Home

Een verbod op extensions en pruiken: houdt Senegal nog wel van zijn vrouwen?

In Senegal proberen mannen via dienstmededelingen te bepalen hoe vrouwen hun haar dragen. Volgens correspondent Saskia Houttuin speelt er meer dan ouderwets seksisme.

De zomervakantie was net begonnen en de directeur van het nationaal theater in Dakar stuurde een dienstmededeling naar zijn medewerkers. Een summier briefje, maar de inhoud sloeg in Senegal in als een bom. Ter ‘promotie van pan-Afrikaanse waarden’ verbood de directeur het theaterpersoneel om nog langer hairextensions of pruiken te dragen. Zijn decreet was gestempeld door het ministerie van Cultuur en ging per direct in.

Voor wie zich afvraagt hoeveel Senegalezen zich door zo’n besluit voelen aangesproken: de halve bevolking – een kleine tien miljoen vrouwen, van wie de meesten hun haar wel eens laten invlechten met extensions, of een pruik dragen.

Vrouwenorganisaties veroordeelden deze ‘misogyne actie’, een aanslag op vrouwenrechten die in het land toch al onder druk staan. ‘Wat doorsijpelt tussen de stijve regeltjes van deze dienstmededeling is vooral een geur van ranzig, muf, oudbakken seksisme’, was mijn favoriete zin in een opiniestuk van journalist Henriette Niang Kandé. Haar relaas werd breed gedeeld.

‘Zijn we bij de Taliban?’, reageerde ook het Senegalese feministencollectief in een kort, maar net zo effectief berichtje op X. De theaterdirecteur krabbelde een dag later terug. In een verklaring zei hij dat hij slechts wilde dat zijn personeel meer ‘culturele trots’ zou uitdragen.

Culturele trots, fierté culturelle – het is hét stokpaardje van de Senegalese regeringspartij die vorig jaar de verkiezingen won. In die geest besloot de partij bijvoorbeeld de straatnaambordjes die verwijzen naar Franse kolonisten te vervangen door namen van Senegalese helden.

Diezelfde culturele trots wordt steeds vaker ingezet om een conservatieve agenda door te drukken. Een agenda die Senegalese vrouwen steeds verder buitenspel lijkt te zetten – ze hebben lang en hard moeten knokken voor meer gelijkheid en zijn daar nog lang niet.

Zo werd deze zomer onder druk van de Senegalese regering een lhbti-bijeenkomst afgeblazen waarvan de Nederlandse ambassade in Dakar de medeorganisator was. In het VN-mensenrechtenkantoor zou een film getoond worden over (trans)vrouwen, gevolgd door een gesprek over lhbti-rechten.

Het ministerie van Afrikaanse Integratie en Buitenlandse Zaken schreef in een reactie ‘geen enkele vorm van propaganda of promotie van het lhbti-fenomeen op zijn grondgebied te accepteren’. Het zou in strijd zijn met de ‘culturele, religieuze en sociale waarden die de basis vormen van de Senegalese natie’.

Het zijn kleine incidenten, los van elkaar voelt het misschien nog onschuldig. Maar het gaat om het grotere plaatje, waarschuwen Senegalese voorvechters van vrouwenrechten. Het is veelzeggend dat het voormalige ministerie van Vrouwen- en Familiezaken het woord ‘vrouw’ niet langer in de naam draagt. Net als het feit dat bij de recente kabinetswissel eerder deze maand slechts vijf vrouwen zijn benoemd (tegen twintig mannen).

Ook dat leidde tot een golf van verontwaardiging: felle columns, boze berichten op sociale media. Eerder dit jaar werden er al sit-ins gehouden tegen geweld tegen vrouwen. Maar ik vraag me af in hoeverre dit allemaal doordringt tot de hoge heren. Een bekende Senegalese schrijfster verwoordde het pijnlijk precies: houdt Senegal nog wel van zijn vrouwen?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next