Home

De stille dood van de moeder aller hybrides: de Prius

Hybride auto Na 25 jaar verdwijnt de Toyota Prius in Nederland van de markt. Behalve de stekkerauto maakte ook interne concurrentie hem overbodig, inmiddels kun je bijna alle Toyota’s als hybride kopen. Wat gaat de trouwe aanhang missen?

Het eerste Prius-prototype, uit 1994.

Dat de Prius zuinig is, wist je. Maar sterk dat die dingen zijn! Die van Erik Honkoop, onderhandelaar bij het CNV, moet nu 480.000 kilometer hebben gelopen. Bij drie ton sprong de teller van zijn 24 jaar oude Prius weer op nul en daarna reed hij er nog 180.000 kilometer bij. „Hij ziet er niet uit, maar de verbruiksmeter geeft tussen de 4 en 4,2 liter benzine per honderd kilometer aan en meestal heb ik er geen omkijken naar. Ik houd van saaie, functionele auto’s.”

Het geheim van de hybride Toyota was naast betrouwbare techniek natuurlijk ook de zuinigheid en het oppassende publiek dat ervoor viel. Je ging niet trappen in je spaarpot. De Prius leerde Nederland weer rustig rijden.

Frank Visser, programmamanager aan de Hogeschool Utrecht, kocht zijn Prius als zelfstandige in 2012 nieuw, mede aangelokt door de fiscale voordelen waarmee de overheid milieuvriendelijke auto’s destijds stimuleerde. Hij heeft een Prius Plug-in, het in 2011 geïntroduceerde model met een grotere, oplaadbare batterij waarmee de auto tot 25 kilometer elektrisch kon afleggen. Voor een autoliefhebber met een BMW- en Porsche-verleden leek zijn aankoop een ludieke trendbreuk, maar Visser ging zo van de auto houden dat hij hem 275.000 kilometer verder nog steeds heeft. „Het is niet de lekkerst rijdende en beste auto die ik heb, maar hij is als een koelkast of koffiezetapparaat; je zet hem aan en hij doet het.” Hij heeft ook nog een Lexus GS 450h en een Land Rover Discovery, „maar als we op auto’s zouden moeten bezuinigen zou deze overblijven”. Zijn kinderen zitten er beter in dan in de Lexus, hij mankeert zelden iets en Vissers mountainbike kan gewoon mee, zo ruim.

Schuchter sedannetje

De nu legendarische reputatie van de auto moest wel groeien. In Japan was de eerste Prius in 1997 meteen een succes, maar toen hij drie jaar later in Nederland aankwam was spot zijn deel. Van hybrides had de Nederlander nooit gehoord en dit schuchter kijkende sedannetje op zijn dunne bandjes zou geen schoonheidsprijzen winnen. Waarom zou je in een auto ook een benzine- en elektromotor combineren om hem zuiniger te laten rijden als diesels 1 op 20 liepen? Zakelijk Nederland reed diesel of benzine, Tesla bestond niet en niemand kon voorzien hoe de EV de wereld zou veranderen.

Autoliefhebbers vonden de eerste Prius maar een zielig ding met zijn luttele 72 pk en het bij stevig optrekken vreemd loeiende, traploze automaatje. Anderzijds haalde hij 1 op 20 met een voor die tijd extreem lage CO2-uitstoot van 138 gram per kilometer. Maar alleen diehard techneuten en een handvol milieubewuste particulieren sloegen in eerste instantie op die deugden aan, zegt Toyota-dealer Gilbert van Gent in een van zijn vestigingen in Veenendaal. De brede massa zag de noodzaak niet en de spreekwoordelijk verstandige Toyota-rijder keek de kat uit de boom.

„Je moest een Prius wel uitleggen”, zegt hij. Mensen hadden vooroordelen en reserves. Over het model, over de automaat, over de duurzaamheid van de batterij. Toyota-kopers gaan niet over één nacht ijs, „dus de techniek moest wel bewezen goed zijn”. Ook het rijden met die vreemde automaat vroeg enige gewenning. Bij de proefritten reed Van Gent graag mee om de gewenste omgangsvormen met de auto toe te lichten; kalm aan, dan breekt het lijntje niet. Dan viel steeds vaker het kwartje dat vervolgens bij de pomp een daalder waard bleek.

Trendbreuk

Zijn historische betekenis kan niet hoog genoeg worden geschat. De Prius was een trendbreuk, een voorbode van de energietransitie in de autobranche. Bij vooruitziende autoconcerns stond milieu in de jaren negentig wel degelijk op de radar. Milieu-eisen werden aangescherpt, Californië draaide zich met vallen en opstaan warm voor een emissievrij wagenpark, al kwam daar weinig van, en in Japan was de klimaatconferentie van Kyoto (1997) niet ver meer. Volledige elektrische auto’s waren met de technologie van toen geen optie en zo koos Toyota voor hybride als het nuchtere alternatief.

De techniek was al voor 1900 uitgevonden; in 1900 bouwde Porsche-grondlegger Ferdinand Porsche de Lohner-Porsche met een benzinemotor en elektromotoren in de wielen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw zou Audi nog met hybride experimenteren, maar in grootschalige commerciële toepassing leek niemand te geloven.

Toyota zocht en vond het ei van Columbus. Combineer een verbrandingsmotor met een elektromotor, koppel de aandrijflijn aan een zogenaamde continu variabele transmissie ofwel CVT, die de motor altijd op het ecologisch optimale toerental laat draaien. Laat de auto tijdens het rijden energie terugwinnen bij het afremmen of het loslaten van het gaspedaal. Sla die op in een klein batterijtje, en de auto kan bij lage snelheden en binnen de bebouwde kom stil en emissievrij stukjes elektrisch rijden. De uitdaging was het procedé geschikt te maken voor een betaalbare, compacte en toch ruime auto die de helft zou verbruiken van een vergelijkbaar benzinemodel. Dat lukte met een technische brille die de leek boven de pet gaat, maar waarover techneuten als Prius-rijder Frank Visser niet uitgepraat raken.

Auto van het Jaar

Toyota liet zich door de aanvankelijke scepsis niet weerhouden. In 2003 kwam het met een nieuwe Prius, die er beter uitzag en nog zuiniger was; 1 op 25 was haalbaar. Toen hij in 2005 Auto van het Jaar werd, kwam er gang in de verkoop. In de showrooms meldden zich de klanten die je nu als echte Prius-rijders identificeert. Automobilisten met hart voor het milieu, geen showtypes of statusjagers, hoger opgeleid met vaak licht alternatieve trekken, mensen die vroeger Saabs of Citroëns reden.

De afzet explodeerde toen de overheid fiscaal ging stimuleren. De Prius was al bpm-vrij en in 2012 en 2013 zakte voor zakelijke rijders de bijtelling voor de plug-in-versie naar nul procent. Door de CO2-uitstoot van 49 gram per kilometer betaalde je bovendien tot 2015 geen wegenbelasting en met gebruikmaking van subsidieregelingen kon het fiscaal aftrekbare bedrag voor zakelijke rijders over een periode van vijf jaar oplopen tot 53.734 euro. Dat was meer dan hij kostte, zo’n 38.000 euro. Toyota-dealers draaiden overuren, herinnert Gilbert van Gent zich. „Wij hebben hier ondernemersavonden georganiseerd. De showroom zat vol accountants en mensen bestelden blind zo’n auto. Pas als ze hun handtekening hadden gezet, vroegen ze: ‘Hoe ziet-ie er eigenlijk uit?’”

Ook als de eerste aanblik tegenviel, maakten zijn verdiensten letterlijk en figuurlijk alles goed. Technisch bleek de Prius topklasse. Wim van de Ven, aftersales-manager bij Van Gent, kreeg als Toyota-monteur en later bij de Wegenwacht te maken met de Prius, of juist niet. In de werkplaats zag hij Priussen met drie ton op de teller die hun eerste set remblokken en remschijven nog hadden. „Bij andere auto’s gaan die misschien zestig- tot tachtigduizend kilometer mee.” De auto was zo goed dat kwaliteiten soms per ongeluk gebreken werden. „De remmen achter hoefden door het regeneratieve remmen op de motor zo weinig te worden ingezet, dat ze konden gaan roesten.”

Helemáál zonder zonden was hij niet. Bij de eerste Prius kregen exemplaren met veel kilometers na lang stilstaan soms problemen met de accu. En bij de zware Prius Wagon ging, zeker wanneer hij als taxi werd ingezet, bij kilometerstanden boven twee ton de koppakking er weleens aan. Maar het waren de uitzonderingen op de regel.

Eerste generatie

Tweede generatie

Derde generatie

Vierde generatie

Zo werd het koekoeksei alsnog een populaire auto. In totaal zijn er 8,4 miljoen gebouwd. Toch ging het de laatste jaren met de Nederlandse verkoop bergafwaarts. Ten eerste had Toyota gaandeweg het hele modellengamma gehybridiseerd, waardoor de Prius zijn monopoliepositie was kwijtgeraakt. Ten tweede werd elektrisch rijden populairder. En ten derde was de in 2016 gelanceerde Prius van de vierde generatie een wel heel vreemde eend.

Antimodieus milieustatement

Toyota had zonder enige consideratie voor esthetische conventies alles uit de kast gehaald om hem zo zuinig en gestroomlijnd mogelijk te maken. Gevolg: hij zag er hoogst merkwaardig uit, en tegelijkertijd was dat zijn charme. Je kon je kwaad maken over die bizarre, plompe achterkant, hij reed beter dan zijn voorgangers en verbruikte 1 op 32,6, het laagste verbruik dat ik ooit met een benzineauto heb gehaald. Maar toen kon je ook al een minder excentriek ogende Toyota als hybride kopen, zegt Van Gent. De zakelijke Prius-rijder koos bijvoorbeeld een Corolla Touring Sports, ook zuinig. „De techniek was al in veel meer Toyota’s leverbaar en mensen dachten: dan maar in een gewoon schilletje.”

Een controversiële Toyota, wie had dat gedacht? Maar welke fabrikant heeft ooit zo’n antimodieus milieustatement durven maken als Toyota met de Prius IV? Hij druiste tegen alle trends in. Hij ging niet hard, hij oogde niet dynamisch, wekte geen beestachtige onderbuikgevoelens op. Hij was en bleef dat intelligente, onverwoestbare en ongekend zuinige werkpaard. Als vaandeldrager van de hybride techniek heeft hij er bovendien stevig aan bijgedragen dat het Toyota-concern in 2020, toen Europa autofabrikanten een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram oplegde, van alle fossiele automerken de nieuwe norm het dichtst naderde. Het had die emissiereductie bereikt zonder volledig elektrische auto’s, terwijl de kritiek nu altijd was dat Toyota daar veel te laat aan was begonnen.

Maar het oog wil ook wat, had Toyota ingezien. Om de verkoop op te krikken kwam het in 2023 met een mooie Prius. De vijfde generatie was laag als een sportwagen, strak als een vuistbijl, met 223 pk sneller dan enige voorganger. Helaas was een prijs vanaf zo’n 45.000 euro de Prius-rijder misschien iets te gortig, en de Corolla-vluchtweg was al ingezet. Hoe ironisch dat de mooiste Prius ooit zo mondjesmaat verkocht als zijn sullige stamvader van 1997. Terwijl hij achter die esthetische façade heus zijn naam verdient, blijkt als ik hem for old times’ sake een weekje meeneem bij de importeur. Na zo’n 550 kilometer rijden tank ik 17 liter benzine. Met regelmatig laden rijd je in je eigen regio met zijn elektrische bereik van inmiddels 75 kilometer nooit op benzine, en daarna zelfs op de snelweg 1 op 30. Fantastisch.

Dankjewel, Prius. Je was geweldig.

Source: NRC

Previous

Next