Boycots De roep om een cultuur- of sportboycot van Israël neemt toe. De geschiedenis leert dat deze boycots niet alleen symbolische waarde hebben. „Economische sancties kan je altijd wel omzeilen. Cultuur en sport vinden plaats op open podia, dan wordt het lastig.”
Demonstranten protesteren tegen de deelname van het team van Israël aan de Davis Cup in Halifax, Canada.
„Bereikt Israël het ‘Zuid-Afrika-moment’ door een combinatie van politieke druk en economische, sportieve en culturele boycots?”, vroeg de BBC zich deze week af. Een logische vraag, nu de roep om een boycot van Israël op diverse vlakken vanwege het geweld in Gaza steeds nadrukkelijker wordt. Zuid-Afrika werd vanaf de jaren zestig op diverse terreinen geboycot vanwege het apartheidsregime.
Het roept ook de vraag op: heeft een sport- of cultuurboycot in het geval van Israël zin? Zijn die wellicht effectiever dan een economische boycot? Het zijn vragen die extra relevant zijn geworden nadat dinsdag een onafhankelijke onderzoekscommissie van de Verenigde Naties concludeerde dat Israël in Gaza genocide pleegt.
Volgens Sruti Bala, universitair hoofddocent theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, heeft een culturele boycot zeker zin. Ze is een van de initiatiefnemers die culturele instanties in Nederland oproept tot een boycot van Israël, juist om afstand te nemen van wat zij het „culturele witwassen” van mensenrechtenschendingen noemt. „Denk bijvoorbeeld aan de vanzelfsprekendheid waarmee Israël meedoet aan het Songfestival of aan sportevenementen.” Zo is Israël lid van de Europese voetbalbond UEFA; de geruchtmakende wedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv werd gespeeld in het kader van de Europa League.
Bala: „Cultuur wordt in Israël als middel gebruikt voor nation branding: het op de kaart zetten van het land. Juist omdat de Israëlische cultuur als nauw verbonden met de Europese wordt waargenomen, heeft een boycot effect, omdat ermee duidelijk wordt gemaakt dat die verbondenheid niet vanzelfsprekend is.” Daar komt wat haar betreft bij dat culturele, sportieve en academische instanties op grond van het VN-onderzoek de verplichting hebben om niet medeplichtig te zijn aan de genocide.
Wie de situatie vergelijkt met Zuid-Afrika ten tijde van het apartheidsregime ziet overeenkomsten en verschillen. Voor de houding van andere landen ten opzichte van het apartheidsregime was 1962 een belangrijk keerpunt, omdat de Algemene Vergadering van de VN toen een resolutie aannam waarin lidstaten werd opgeroepen tot zowel economische en diplomatieke sancties over te gaan, als tot een culturele en sportboycot.
Een economische boycot heeft voelbaar effect. Daartegenover leek een sport- en cultuurboycot meer symbolisch, maar het was meer dan dat, vertelt Bart Luirink, oud-correspondent in Zuid-Afrika en hoofdredacteur van ZAM Magazine, een onafhankelijk platform van Afrikaanse journalisten en fotografen, kunstenaars en denkers.
„Toen zowel de sport- als de culturele boycot begon, voelde je in Zuid-Afrika de mentaliteit: we kunnen wel zonder. Maar hoe drukkend die afwezigheid was geweest, bleek toen Zuid-Afrika in 1995 [na de afschaffing van de apartheid] het WK rugby mocht organiseren. De ontlading was enorm, niet alleen vanwege de winst van het kampioenschap, maar ook vanwege het idee dat Zuid-Afrika weer mee mocht doen.”
Niet alleen bij Zuid-Afrikaanse sporters, maar ook bij artiesten, kunstenaars en schrijvers was de behoefte aan internationale erkenning groot, zegt Luirink. Ook om het eigen protest tegen de apartheid te laten weerklinken. „Afrikaner jongeren, zoals Koos Kombuis, manifesteerden zich met protestliederen, maar die werden dus weinig buiten Zuid-Afrika gehoord.”
Wat Luirink betreft was de culturele en sportboycot en dus de isolatie van Zuid-Afrika indertijd een succes, en – op het stopzetten van leningen door Zwitserse banken aan Zuid-Afrika eind jaren tachtig na – misschien wel effectiever dan de economische boycot. Zuid-Afrika slaagde erin om veel zelf te gaan produceren. Bovendien, aldus Luirink, „een economische boycot kan je altijd op allerlei manieren omzeilen, dat zie je nu ook met Rusland. Bij een culturele of sportboycot is dat ingewikkelder, omdat evenementen plaatsvinden op zichtbare podia.”
In Zuid-Afrika werd de sport hard getroffen: vanaf 1964 mocht het land niet deelnemen aan de Olympische Spelen, en ook andere sportfederaties sloten zich daarbij aan. Nadat het Nieuw-Zeelandse rugbyteam – dat aan Zuid-Afrika nog steeds een van de grootste concurrenten heeft – enkele vriendschappelijke wedstrijden had gespeeld tegen het Zuid-Afrikaanse team, wilden sommige landen dat Nieuw-Zeeland zou worden uitgesloten aan deelname van de Spelen van 1976. Dat gebeurde niet, waarna Afrikaanse landen zich terugtrokken.
Pro-Palestijnse demonstratie tijdens de Ronde van Spanje in Bilbao. Foto Pankra Nieto/Reuters
Een sportboycot van Israëlische teams levert mogelijk minder op, omdat het land weinig uitblinkt in sporten. Ook is er nog geen sprake van een dergelijke boycot. Wel werd in Canada afgelopen weekend de Davis Cup tussen de tennisploegen van Israël en Canada zonder publiek gespeeld. Na de Ronde van Spanje – waarbij pro-Palestina-demonstraties de wielerkoers verstoorden – is de roep om de ploeg Israel-Premier Tech uit te sluiten van bijvoorbeeld de Tour de France in 2026 – waarvan de start in Barcelona is – luider geworden. Wielerfederatie UCI gaat daar niet in mee en volgt het beleid van het Olympisch Comité, dat van mening is dat de nationale olympische comités van zowel Israël als Palestina zich houden aan het olympisch handvest, en daarom dus mogen meedoen.
Ook rondom het Songfestival is er nog geen besluit genomen, al hebben inmiddels naast Nederland ook Slovenië, Ierland, IJsland en Spanje laten weten dat ze niet deelnemen aan de liedjeswedstrijd als Israël meedoet.
„Als je niet tot een boycot overgaat, legitimeer je de genocide, die de VN, naast zo veel andere instanties, nu ook heeft erkend”, vindt Bala. „Israël moet dezelfde behandeling krijgen als Rusland, of als een individu dat ergens niet mag optreden wanneer die bijvoorbeeld strafbare uitlatingen doet.”
Ze ergert zich aan de manier waarop Israëlische culturele instanties en erfgoedinstellingen meewerken aan het overdragen van het idee van een eeuwenoude Joodse cultuur, waarbij de Palestijnse geschiedenis bewust wordt uitgewist. „Je kan ook niet zeggen: we wijzen militaire samenwerking af, maar culturele niet, terwijl cultuur juist als legitimatie voor illegale nederzettingen en annexatie wordt gebruikt. Je legitimeert daarmee de basis, en daarmee word je medeplichtig.”
Het zijn woorden die lijken op wat de Zuid-Afrikaanse bisschop en Nobelprijswinnaar Desmond Tutu al in 2014 in de Israëlische krant Haaretz schreef. Hij riep toen op tot het uitsluiten van Israël van de Internationale Unie van Architecten, die dat jaar in Zuid-Afrika samenkwam. Tutu schreef: „Wie verder zaken doet met Israël, wie bijdraagt aan een gevoel van ‘normaliteit’ in de Israëlische maatschappij, bewijst het volk van Israël en Palestina een slechte dienst. Ze dragen bij aan de bestendiging van een diep onrechtvaardige status quo. Wie bijdraagt aan het tijdelijke isolement van Israël, zegt dat Israëliërs en Palestijnen gelijke rechten hebben op waardigheid en vrede.”
Wat zowel Bala als Luirink betreft zijn er belangrijke lessen te trekken uit de boycot van Zuid-Afrika. Volgens Luirink is volledige isolatie van een land niet mogelijk in het digitale tijdperk. „Wat een overeenkomst met de boycot van het apartheidsregime is, is dat je ook nu een rigide denken ziet. Dat zag je bij Paul Simon, die in 1985 de plaat Graceland deels opnam in Zuid-Afrika, met onder meer het mannenkoor Ladysmith Black Mambazo. Daar ging toen iedereen over tekeer, terwijl weinig mensen nu nog twijfelen aan het belang van die plaat. Het is van belang dat je een boycot strategisch inzet.”
Dat is wat ook Bala benadrukt: „Met de boycot van het apartheidsregime werd iedereen geboycot. Dat moet je juist niet doen.” Door alleen over te gaan tot een institutionele boycot van cultuur en sport, voorkom je volgens haar het idee dat een boycot antisemitisch zou zijn. „Bij een culturele boycot mag je met iedereen werken, zolang diegene niet gefinancierd wordt door de Israëlische staat of Israëlische instituten.”
Source: NRC