Home

‘Saai kan altijd nog’ was het motto van Jelle van der Zee (1938-2025)

De laatste bladzijde Jelle van der Zee was een ‘regelneef’, een ‘alleskunner’. Als pr-adviseur haalde hij Tarzan-acteur Johnny Weissmuller naar De Bilt.

Jelle van der Zee speelde in de Spiegeltent Swingband. Foto uit 1988.

Hij was een goeie hockeykeeper, een bevlogen jazz-zanger en trompettist. Als pr-adviseur in dienst van het Utrechts Nieuwsblad en als zelfstandig adviseur bij het Utrechts Landschap was hij zijn tijd vooruit. De eind juni overleden Jelle van der Zee (87) was volgens zijn vrouw Annemieke „een alleskunner”. Zij zegt: „Ik heb het altijd leuk gevonden in zijn slipstream bezig te zijn, hij was de regisseur, de regelneef, de ideeënman. Ik was zijn uitvoerder.”

High culture, low culture: Van der Zee maakte geen onderscheid. Zo was hij in de jaren zeventig manager van Penny de Jager, bekend als danseres en choreograaf bij AVRO’s Toppop. In 1979 was hij nauw betrokken bij de festiviteiten van ‘400 jaar Unie van Utrecht’. Tussendoor kluste hij op boslandgoed ’t Landje in De Bilt, waar hij vanaf 1965 tot zijn dood deze zomer een houten huisje bewoonde.

‘Saai kan altijd nog’, was Jelles motto. Zo liet hij in 1970 Johnny Weissmuller – tweevoudig olympisch zwemkampioen in 1928 op de Spelen van Amsterdam en later wereldberoemd acteur in de rol Tarzan – voor een zwemmarathon in de Maarsseveense Plassen uit Amerika overvliegen. Met trillende hand belde hij Weissmuller, ambassadeur van het mondiale langeafstandszwemmen, om hem te vragen of hij het startschot wilde geven en de prijzen wilde uitreiken. Toen de directie van het Utrechts Nieuwsblad zich afvroeg wie deze pr-stunt moest betalen, zei Van der Zee: „De kosten gaan voor de baten uit.”

Op Schiphol stond het zwart van de mensen, schrijft hij in zijn mini-autobiografie Meer geluk met minder geld uit 2009. Weissmuller genoot van de rust op ’t Landje. „You know Yellah, they never let me sit down and feel as easy like you do”, citeert hij ‘Tarzan’. Zijn Utrechtse vriend Anton Geesink was er ook te gast, de olympisch judokampioen van 1964 sjouwde er met boomstronken als veredelde krachttraining.

Spiegeltent

In 1979 kocht Van der Zee een antieke Belgische danssalon die hij de ‘Famous Spiegeltent’ noemde. Een tweede tent, ‘Galerie Palace’, kocht hij in 1983 voor feesten en partijen op ’t Landje. Volgens Libelle „een van de mooiste trouwlocaties van Nederland”. Annemieke runde de tent, Jelle bemoeide zich alleen met reparaties.

Jelle van der Zee op zijn tachtigste verjaardag als Godfather.

Jelle van der Zee kwam uit een welgesteld Bilthovens gezin met tien kinderen. Zijn vader was verffabrikant, zijn zes broers gingen allemaal in het familiebedrijf werken. Hij was thuis een buitenbeentje, ging naar wat nu de Willem de Kooning Academie heet in Rotterdam en werd daar opgeleid voor ‘zijn’ reclamewereld. In 1966 trouwde hij met Marijn de Koning, journaliste bij Het Parool en later de NOS en nog weer later D66-Kamerlid, van wie hij in 1974 scheidde.

Zijn tweede vrouw Annemieke: „In 1975 was de campagne ‘Glaasje op, laat je rijden’ gelanceerd. Jelle bedacht de Driversclub – met een Deux Chevaux waarin de bierdrinkers in Utrecht en later meer studentensteden naar huis konden worden gereden. Hij zocht vrijwilligers die wilden rijden en zo kwam ik met een vriendin in beeld. We werden de eerste avond klemgereden door boze taxichauffeurs. ‘Broodnijd’, riepen ze.”

‘Never a dull moment’

Jelles andere passie was jazz. Hij speelde van jongs af aan in dixielandbandjes, als zanger en trompettist. Met de Spiegeltent Swingband speelde hij later thuiswedstrijden op ’t Landje en ver daarbuiten. Drummer en collega-bandleider Piet Hein de Jong haalde hem in de jaren zeventig naar zijn (door Van der Zee omgedoopte) band Dixie-O-Naires. Twee kapiteins op één schip, dat was voor beiden een uitdaging.

De Jong: „Ik ben niet zo’n natuurlijke leidersfiguur als Jelle, maar was wel de leider van deze band en floot hem wel eens terug. Daar legde hij zich, soms schoorvoetend, bij neer. Nee, we hebben in die vijftig jaar nooit ruzie gehad. Wel heel, heel veel gezelligheid. Never a dull moment.”

Jelle heeft nooit noten leren lezen, vertelt De Jong. „Dat vond hij niet nodig, hij had er gewoon geen zin in. Als je verder wil komen in de jazz is dat wel een dingetje. Maar goed, hij bleef tot heel lang in zijn Spiegeltentband spelen.”

Hij had zoveel ideeën en nam zoveel opdrachten aan, dat hij op zijn vijftigste in een zelfverklaarde midlifecrisis belandde en een bevriende sociaal psycholoog bezocht. „Jouw drang naar vrijheid is niet te temmen, geef al je karaktertrekken de ruimte. Dan ben je het gelukkigste”, kreeg hij te horen.

Hun dochter en enig kind Sanne, die uiterlijk en naar eigen zeggen ook innerlijk sterk op hem lijkt, vertelt hoe ze als „regel-Truus” vaak met haar vader botste. „Ik doe in mijn theaterwerk ook niks volgens het boekje.” Ze noemt hem „een geweldige opa” voor haar drie kinderen. „Hij ging nooit naar de dierentuin zoals andere opa’s, maar maakte van een bolderkar het Pluk van de Petteflet-kraanwagentje.”

De boel afgestoft

Henk Lugtmeijer was decennialang directeur van het Utrechts Landschap, waar hij rond 1973 kennismaakte met pr-adviseur Van der Zee. Net als De Jong zou hij een halve eeuw bevriend blijven met de „vrolijke ceremoniemeester”. „Als ik naar een gedeputeerde ging om geld los te peuteren, bleef Jelle thuis. Hij was meer een ideeënman dan een onderhandelaar.”

De mensen hadden geen benul waarmee de stichting bezig was, tot Jelle zich ermee ging bemoeien, vertelt Lugtmeijer. „Hij bedacht de term ‘beschermer’, dat klonk beter dan ‘donateur’. Mede dankzij Van der Zee steeg het aantal beschermers in zijn periode bij het Utrechts Landschap van 1.500 naar 25.000. Lugtmeijer: „Hij heeft de boel afgestoft. We werden zichtbaarder voor het grote publiek.”

High culture, low culture: Jelle van der Zee maakte geen onderscheid. Foto uit 2023.

De afgelopen jaren kreeg Van der Zee meer last van zijn vaten. Hij had in 2014 een openhartoperatie ondergaan en was daar goed van hersteld. Tot in 2023 zijn vaten weer opspeelden. Annemieke: „Hij zei steeds vaker ‘laat mij maar hier’. De rondjes op ’t Landje werden korter.” Toen het echt niet meer ging, nam hij het heft in handen – „typisch Jelle” – en maakte een afspraak met de huisartsenpraktijk.

In de tussentijd had dochter Sanne een ‘celebration of life’ gemaakt waarin ze haar vader interviewt over zijn leven. De film werd tijdens de herdenkingsceremonie op ’t Landje vertoond. Zijn trompet, zijn onafscheidelijke Stetson-hoed en de vlag van de viering van de Unie van Utrecht lagen op de kist.

Source: NRC

Previous

Next