehuurd. Overdag dreven we op een sup tussen de vissen en waterslangen en zwommen af en toe naar de oever aan de andere kant om even in Kroatië te kunnen zijn. Iedere avond aten we bij het buurtrestaurant aan een waterval verse forel met gegrilde groenten, in onze nopjes over hoe lekker en goedkoop alles was. Bij de koffie, de kinderen verdwenen in de belendende appelboomgaard, bespraken we onze filosofietjes over de levensstandaard in Slovenië. Zo zijn de supermarkten daar bescheiden, zodat je verlangens naar meer en anders (zoals in Franse hypermarchés) ook binnen de perken blijven. „Het is hier ongeveer 1998, het jaar waarin we allemaal tevreden waren”, zeiden we steeds weer tegen elkaar.

Flauw en bezadigd, misschien, maar dat ben je nu eenmaal als je de hele dag op een sup hebt doorgebracht, zacht peddelend en met een door de zon opgewarmd en kwebbelend peutertje, met een donkerblauw badpakje en twee roze vleugeltjes als passagier.

Op zekere dag verstoorde een opgeschoten gezin met volwassen kinderen in een felgele rubberboot de vrede. Ze hielden ter hoogte van ons huisje stil aan de Kroatische oever, waar een aalscholver een nest had. De vader kreeg het dier in het vizier en greep het, met een vuist om de magere nek. Hij schudde de vogel op en neer, trok hem onder water en hield hem daar. Zijn gezinsleden juichten en lachten. Ik begon te roepen, maar niet heel hard, omdat ik aan die man zag dat hij geen bezwaar zou hebben tegen het waterboarden van mensen.

Die avond ging ons gesprek over de Balkanoorlog, PTSS, residuen van wreedheid, maar wederom deden we, zo onder elkaar, geen moeite veel nuance aan te brengen binnen ons kabbelende geleuter. Als gast in een onbekend land is het fijn om wat zekerheden over je omstandigheden te forceren, die je bij thuiskomst hopelijk weer vergeet.

De laatste avond voor vertrek aten we in het restaurant ijs met de kinderen. Een oude, Sloveense man zat aan een tafel verderop met vrienden te eten, en af en toe naar ons te lachen. We hadden vaker opgemerkt dat ons betrekkelijk grote gezin door omstanders hier hogelijk gewaardeerd werd, maar deze man ging een stapje verder. Toen we opstonden om te vertrekken stond hij ook op en salueerde naar ons, terwijl zijn vrienden goedkeurend knikten.

Op de terugweg stopten we in Bad Gastein, een bergstadje rond een waterval vol belle époque-architectuur. Op het balkon van ons hotel dronken we nog een glas wijn terwijl de kinderen al sliepen. Uit een open raam in het dal klonk Schubert. We kwamen er eindelijk toe aan ons idee over de noodzaak tot een sterke Europese identiteit in een benauwde wereld. Noodgedwongen misschien, maar toch ook opwindend. Schubert kon zomaar ook van ons worden. Bovendien, zo mijmerden we terwijl we naar de pastelkleurige gevels om ons heen staarden: wát een continent. Dit op drie na mooiste stadje van Oostenrijk zou voor iedere Amerikaanse toerist een betoverend wonder zijn.

We ijlden door en kwamen aan bij de oude man op het terras. In de donkere nacht durfden we aan elkaar toe te geven dat zijn eerbetoon ons emotioneerde. Al dat harde gezinswerk, die opoffering: het werd gezien en geprezen.

Daarna waren we even stil en keken elkaar aan. Onschuldige filosofietjes. Oef.

De hoogste tijd om naar huis te gaan.

Sarah Sluimer schrijft elke week een column. Ze is de auteur van boeken, essays en toneelstukken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next