Een dramatisch besluit met grote symbolische betekenis, zo duiden kenners de verwachte afzwakking van Europa’s klimaatdoelen voor het jaar 2040. Maar verrassend genoeg zal de planeet er weinig van merken, blijkt uit de cijfers.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Wat is het effect van de afzwakking van het Europese klimaatdoel?
Afgaand op de cijfers: niet veel.
Met ‘maar’ 6 procent van de werelduitstoot aan broeikasgassen, is Europa toch al niet de grootste speler als het gaat om het opwarmen van de aarde. Ter vergelijking: China stoot vijf keer zoveel uit, de VS haast twee keer zoveel. Bovendien daalt de Europese uitstoot van broeikasgassen gestaag: van 4,5 miljard ton aan broeikasgassen in 1990 naar zo’n 3 miljard ton nu.
Onder druk van landen als Polen, Italië, Tsjechië en Hongarije wil de EU de daling van dat lijntje nu bijstellen. Om precies te zijn: de EU wil niet beloven om in 2040 90 procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990 het geval was. Een afzwakking, waar nu ook Frankrijk en Duitsland voor lijken te voelen.
Maar tegen die tijd is de uitstoot van de EU door al ingezet klimaatbeleid sowieso verder geslonken, tot nog maar zo’n 3 procent van het wereldtotaal. ‘Als de EU tegen die tijd haar doelen iets bijstelt, heb je het over tienden van een procent van de werelduitstoot. Het temperatuureffect daarvan is niet heel groot’, zegt een woordvoerder van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het bureau dat de cijfers nauwgezet bijhoudt.
Waarom is de afzwakking van de Europese klimaatdoelstelling dan toch zo’n punt?
Zoals het PBL het verwoordt: ‘Als Europa het niet doet, wie dan wel? Wij hebben een historische verantwoordelijkheid.’
Europa is immers het continent waar de industriële revolutie begon. In haar eentje is de EU historisch verantwoordelijk voor 12 procent van alle broeikasgassen die bij de verbranding van fossiele brandstoffen zijn ontstaan. Na Amerika en China maakt dat Europa de grootste aanjager van de opwarming van de aarde.
Wat op de achtergrond speelt: een belangrijke bijeenkomst, de Climate Week in New York van 21 tot 28 september. Daar moeten alle landen die deelnemen aan de klimaatafspraken van Parijs laten weten tot hoeveel ze hun uitstoot in het jaar 2035 willen reduceren. Tot dusver hebben nog maar 35 landen dat gedaan. Het wachten is nog op de klimaatbeloften van grote uitstoters zoals China – én Europa.
‘We zouden een heel slecht figuur slaan als Europa volgende week niet met iets komt’, licht PBL-analist Michel den Elzen toe. ‘Niet zozeer qua bijdrage, maar wel voor het signaal dat de EU daarmee afgeeft.’ Denkbaar is dat Europa zijn klimaattoezegging zelfs uitstelt tot vlak voor de jaarlijkse klimaattop, in november in Brazilië.
De EU is vanouds voortrekker. Geen plek ter wereld waar de uitstoot van broeikasgassen sneller omlaaggaat dan hier: zo’n 7 tot 8 procent per jaar. In 2020 haalde de EU glansrijk haar klimaatdoel voor dat jaar (20 procent minder uitstoot; het werd ruim 30 procent minder). En de EU ligt op koers om ook het klimaatdoel van 2030 (55 procent minder uitstoot) ruimschoots te halen. De huidige onmin gaat over ‘doelpaaltje’ nummer drie: 90 procent minder uitstoot in 2040, met om de hoek netto nul uitstoot in 2050.
Hoe zit het intussen met andere landen?
Als de ‘grote broeikasgaslanden’ volgende week hun klimaatbeloften hebben ingediend, wordt het spannend. De rekenmeesters van onder meer het PBL gaan dan razendsnel uitzoeken wat die beloften doen met de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en met de opwarming van de aarde.
Die opwarming koerst nu af op 3,1 graden eind deze eeuw, gemeten ten opzichte van het jaar 1900 (we zitten inmiddels op 1,3 graden opwarming). Als alle landen zich aan hun eerdere beloften voor 2030 zouden houden, zou de mondiale opwarming uitkomen op zo’n 2,5 graad. Dat is overigens nog altijd dik boven de 2 graden, een grens waarboven de risico’s op grote, onomkeerbare gevolgen van klimaatverandering wel erg reëel worden.
Een grote tegenvaller is dat de VS onder Donald Trump uit het klimaatakkoord zijn gestapt. Daardoor zullen de VS hun klimaatdoel voor 2030 met in totaal 7 miljard ton CO2-uitstoot voorbijschieten – twee keer de jaarlijkse uitstoot van Europa. ‘Dat heeft zeker gevolgen’, zegt Den Elzen. Al zal zelfs onder Trump de Amerikaanse uitstoot nog altijd licht dalen, door al eerder ingezet beleid.
Een meevaller komt volgende week mogelijk uit China. Dat land lijkt over het hoogtepunt van zijn uitstoot heen. Met 30 procent van het wereldtotaal is China weliswaar nog steeds met afstand de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld, maar verder stijgen doet het niet meer. En dat kan betekenen dat de uitstoot van China nu ook kan gaan dalen, verwachten kenners.
Of het nog genoeg is om het oorspronkelijke klimaatdoel van 1,5 graad opwarming te halen, valt overigens zeer te betwijfelen. Een jaar geleden gaf het milieuagentschap van de Verenigde Naties aan dat 1,5 graad weliswaar nog ‘technisch haalbaar’ is, ‘maar alleen met een ontzaglijke wereldwijde mobilisatie om alle broeikasgasemissies te beperken, vanaf vandaag’.
Inmiddels is de mondiale opwarming vorig jaar al eventjes boven de 1,5 graad uitgekomen. Met nog drie maanden voor de boeg, is de kans ongeveer een op drie dat de temperatuur ook dit jaar de magische grens van 1,5 graad aantikt, volgens berekeningen van klimaatcijferdienst Berkeley Earth.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant