Home

Stoppen met Russische olie is in Hongarije en Slowakije een kwestie van politieke wil – en juist daar schort het aan

Ondanks sancties en Amerikaans-Europese druk blijven Hongarije en Slowakije Russische olie kopen. Beide landen weigeren om politieke én zakelijke redenen te stoppen met de import. Intussen vloeide er sinds 2022 zeker 5,4 miljard euro naar het Kremlin.

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Het is een uitzonderlijk een-tweetje van het Witte Huis en Brussel tegen twee EU-lidstaten die zich nog altijd laven aan Russische olie: Hongarije en Slowakije. Vorige week verkondigde Donald Trump dat alle Navo-landen moeten stoppen met het kopen van Russische olie. Deze week herhaalde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, die een nieuw sanctiepakket voorbereidt, dat het sneller klaar moet zijn met de import van fossiele brandstoffen uit Rusland. Ze belde hier dinsdag over met Trump.

Meerdere EU-landen importeren nog altijd gas uit Rusland. Maar als het om olie gaat, goed voor 70 procent van de Russische inkomsten uit energie, richten de ogen zich op Hongarije en Slowakije. Zij zijn ook lid van de Navo. Hoewel Trump ze niet bij naam noemde, veegde hij zijn ideologische bondgenoten Viktor Orbán en Robert Fico hiermee wel de mantel uit. Een onaangename verrassing voor de twee regeringsleiders, die zichzelf laten voorstaan op hun goede relatie met de Amerikaanse president.

Druk verhogen

Ook Brussel en afzonderlijke Europese landen verhogen de druk op Hongarije en Slowakije. Miłosz Motyka, de Poolse minister van Energie, pleitte er woensdag voor dat de EU de olie-import voor 2026 moet staken. De Finse president Alexander Stubb gaf Trump gelijk en wees naar het Centraal-Europese tweetal als geldschieters voor de ‘Russische oorlogsmachine’. Toch blijft de politieke wil om te veranderen uiterst beperkt.

Hongarije en Slowakije kregen in 2022 samen met Tsjechië een uitzondering op deelname aan Europese oliesancties tot 2027. Dit had een praktische reden: deze landen hebben geen toegang tot de zee, importeren olie via pijplijnen en vroegen om extra tijd om te diversifiëren zonder dat een harde knip de markt op hol doet slaan.

Drie jaar later was Tsjechië zover: tot en met vorig jaar importeerde het land Russische olie, dit voorjaar stopte het land definitief. Slowakije was in 2024 nog steeds voor 87 procent afhankelijk van Russische olie. In Hongarije nam de afhankelijkheid zelfs toe: van 61 procent in 2021 naar 86 procent vorig jaar.

Warme banden met het Kremlin

Volgens een gezamenlijk rapport van CSD en Crea, een Bulgaarse en Finse denktank die energiebeleid onderzoeken, verdiende Rusland sinds de invasie 5,4 miljard euro aan de twee Centraal-Europese landen, goed voor 1.800 Iskander-raketten. Zowel Orbán als Fico onderhoudt warme banden met het Kremlin. De Hongaarse buitenlandminister Péter Szijjártó is kind aan huis in Moskou en Minsk (overigens ook in Beijing), Fico evenzeer.

Diversifiëren verloopt ondertussen mondjesmaat of niet. Behalve met bezwaren over de moeilijke en kostbare infrastructuur vanwege de geografische ligging van de landen, verweren de twee regeringsleiders zich met het argument dat het te duur is om elders olie vandaan te halen. Dit zou burgers in hun portemonnee raken. Deze argumenten zijn ‘zwak’ volgens bovengenoemd rapport, dat een andere uitleg biedt.

Vooralsnog zien Hongaarse burgers weinig terug van de lucratieve afspraken met Moskou: de brandstofprijs zweeft op 5 procent boven het EU-gemiddelde. Het geld gaat naar Mol, de grootste Hongaarse olie- en gasmaatschappij. Dit is een privaat bedrijf, maar de Hongaarse staat is de grootste aandeelhouder. Daardoor vallen de energiepolitiek van de regering en het bedrijfsbeleid de facto samen.

Hongarije en Slowakije tellen elk één raffinaderij, Mol is eigenaar van beide. Zakelijke belangen van de kring rondom Orbán zijn daarnaast nauw verweven met Russische olie.

In 2022 steeg de winst van Mol met 34 procent. De werkelijke winst was hoger en werd door de Hongaarse regering afgeroomd met een ‘windfall tax’ (meevallersbelasting) van 95 procent die is toegesneden op Mol. Zo belandt een groot deel van de inkomsten in de Hongaarse staatskas. Dat geld wordt gebruikt om de gaten in het lekkende schip van de Hongaarse economie te dichten, die stagneert door bevroren EU-fondsen en corruptie.

Economische belangen

De kwakkelende economie is de belangrijkste reden dat Orbán nu aan populariteit inboet. Ook in Slowakije hebben economische belangen voorrang voor de consument: het land verkocht vorig jaar geraffineerde producten à 520 miljoen euro aan de Tsjechische buren.

Boedapest en Bratislava zetten de hakken in het zand. Minister Szijjártó liet begin deze maand weten dat Hongarije ‘geen andere optie heeft’ dan Russische olie, het Slowaakse ministerie van Economie schetste verdere sancties deze week als ‘schadelijk voor de landelijke belangen en koopkracht van de consument’.

Economische belangen zijn politieke belangen voor Orbán en Fico, die beiden zwak staan in de peilingen. Voor Hongaarse en Slowaakse kiezers is de economie veruit het belangrijkst. Wanneer hun leiders in Brussel dwarsliggen bij sancties en energiegaranties bedingen, vragen ze in feite anderen om hun politieke kapitaal op te hoesten.

De druk op Hongarije en Slowakije nam deze week toe. Toch zal het uiteindelijke resultaat afhangen van de mate waarin Trump bereid is daadwerkelijk consequenties te verbinden aan zijn dreigementen, en van het nieuwe sanctiepakket dat Brussel naar verwachting vlak voor of na dit weekend uitrolt. Politiek hebben Orbán en Fico er weinig belang bij op de korte termijn iets te veranderen.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next