Home

Burgers hebben genoeg van al die meningen. Zodat Den Haag maar afziet van al te verhit debat

Politiek ‘Minder polarisatie’ is deze week de strategie bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Dat gaat ten koste van hoognodig debat. „Politiek moet een volwassen clash van ideeën zijn, waar hebben we anders politiek voor?”

Frans Timmermans (Groenlinks/Pvda) en Dilan Yesilgöz (VVD) tijdens de Algemene Beschouwingen. Foto Bart Maat

Hoeveel ruimte is er nog voor andersdenkenden? De moord op de Amerikaanse radicaal-rechtse activist Charlie Kirk heeft die vraag extra lading gegeven. In de eerste plaats omdat hem het zwijgen werd opgelegd. Maar ook door de wraakzuchtige reactie vanuit de Trump-wereld. Republikeinse Congresleden en Make America Great Again (MAGA)-prominenten riepen op de vrije meningsuiting in te perken, precies het tegenovergestelde van waar Kirk voor zei op te komen. Zo werd de populaire late night show van komiek Jimmy Kimmel door de Amerikaanse zender ABC stopgezet, na een opmerking over de moordenaar van Kirk. Duidelijk was dat politieke druk een rol speelde in dat besluit.

Nederland is geen Amerika, maar de culturele invloed van de VS is immens. Gaza, Charlie Kirk en het identiteitsdebat hebben tot een voortdurende discussie geleid over de vraag wie wel en niet gehoord mag worden. Een ruzie tussen twee deelnemers aan podcast De Spindoctors (EO), van wie een begrip toonde voor mensen die blij waren dat Kirk het zwijgen op was gelegd, leidde tot oproepen op sociale media om haar te cancelen. Het speelt ook op universiteitscampussen, in talkshows, in families.

Een toenemende intolerantie voor andersdenkenden is ook politiek zichtbaar, bijvoorbeeld in een rapport dat deze maand verscheen van denktank The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). De denktank onderzocht het ‘autocratisch sentiment’ onder burgers. Uit dat onderzoek bleek dat bijna de helft van de ondervraagden, 48 procent, liever „een daadkrachtige leider” ziet dan een regering die op zoek gaat naar compromissen. Burgers zijn gefrustreerd, schrijven de onderzoekers, over het gebrek aan politieke resultaten.

‘Rommelige democratie’

Maar er zit een nog diepere oorzaak achter. Een grote groep burgers heeft simpelweg genoeg van „de vele meningen en polarisatie die het debat onoverzichtelijk maken”. Democratie, met al die stemmen die net weer iets anders willen, wordt door deze groep gezien als „rommelig”. Ze verlangen naar duidelijkheid, controle en „homogeniteit”. HCSS waarschuwt: „Democratische desillusie, erosie van vertrouwen en de ervaring van meer dreiging kunnen (...) worden geëxploiteerd door autocratisch georiënteerde kopstukken.”

Den Haag ging de democratische desillusie deze week te lijf met depolarisatie. De toon van de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer was, bewust, overwegend mild. Je hoorde oproepen om „elkaar de hand te reiken”, er waren oproepen tot „verbinding”, en heel vaak werd verwezen naar de Troonrede.

Koning Willem-Alexander had op Prinsjesdag gezegd dat „helaas in Nederland mensen steeds vaker tegenover elkaar lijken te staan. Op straat, online, op universiteiten en niet in de laatste plaats in Den Haag. Met uitgesproken opvattingen, voor of tegen, zwart of wit.” Een „levende democratie” kent ook debat en verschil van mening, maar: „Het gelijk van de één houdt niet automatisch het ongelijk in van de ander.”

Deze oproep klonk twee dagen lang door in de Kamer, in ieder geval bij de PVV-uitsluitende partijen. PVV-leider Geert Wilders domineerde met zijn bijdrage de eerste uren van het tweedaagse debat. Wilders had het gehad over „een islamprobleem”, „een allochtonenprobleem”, en had opgeroepen tot sluiting van alle islamitische scholen. Maar nadat hij het spreekgestoelte had verlaten, leek een heel nieuw debat aangebroken.

De formatie van na de verkiezingen, niet een ideeënstrijd, bleek het belangrijkste thema voor de politieke middenpartijen. Geert Wilders was door sommigen helemaal niet aangesproken. Alsof hij niet tot voor kort de grootste machtsfactor in Den Haag was, met wie VVD, NSC en BBB gewoon wilden regeren.

Henri Bontenbal (CDA), Dilan Yesilgöz (VVD), Caroline van der Plas (BBB) en Geert Wilders (PVV) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Foto Bart Maat

Draai Yesilgöz

VVD-leider Dilan Yesilgöz deed alsof dat allemaal niet gebeurd was. Ze maakte nu vast werk van de „centrumrechtse coalitie” die ze graag wil, in ieder geval met BBB, CDA, JA21 en D66. Het was dezelfde Yesilgöz die door haar gedrag op X de afgelopen maanden regelmatig juist voor grote maatschappelijke woede zorgde, bijvoorbeeld toen ze zanger Douwe Bob beschuldigde van „Jodenhaat”. Ze bood hiervoor later haar excuses aan en schikte met de zanger.

Eén scène op woensdag illustreerde hoe ingewikkeld de oude en de nieuwe Dilan Yesilgöz zich tot elkaar verhouden. Esther Ouwehand (PvdD) vroeg Yesilgöz naar haar X-gedrag, en zei dat de manier waarop ze afstand neemt van Wilders niet oprecht is, „gelet ook op het feit dat zij bijvoorbeeld types als [de rechtse opiniemaker] Wierd Duk gewoon vrolijk aan het retweeten is”. Kamervoorzitter Martin Bosma greep hierop in. Hij vond dat „niet netjes”.

Yesilgöz: „Jeetje, voorzitter, en nu moet ik verbinden, hè?”

Bosma: „Denk aan de koning!”

Maar met deze draai van de VVD-leider ging veel mis, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn (Universiteit van Amsterdam). „Als je zo lang met een radicaal-rechtse partij als de PVV hebt samengewerkt, is het niet een heel geloofwaardig verhaal. Zeker niet omdat ze de PVV nu weliswaar uitsluit, maar vooral op praktische gronden: je kan er geen afspraken mee maken. Daarbij heeft ze GroenLinks-PvdA de laatste tijd consequent als het grote kwaad afgeschilderd, een partij die volgens haar zo extreem is dat er niet mee valt samen te werken. Zo heeft ze de grenzen van wat acceptabel is verschoven.”

De middenpartijen probeerden het onderlinge conflict klein te houden. Dat zagen ze als antwoord op de groeiende maatschappelijke tegenstellingen. Maar daarmee vergaten ze iets belangrijks, zegt Matthijs Rooduijn. Politiek heeft conflict nodig. Polarisatie, zegt hij, is op zichzelf geen probleem. Als partijen zich scherp van elkaar onderscheiden, helpt dat kiezers een geïnformeerde keuze te maken bij de verkiezingen. „Het probleem ontstaat alleen als kiezers andere groepen niet langer als politieke tegenstander zien, maar als vijand. En als ze alles wat hun eigen groep doet, goedpraten.” Politicologen noemen dit ‘affectieve polarisatie’: burgers verwerpen niet wat een ander vindt, maar wat de ander in hun ogen ís.

Kerstdiner

Deze week meden de middenpartijen scherpe tegenstellingen, al is de maatschappelijke onrust over Gaza groot. Zo ging het debat, in de woorden van Volt-leider Laurens Dassen, steeds meer lijken op een kerstdiner waar krampachtig werd geprobeerd de tegenstellingen klein te houden. De cultuurstrijd was volledig voor de flanken. De linkse partijen Denk en PvdD probeerden Gaza op de agenda te krijgen, zowel in woordgebruik als in kledingkeuze. Maar dat lukte vrijwel niet. Caroline van der Plas (BBB) herhaalde vele malen dat ze „geen Gazadebat” van wilde maken van de APB.

Terwijl Den Haag het inhoudelijke debat mijdt, bijvoorbeeld over Gaza, vindt het elders wél op verhitte toon plaats, op universiteiten bijvoorbeeld.

De ruimte daarvoor ontstaat omdat de politiek het debat niet voert, zegt Matthijs Rooduijn: „Gaza houdt burgers enorm bezig, die onrust heeft een politieke vertaling nodig. Politiek moet een volwassen clash van ideeën zijn, waar hebben we anders politiek voor? Zolang de grenzen van de rechtsstaat maar worden gerespecteerd. ”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC De Haagse Stemming

Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Source: NRC

Previous

Next