Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Hoe verder ik de veertig inga, hoe meer ik van vogels ga houden. Het is niet een bewust houden van; ik kijk niet naar vogels met het gevoel van wat hou ik van jullie. De aantrekkingskracht is eerder onbewust magnetisch. Vogels raken steeds meer geïntegreerd in mijn leven. Ik merk het aan kleine dingen, zoals dat er op mijn telefoon opeens een app staat waarmee je vogels kunt identificeren aan de hand van geluiden. Of aan het feit dat ik hardop vragen stel als: ‘Zou dat een torenvalk zijn? Of toch een sperwer?’ Of aan de tatoeage van een buizerd die op mijn been is verschenen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor zover ik nu weet is de buizerd mijn lievelingsvogel. Het is een solistisch dier en straalt een zekere onafhankelijkheid uit. Maar ik vind bijvoorbeeld de fuut ook erg innemend, vanwege zijn punkkapsel. Zwaluwen, goudhaantjes, koolmezen: ook allemaal erg lief. Behalve ganzen, die haat ik. En ze haten mij ook. Dat bleek maar weer toen ik vanochtend tijdens mijn rondje hardlopen in een ganzenhinderlaag terechtkwam, twee reuzen me achternazaten en ik een sprint in moest zetten, waarbij ik mijn bilspier verrekte (want veertig plus).
Dit gebeurde allemaal aan de rand van een duinmeer waar tevens een kolonie aalscholvers huist. De aalscholver is een stokoude vogelsoort, die nog uit de prehistorie stamt, zo las ik in het Haarlems Dagblad. Het artikel ging over voornoemd duinmeer en stond vol met geweldige zinnen als: ‘Hoewel de vogels al langer bestaan dan de mensheid, weten we vooral heel veel niet over deze visliefhebbers.’ Aalscholvers staan erom bekend dat ze in rustpositie hun vleugels uitslaan, als een soort Batman-imitatie. Waarschijnlijk is dat om hun veren te laten drogen. Maar helemaal zeker weten we het niet en we kunnen ze het dus ook niet vragen.
Ook is onduidelijk waarom ze in de winter hun eilandje in het meer verlaten, de Noordzee oversteken en tijdelijk naar Engeland verkassen. ‘Het Britse klimaat is nagenoeg hetzelfde als in Nederland.’ Daar klonk een vleugje jaloezie in door, als een man die verlaten wordt voor de buurman. ‘Waarom hij? Hij is ook kalend en kan ook niet koken.’ Overigens bestaat er een kans dat de aalscholverkolonie aan zijn eigen succes ten onder gaat. ‘De vogels hebben scherp riekende uitwerpselen, waar bomen niet tegen bestand zijn en langzamerhand aan doodgaan.’
Dat betekent dat op het moment dat alle bomen op het vogeleiland zijn, ik citeer, ‘doodgescheten’, de kolonie misschien moet verplaatsen naar een andere plek. Om daar vervolgens ook weer de boel dood te schijten, enzovoorts. Troostend, want blijkbaar is de mens niet de enige diersoort die zijn eigen leefomgeving verneukt en zichzelf tussendoor verkleedt als Batman. Hebben we dat ook weer uitgevogeld (sorry, nee echt, sorry).
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns