Buitenrechtelijke executies De oud-militairen zijn verantwoordelijk voor het bewust en systematisch vermoorden en laten verdwijnen van 135 burgers. De slachtoffers, vaak uit kwetsbare groepen, werden aangemerkt als rebellen om de statistieken op te poetsen.
Een poster tijdens een demonstratie over de 'vals positief'-moorden met de vraag "wie gaf het bevel?" bij de speciale rechtbank in 2021.
Een speciale rechtbank in Colombia heeft donderdag twaalf voormalig militair leiders veroordeeld voor hun rol in 135 buitengerechtelijke executies en verdwijningen tussen 2002 en 2005 in de strijd met guerrillabeweging FARC. Het gaat om straffen van vijf tot acht jaar aan speciale ‘herstelwerkzaamheden’.
Het Colombiaanse leger voerde decennialang een bloedige strijd met de linkse guerrillabeweging FARC. In 2016 kwam daaraan met een vredesakkoord een einde. Toen werd ook een speciale rechtbank opgericht. Bij de Speciale Rechtbank voor Vrede worden zowel oud-leiders van de militairen als van de FARC vervolgd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
De twaalf gepensioneerde militairen behoorden allen tot het ‘La Popa-bataljon’, valt te lezen in de uitspraak. Het gaat om moorden en verdwijningen van onschuldige burgers aan de Caribische kust die onterecht werden ingeboekt als rebellen, zogenoemde „vals positief”-moorden. De veroordeelden worden als hoofdverantwoordelijk gezien voor 135 moorden en verdwijningen tussen januari 2002 en juli 2005.
Volgens de rechtbankvoorzitter vielen de slachtoffers onder boeren, gestigmatiseerde inheemse volkeren, mensen van Afrikaanse afkomst en „mensen in kwetsbare situaties”, van wie de kans klein werd geschat dat zij gerechtigheid zouden zoeken en krijgen.
De rechtbank spreekt van een „systematisch plan […] om valse aantallen slachtoffers te presenteren om militaire successtatistieken op te blazen”. Dat gebeurde onder druk van „hooggeplaatste commandanten” die successen eisten. De slachtoffers „werden gedwongen militaire uniformen te dragen”, waarna ze werden „gemarteld en uiteindelijk geëxecuteerd”.
In plaats van een gevangenisstraf moeten de daders jarenlang ‘herstelwerkzaamheden’ verrichten aan zes projecten die met inbreng van de getroffen gemeenschappen tot stand zijn gekomen. Het gaat onder meer om de bouw van een herdenkingscentrum en begraafplaats en huizen.
Dinsdag prak dezelfde speciale rechtbank voor het eerst een oordeel uit. Dat betrof zeven voormalig FARC-leiders, die werden veroordeeld voor het aansturen van beleid dat tot meer dan 21.000 ontvoeringen leidde. Ook deze voormalig FARC-leiders gaan acht jaar gedwongen aan herstelprojecten werken. In hun geval gaat het onder meer om projecten om lichamen van vermisten terug te vinden en landmijnen in plattelandsgebieden te verwijderen.
Nabestaanden zijn over het algemeen blij dat er met de veroordelingen erkenning komt voor de gepleegde oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Maar er klinkt ook kritiek van Colombianen die hardere straffen willen zien voor de daders.
Source: NRC