Home

Genieten van port en sigaren in de rooksalon: rijke families bieden een fijne biotoop voor verhalen

Fictie Twee romans, van de Nederlandse Sophie Zijlstra en de Engelse Anna Hope, duiken diep in de levens van well to do- families die vastzitten aan hun tradities.

Zoveel is zeker: er zit een lijk in de massieve notenhouten klerenkast. En wie weet meer dan één. De Nederlandse Sophie Zijlstra (1967) en de Engelse Anna Hope (1974) portretteerden in hun nieuwe romans allebei een well to do-familie, bulkend van het geld, tollend in de traditie: altijd een fijne verhaalbiotoop.

Vooral in Wasdom van Zijlstra worden de geneugten breed uitgemeten. Als de heren van de familie zich na de dis in de rooksalon vervoegen staat daar „een zilveren blad met daarop rechte glaasjes op een korte zilveren voet” klaar. En een „kristallen karaf, gevuld met karmozijnkleurige port”, met daar naast „een mollig stuk stilton, [...] gelig van kleur met daarin grijsgroene, vage, schimmelige holtes”. O, er zijn ook muskaatdruiven, in een kom „van origineel Chinees Compagnieporselein” met bijbehorende bordjes, zilveren bestek met hun initialen erin gegraveerd, servetten afgezet met kant en sigaren uit eigen, schitterende, antieke doos. Natuurlijk: sigaren. Veelgeprezen voorouder Gijsbert van Sandberg de Geer stichtte in „ons” Indië de tabaksplantage Wampoe. Het familiebedrijf bestaat nog steeds, maar een Amerikaanse overname lijkt ophanden te zijn. Daar wordt binnen de familie verschillend over gedacht: dat is een van de vele verhaallijnen in de roman.

Anna Hope geeft in haar roman De erfgenamen ook veel details over het aanzien van het familiehuis en het omringende landgoed te Sussex, waar haar verhaal speelt. De pater familias, Philip Brooke, is overleden. De familie komt samen voor zijn begrafenis en moet beslissen wat er nu met het geldslurpende landgoed moet gebeuren. De oudste dochter wil de natuur terughalen zoals die „oorspronkelijk” was. Zij vergaapt zich aan de oeroude eiken en aan jonge inheemse scheuten. Maar haar broer, die zich eerder aan de neo-Griekse gevel vergaapt, wil een peperdure spirituele kliniek oprichten op deze plek, waar mensen met paddo’s worden behandeld. Hij vindt dat juist dit idee aansluit op ‘de’ traditie, op wat hier ‘hoort’: hun vader organiseerde op het terrein in zijn jonge hippiejaren een legendarisch geworden muziek- en tripfestival. De kersverse weduwe wil vooral weg uit de gevangenis die het majestueuze landhuis voor haar al vijftig jaar is en de jongste dochter overweegt juist een terugkeer naar haar wortels, weg uit haar huwelijk. Hope slaagt er knap in alle perspectieven geloofwaardig en boeiend te maken.

Wasdom speelt zich af in het familiehuis in Bergen. Voor de zomervakantie komen van oudsher de Van Sanberg de Geertjes daar samen. Ditmaal, het is 2022, drie generaties: grootouders, hun vier volwassen kinderen, al dan niet met echtgenoten, en hun negen kleinkinderen. Zijlstra brengt al deze mensen, plus nog een aantal buitenstaanders, in beeld in een voortdurende wisseling van perspectief. Ieder heeft zo zijn problemen met hoe te leven, maar de traditie, en dat dingen op een bepaalde manier horen, staat buiten kijf. De roman is ambitieus, gedurfd en meeslepend, maar wel wat overvol, met details, verhaallijnen en personages. Je moet vaak terugbladeren naar de stamboom voorin het boek om op te zoeken met wie je nu weer te maken hebt. Of maakt dat niet zoveel uit?

„Het is een clan”, constateert een meisje dat een kort bezoek brengt en haar eigen buitenstaandersperspectief mee brengt, „een heel eigen stam [...]. Ze leven volgens hun eigen gebruiken, rituelen en tradities. Ze zitten niemand in de weg, in ieder geval niet opzettelijk.”

O ironie: natuurlijk zitten deze mensen juist van oudsher talloze anderen in de weg (meer dan in de weg, als je nagaat hoe ze hun kapitaal vergaarden). Maar Zijlstra zoomt, anders dan Hope wier boek uiteindelijk vrij eenduidig over slavenhandel gaat, in op hoe de familie inmiddels zichzelf in de weg zit. Max, de oudste kleinzoon (uiteindelijk het belangrijkste personage in deze roman), moet en zal bij het corps gaan nu hij gaat studeren. Hij hoopt vurig te worden uitgeloot. Maar zijn soort mensen wórdt niet uitgeloot en zo wel: dan weet grootvader daar via zijn netwerk wel een mouw aan te passen. Hij gaat dus toch, in het beste deel van de roman. Pijnlijk en verrassend wordt dan duidelijk dat het verleden zelfs op ‘ons soort mensen’ een schaduw kan werpen: een spook staat op.

In De erfgenamen zet de komst van een buitenstaander op de begrafenis van grootpapa de al verstoorde familieverhoudingen op scherp. Wie is deze jonge Amerikaanse en wat komt ze vertellen? Toch niet dat hij ook haar vader is? Even heerst er opluchting als haar huidskleur niet overeen blijkt te komen met die van hem. Maar dan blijkt dat deze rijkelui een reuzenschuld erven bovenop de schulden waar ze al van wisten. Helaas is hierna het slot van De erfgenamen merkwaardig zoet.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next