Dierenleed Mohammed Benzakour reist naar de Atlas om „nog één keer” de honden te horen meezingen met de muezzins, die oproepen tot gebed. Vanwege het WK voetbal in 2030 worden straathonden in Marokko massaal gedood.
„Ik hou niet van honden. Geen dier is zo indiscreet, opdringerig, rumoerig en obsceen als een hond. Een hond kan blaffen, stom, eindeloos, eentonig, afmartelend: een hond vult het heelal met zijn imbeciele, alles doordringend geblaf, als geen beest.”
Dit schreef Louis Couperus in 1910. Maar Couperus heeft nooit Marokko bereisd, want dan had hij een klein wonder meegemaakt. Als het vale licht er over de heuvels en daken strijkt en via de open raamluiken naar binnen dringt, blaffen inderdaad de honden naar de maan, het stille geweten van de aarde. Maar dan… als even later de plaatselijke muezzin, de gebedsoproeper, zijn godvruchtige formules vanaf de minaret over de goegemeente uitstort, gaat het hondengeblaf plotseling over in een loeiend, haast wolfachtig gehuil.
Hayya ‘ala as-salah – Kom naar het gebed
Hayya ‘ala l-falah – Kom naar het heil
Allahu Akbar – Allah is de grootste
La ilaha illa Allah – Er is geen god dan Allah
De honden gooien hun kop in de nek, de luchtpijp staat voluit open, de galm en stembuigingen volgen de klankkleur van de muezzin. Zodat het luchtruim zich vult met naadloos in elkaar overvloeiend gezang van hond en mens.
Deze muzikale saamhorigheid, compleet met voorzang, invallers, meerstemmigheid en akkoorden (alleen een volumeregelaar ontbreekt) roept net als in een koor een gevoel van lotsverbondenheid op. Want zodra de muezzin klaar is, stoppen ook de honden, waarna een maagdelijke stilte volgt. Volgens Gerard Reve zijn katten katholieke dieren, maar nooit hoorde ik iemand beweren dat honden islamitische schepsels zijn.
Hoe dan ook, deze hartstochtelijke nachthymnes, zo kenmerkend voor de valleien van de Rif en de Atlas, behoren straks, over vijf jaar, tot het verleden – als het aan de Marokkaanse overheid ligt. Want sinds de bekendmaking op 4 oktober 2023 dat Marokko (samen met Portugal en Spanje) het WK Voetbal 2030 mag organiseren, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken (naast plannen om de stadions en het wegennet op te lappen) een campagne op touw gezet om schoon schip te maken met zwerfhonden. Er leven ongeveer drie miljoen straathonden in Marokko en er werden er jaarlijks al circa 300.000 afgeschoten, maar volgens dierenorganisaties zijn deze aantallen explosief gestegen sinds de toewijzing van het WK. Gruwelijke beelden en rapporten van de organisatie Association Salsabil pour les Animaux Fès getuigen van barbaarse praktijken. Volgens de Internationale Dierencoalitie IAWPC is een van de gebruikte methoden vergiftiging met strychnine, door het in voedsel te stoppen of in de hond te injecteren. Schutters in overheidsdienst doorkruisen dag en nacht de stedelijke en landelijke gebieden; soms is hun schot zuiver, maar vaak ook niet. Beelden tonen honden die bloedend achtergelaten worden, spartelend en schreeuwend van de pijn, waarna ze wegrotten in de brandende zon. Bij drijfjachten worden metalen klemmen ingezet, waarna de honden in vrachtwagens worden gesmeten, om te worden doodgeknuppeld, vergiftigd, verbrand of gedumpt in massagraven, sommige nog levend.
De reden van deze beestachtigheden? De voetbalvreugde van de stroom toeristen en voetbalfans mag straks niet verpest worden door de aanblik van armetierige straatdieren.
Straathonden in Marrakech.
De prominente dierenactivist Jane Goodall schreef een open brief aan de secretaris-generaal van de FIFA, Mattias Grafström. „Ik weet dat u hard hebt gewerkt om de reputatie van de FIFA te herstellen na recente schandalen. Als u echter niets doet, zal de FIFA bekendstaan om zijn medeplichtigheid aan een afschuwelijke daad van barbaarsheid […] ik dring er met klem bij u op aan ervoor te zorgen dat de moordpartijen stoppen.”
De brief haalde nochtans niet veel uit. Marokkaanse autoriteiten ontkennen dat er lukrake moordpartijen plaatsvinden.
Een aantal dierenorganisaties bood alternatieve hulp aan, zoals sterilisatie en vaccinatie, maar de regering bedankte vriendelijk en blijft vasthouden aan het eigen officiële beleid van Vangen-Steriliseren-Vaccineren-Terugzetten dat vanaf 2019 is ingezet als ‘humane oplossing’ voor het zwerfdierenprobleem. De minister van Binnenlandse Zaken, Abdelouafi Laftit, wees er voorts op dat we ook niet moeten vergeten dat „wie gebeten of gekrabd wordt, kans loopt op hondsdolheid, met mogelijk dodelijke afloop”.
Een interessante opmerking. Als we hem doortrekken, betekent het dat als de Olympische Winterspelen in de Roemeense Karpaten worden gehouden, we ook preventief alle beren mogen afschieten.
Hoe dan ook besloot ik, nu het nog kan, nu er nog wilde honden ronddwalen, om af te reizen naar de Atlas en nog één keer getuige te zijn van die unieke samenzang van hond en muezzin.
De landing was ingezet. Bezien vanuit de hoogte bezat het grillige berglandschap een zekere orde en logica, maar vooral hadden de gele, dorre, kale vlaktes één boodschap: hoe hard de droogte had toegeslagen. In de brochure in het leesnetje las ik een gastvrij zinnetje: „Les palmiers vous réservent un accueil chaleureux.”
In het luchthavengebouw van Marrakech merkte je niks van de droogte. Alles blonk en alles rook fris. Prachtig betegelde wanden en vloeren vol geometrische arabesken. Ik zag een groep Indiase zakenlui in driedelige kostuums, een rits keurig gekapte Japanners, enkele vlezige Saoediërs in die bekende lange witte gewaden, als een universeel priesterschap van zuiver geld. Deze lieden weten natuurlijk allemaal, en misschien is dat zelfs de reden van hun komst, dat na Noorwegen Marokko de bezitter is van de grootste fosfaatreserves, cruciaal voor de kunstmestproductie en toekomstige energietransities. Maar dat de winning en verwerking ervan rampzalig uitpakt voor mens en milieu, interesseert ze weinig, het staatsbedrijf OCP (Office Chérifien des Phosphates) nog minder. Want ja, ook in Marokko draaft de economie door als een dolle stier, of moet ik zeggen: als een dolle hond?
Onderweg naar mijn logement, een keur aan sushitenten en pizzeria’s passerend, rotondes vol razende brommers en fietsen, kon ik ook aan het stof op het wegdek zien dat het lang niet had geregend. In de stadsparken en plantsoenen waren hoveniers druk doende met tuinslangen en automatische fonteinen om de bomen en bloemen, als aan het infuus, in leven te houden. De enkele honden die ik zag lebberden aan de fonteinen en werden weggejaagd. Maar droogte laat zich niet wegjagen of verstoppen, die kan je ruiken, net als de dood. „Er is al maanden geen spatje uit de hemel gevallen”, vertelde de receptionist. „Maar alles is in Zijn handen, alhamdoulillah.”
Klimaatverandering raakt niet alleen de natuur, ook de godsdienst moet eraan geloven. Over een kleine maand zou het Offerfeest plaatsvinden, maar dit jaar moest het sober, verdomd sober: zónder schaap. De droogte had immers tot een extreme afname van de veestapel geleid en daarmee tot krankzinnige prijsstijgingen, waardoor een doorsneegezin zich geen schaap kon veroorloven. Om zwendel en woekerprijzen te voorkomen trok koning Mohammed VI één lijn: niemand mocht een druppel bloed laten vloeien. Wie het decreet negeerde en toch het mes oppakte riskeerde een pikante geldboete. De enige die de heilige halsslagader mocht doorsnijden was, natuurlijk, de koning himself – namens het volk. Hoewel het niks van doen had met diervriendelijkheid, was dit uitzonderlijke decreet prachtig nieuws voor de schapen.
Over een paar dagen zou ik doorreizen naar Sidi Ifni, het schone, kalme, toeristenarme kustplaatsje onder Agadir. Maar nu eerst Marrakech. Na een koude douche maakte ik een wandeling langs de oude stadspoorten, vol met gaten waaruit de zwaluwen als engelen in- en uitvlogen. Toen even later in de verte het laatste rode licht overging in het maneschijnsel en de zwaluwen geruisloos oplosten in het avond-indigo, klonken uit alle omringende minaretten de gebruikelijke formules, maar geen hond die zich liet horen…
Wel zag ik op elke hoek waterbakjes met kliekjes en visresten, voor de katten en kittens. En wie aan de dis plaatsneemt met een dampende kiptajine hoort al snel een paar scharminkels aan z’n voeten miauwen, nooit tevergeefs. Aan katten stoort niemand zich. Maar katten hebben sowieso een streepje voor, al was het maar omdat profeet Mohammed een grote kattenvriend was. Het verhaal gaat dat op een nacht, toen hij wilde opstaan voor het nachtgebed, zijn kat op zijn mantel lag te slapen. Om het dier niet te storen, sneed hij het stuk van zijn mantel af waarop de kat sliep.
Maar honden spinnen niet (hoogstens glimlachen ze met een kwispelende staart), en net als Couperus vindt men ze vies, allesvreters, ze likken, lebberen, plassen en schijten overal. Bovendien jagen ze met hun scherpe tanden de mensen soms de stuipen op het lijf. Het zijn ook nog eens wandelende bolwerken van vlooien (waar moeten trouwens al die miljarden vlooien heen als er straks geen honden meer zijn? Zoeken ze hun heil in de jachtvelden van de menselijke oksels, in kruinen en kruisen?). Maar vooral het stempeltje ‘onrein’ kleeft aan ze: word je gelikt of aangeraakt door een hond dan moet je de gebedswassing opnieuw doen. Om maar te zwijgen van de gênante taferelen wanneer zo’n roedel ineens midden op straat obsceniteiten demonstreert. In plaats van verse brokken krijgen ze verse stenen naar de snufferd. Dus nee, schoothondjes tref je hier niet snel aan.
Maar één ander diertje, dat moet gezegd, leeft in deze stad prinsheerlijk. Ik maakte er de volgende dag kennis mee, toen ik zocht naar een ouderwetse kapper, zo eentje met een krappe salon en die maar twee modellen kent, kort of kaal. Ik vond hem, en hij had de schaar nog niet gepakt of er vloog een klein, bruin vogeltje naar binnen. In de spiegel zag ik hoe het naar de hoekkast fladderde en vlak onder het plafond verdween. Daarna scheerde het weer weg, vlak boven m’n hoofd. Het was net een sprookje, maar de barbier knipte onverstoord verder. Toen hij de verbluffing in mijn stem hoorde zei hij glimlachend: „Deze lala tbibt woont al jaren bij mij in.”
Dat ‘lala’, madam, sloeg op haar heilige status, omdat het vogeltje van alle Marokkaanse steden uitgerekend Marrakech, de stad met de meeste heiligen, had uitgekozen ter vestiging.
Na het kopje thee en de Rêve d’Or in m’n nek rekende ik 40 dirham af (4 euro) en slenterde de hele weg terug, alsmaar turend naar boven. Toen pas viel me op hoe de lala tbibts in vrijwel de hele medina in en uit de ramen vlogen. In alle gangen en steegjes was het een vrolijk komen en gaan. Met zijn zwartgestreepte kopje eiste deze ‘emberiza sahari’, huisgors, het woonrecht op in keukens en slaapkamers. Het schroomt niet om etenswaren uit de huizen te stelen. Bij bakkers fladdert het naar binnen, pikt bolletjes deeg van de grond; bij kruideniers vliegen ze in groepjes van drie, vier over de toonbank, sommigen strijken neer op een hand of plukken aan het hoofdhaar terwijl de winkelier een granenmengsel uit de zakken leeg kiepert. Niets wordt een lala tbibt in de weg gelegd. Er bloeien zelfs vriendschappen op met de buurtbewoners. Zo vertelde een notenboer dat als hij soms vanwege de tocht het raam dichtdeed zijn lala tbibt daar „zo pissig van werd en net zo lang op de ramen ging tikken” tot hij de luiken weer opendeed.
Op de vraag of hij ook weleens een hond binnenliet: „Ben je gek? Honden horen niet in huis.”
Ik zette mijn reis voort richting Sidi Ifni. Een dollemansrit door de Hoge Atlas, waar de aardbeving (september 2023) diepe sporen had getrokken. Overal doken de naar beneden gedonderde brokstukken op, er waren talloze afgesloten rijstroken, een rits graafmachines, bulldozers, vrachtwagens en asfaltmachines. In de valleien zag ik ingestorte huisjes met daarnaast containers als woonunits waartussen waslijnen waren gespannen met soms een wapperende Palestijnse vlag en eronder een dommelende hond.
Moe en geradbraakt arriveerde ik bij mijn hotel – maar het langverwachte zangkoor in de avond maakte alles weer goed. Precies vier nachten achtereen genoot ik van het hartstochtelijke geloei vanaf de heuvels, hoe de honden de muezzin muzikaal begeleidden. Telkens bleef ik ademloos luisteren, hier was ik voor gekomen. Tot de vijfde nacht. Op die nacht werd ik hardhandig getuige van een ander geluid. Het was ver na enen, ik lag in bed te lezen, kon niet slapen, toen plotseling een harde paf-paf-paf! klonk, gevolgd door ijselijk gejank, daarna opnieuw geweerschoten, toen stilte. Snel sloeg ik het laken van me af, rende naar het raam maar zag enkel duisternis en hoorde wat onverstaanbare stemmen.
De plassen donkerrood bloed die ik de volgende morgen her en der aantrof vormden het laatste aandenken aan de viervoetige cantors. Elke bloem in mijn hart veranderde in een ijsbloem. Men sprak over „gewapende mannen in donkere busjes”.
Toen ik later die dag een jonge Britse vrouw die daar woonde, met wie ik mij had ontfermd over een nestje weeskittens, vertelde over de executie was haar reactie: „Ik hoor die knallen vaker, het is afschuwelijk. Maar ik heb hier nóóit last gehad van honden, eerder van mannen.”
Ik lachte.
„Weet je”, ging ze verder, „als Marokko écht goede sier wil maken in de wereld, kan ze beter die gigantische hoeveelheden zwerfplastic aanpakken en al die stinkende afvalbelten. Moet je kijken”, en ze wees naar een broeierige huisvuilhoop aan de overkant.
Ik knikte, waarop ze zei: „Dan zijn we ook gelijk af van die miljarden tergende vliegen, dáár krijg ik nou de zenuwen van, die vieze, plakkerige strontvliegen. Niet van een lief puppy.”
Nog geen maand later zou de administratieve rechtbank van Rabat het ministerie van Binnenlandse Zaken aansprakelijk stellen voor het op grote schaal doden van zwerfhonden en -katten. De zaak, aangespannen door onder meer de Moroccan Animal Rescue Association en de Chefchaouen Association for Kindness Towards Animals, ging erover dat de schietpartijen, vergiftigingen en gewelddadige razzia’s de ethische normen schenden en traumatisch uitpakken, voor kinderen in het bijzonder. Ook als ze ’s nachts plaatsvinden.
Les Ward, voorzitter van de IAWPC, verwelkomde de uitspraak: „Dit is weer een belangrijk moment in de strijd voor dierenwelzijn in Marokko. Al in november 2022 veroordeelde en beboette een Marokkaanse rechter de gouverneur van de provincie Nador voor het doden van zwerfhonden als onderdeel van een campagne die de gemeente uitvoerde. De rechter beschreef het doden als „onbeschaafd”, uitgevoerd op een brute manier, zoals schieten en vergiftigen.”
Sommigen vinden zulke rechterlijke uitspraken slechts symboliek, maar symbolen zijn belangrijk en dit zou zomaar een belangrijk precedent kunnen scheppen voor dierenbeschermingswetten in de hele regio. En inderdaad, intussen heeft het Marokkaanse parlement een wetsvoorstel goedgekeurd dat onder meer toeziet op straathonden. Volgens de regering is het voorstel bedoeld om „maatregelen te treffen tegen de overlast en gezondheidsrisico’s” die de dieren zouden veroorzaken. Ook komen er speciale opvangcentra, toezichtcommissies en duidelijke regels voor het houden van dieren. Politieagenten, speciale gemeente-ambtenaren en beëdigde controleurs mogen controles uitvoeren, overtredingen vastleggen en doorsturen naar het Openbaar Ministerie. Ze mogen ook privéterreinen betreden, voertuigen doorzoeken en dieren in beslag nemen. De zwaarste boetes zijn voor opvangcentra die zonder vergunning werken: tot 500.000 dirham.
Maar dierenorganisaties zijn zeer sceptisch en vrezen dat deze nieuwe wet als excuus geldt om de honden voorgoed te elimineren, en dat de zogenaamde opvangcentra een dekmantel zijn voor vernietigingskampen.
En toen was daar het Offerfeest. In alle vroegte werd ik wakker van spelende kinderen in hun mooiste kleertjes. Een broeierige warmte ondanks de nabijheid van de zee, een lucht die als een sluier van goud boven de aarde hing, waartegen de blauwwitte muren fel afstaken. De moskee werd drukbezocht, zo druk dat zeven rijen mannen op matjes buiten moesten knielen. De meesten droegen smetteloos witte gewaden, gedrenkt in amber en musk. Toch ontbrak iets wat vanuit mijn jeugd onlosmakelijk verbonden was met deze ochtend: de geur van gebraden vlees. De bokkige poepgeur van schoon geschrobde schapenpens. De grill-lucht van spiesjes met brokjes lever en vet. Het aroma van in dikke komijnsaus zwemmende stukjes gestoofde darm, nier, slokdarm,
Vandaag niets van dit alles.
„Dit is toch geen Offerfeest”, klaagde een jonge man tegen mij. Keurig geknipt en geschoren pafte ’ie verveeld een Marlboro weg. We zaten buiten op het terras van het enige café dat open was.
„Waarom moet feestelijkheid toch altijd samengaan met bloedvergieten?”, wierp ik tegen.
„Omdat de profeet, vrede zij met hem, voorschreef dat een schaap geofferd moet worden”, en hij wuifde een vlieg weg van zijn gezicht.
„Maar wat als aan Abraham een hond was verschenen in plaats van een schaap?”
„Pardon? Jij bent raar…”’
Het tikken van zijn lepeltje tegen het theeglas vermengde zich met het geschreeuw van kinderen die op hun nieuwe gympies door de straten stoven.
„De profeet zei toch dat we onze hersens moeten gebruiken?”, antwoordde ik.
„Wat bedoel je?”, en hij draaide zich naar mij om. Nu hadden zich drie nieuwe aasvliegen op de rand van zijn theeglas gemeld.
„Nou, misschien had de profeet, als hij nog leefde, wel opgeroepen om niet alleen vandaag maar voortaan helemaal te stoppen met die slachtpartijen. We weten toch hoe rampzalig de vleesconsumptie uitpakt voor de planeet. De islam vraagt van de mens een goede wakala (rentmeesterschap), toch?”
Nu veerde hij op van zijn stoel.
„Je kan wel horen dat jij in Nederland woont. Wat dacht je van al die dikke Duitsers en Amerikanen? Bergen vlees schrokken zij naar binnen, elke dag! Laten zij maar eerst stoppen met bunkeren. Voor ons is een koteletje nog altijd een luxe, hè.”
Onderweg naar het vliegveld lag, diep weggedoken in de schaduw van een oude vrachtwagen, een teef met drie rollebollende jonkies aan haar zijde. Ik vroeg de taxichauffeur te stoppen.
Terwijl haar drie jonkies fonkelend van nieuwsgierigheid om me heen huppelden, keek ze me aan en likte aan een wond in haar linkerpoot. Als je geen kwaad in de zin hebt schuilt in de blik van een moederhond iets onweerstaanbaars. Alsof ze je ziel herkent, zonder oordeel, zonder eisen, met alleen de stille, warme zekerheid dat je goed bent zoals je bent. De twee blikken kattenvoer die ik nog had, kieperde ik leeg op een steen. Uitgehongerd stortten ze zich erop.
„Ik hoop dat jullie nog lang mogen meehuilen met de muezzin.”
Mohammed Benzakour is schrijver en socioloog. Zijn laatste boek De reus uit de Rif verscheen vorig jaar.
Source: NRC