De problemen stapelen zich op voor de Britse premier Starmer. Het VK dreigt moeilijk bestuurbaar te worden en dat is ook voor Europa verontrustend.
Ruim negen jaar na het referendum over de Brexit is het Verenigd Koninkrijk nog altijd een gewoon Europees land, met een lage economische groei, een onderdanige houding ten opzichte van de Amerikaanse president Donald Trump, een ontevreden bevolking die zich in toenemende mate verzet tegen immigratie en een regeringsleider die de grootste moeite heeft om politiek te overleven.
Amper veertien maanden na zijn grote overwinning bij de Lagerhuisverkiezingen wordt openlijk gespeculeerd over de vervanging van Labourleider Keir Starmer als premier van het Verenigd Koninkrijk. Voor Starmer stapelen de problemen zich op. Onlangs moest vicepremier Angela Rayner, zeer gewaardeerd vanwege haar achtergrond in de arbeidersklasse, opstappen omdat ze haar belastingpapieren verkeerd had ingevuld. Vorige week nog ontsloeg Starmer de Britse ambassadeur in Washington, Peter Mandelson, die benoemd was omdat hij zo’n goede relatie met Trump had. Helaas bleek die verstandhouding mede gebaseerd op een wederzijdse vriendschap met seksdelinquent Jeffrey Epstein.
Starmer wordt niet alleen geplaagd door schandalen, het VK worstelt ook met structurele problemen. De Brexit heeft het land allerminst sterker gemaakt. Volgens cijfers van de Oeso is de economische groei sinds 2019 (het laatste jaar voor corona) lager dan die van de eurozone en Frankrijk– hoewel het kwakkelende Duitsland nog veel slechter scoort. De immigratie, die zo’n belangrijke factor was in de Leave-stem, is sinds de Brexit alleen maar toegenomen, tot ongenoegen van een groot deel van de bevolking.
Een belangrijke test voor Starmer komt in november, als de begroting voor 2026 wordt gepresenteerd. Volgens een schatting van de denktank National Institute for Economics and Social Research moet minister van Financiën Rachel Reeves een gat van 50 miljard pond dekken, vergelijkbaar met de bezuinigingen waarover de Franse premier François Bayrou onlangs struikelde. Belastingverhogingen en bezuinigingen zijn impopulair, maar het VK moet zijn staatsfinanciën op orde krijgen om de economie te stimuleren en de financiële markten tevreden te houden.
Maar uiteindelijk is het grootste probleem voor Starmer van politieke aard. Net als in andere Europese landen kalft het midden in het VK af. Volgens een recente peiling worden de twee traditionele regeringspartijen, Labour en de Conservatieven, nog maar gesteund door 39 procent van de Britten. Vooral Nigel Farage’s Reform UK vormt een bedreiging voor de gevestigde orde. Door electorale fragmentatie dreigt ook het VK moeilijk bestuurbaar te worden.
Dat is een verontrustende ontwikkeling, ook voor Europa. Europa wil meer op eigen benen staan, nu de alliantie met de Verenigde Staten zo onzeker is geworden. Op het gebied van veiligheid zijn de Britten van cruciaal belang, ook voor de verdediging van Oekraïne.
Keir Starmer heeft allerminst kunnen overtuigen, maar het is te vroeg om hem te vervangen. Gezien de omvang van de problemen is het maar de vraag of een opvolger, zoals de veelgenoemde burgemeester van Manchester Andy Burnham, het beter zal doen. Bovendien moet een herhaling van de chaos onder de Conservatieven, die in zeven jaar vier premiers versleten, worden voorkomen. Turbulente tijden vragen om een zekere continuïteit. Daarom is het VK niet gebaat bij een nieuwe premierscarrousel.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant