Wat klinkt als de zoveelste modetentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal is dat beslist niet: het werk van Iris van Herpen (41) gaat over veel meer dan alleen maar kleren. Monnikenwerk. Engelengeduld. Totale toewijding. Dat is waar Van Herpen groot mee is geworden.
Vier maanden geleden interviewde ik Iris van Herpen in haar atelier in Amsterdam, voor een kunstmagazine. Ik beloofde haar Engelstalige pr-dame dat ze het stuk voor publicatie mocht controleren op feitelijke onjuistheden. Toen ik het had gemaild, kreeg ik de wind van voren.
Ik had gewaagd te stellen dat Iris van Herpen in Nederland minder bekend is dan Roy Donders, huispakkenkoning uit Tilburg. ‘Dat lijkt mij geen feitelijke onjuistheid’, probeerde ik nog, maar het moest en het zou eruit, zeker als ik nog wilde binnenkomen bij Van Herpens show in Parijs, in juli. Het regeltje werd geschrapt, en via via kreeg ik dan toch mijn uitnodiging. Een nederige staanplaats, nadat ik jarenlang front row heb gezeten. Voor straf.
Een particuliere anekdote, maar ze illustreert wel dat Van Herpens landelijke roem bevragen gevoelig ligt, en haar naam in één adem noemen met een confectieknaller al helemaal. Zeker, Van Herpen (41) is van een volstrekt andere categorie dan Donders. Hij is een bonte straatparkiet, zij een serene kraanvogel in een gouden volière. Ze wordt gedragen door coryfeeën van het kaliber Beyoncé en Cate Blanchett.
Ze is belachelijk goed in haar werk en wordt door gezaghebbende modejournalisten de hemel in geprezen. Ze is onafhankelijk in haar denken en in haar zaken: Van Herpen valt niet onder een van de grote modeconglomeraten.
Maar hoezeer haar sterrenstatus ook buiten kijf staat onder couturekenners, mensen die niets met mode hebben, kijken je glazig aan als je zegt dat je Iris van Herpen gaat interviewen. En dat is eigenlijk best logisch. Lange tijd was Van Herpen er wars van om zelf naar buiten te treden. Als persoon is ze egoloos en teruggetrokken, ze geeft niets om soundbites of spotlights. Van Herpen die meedoet aan Ranking the Stars of Het perfecte plaatje? Van je lang zal ze leven niet.
Nu, met de grote tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam voor de deur, is er geen ontkomen aan voor Van Herpen. Alle modebladen, kranten, talkshows en nieuwssites zijn door haar overijverige pr-team benaderd en modefan Splinter Chabot maakte een driedelige podcastreeks met boeiende en deskundige sprekers, onder wie Van Herpen zelf. In opdracht van Nationale Nederlanden, partner van De Kunsthal.
De tentoonstelling die daar 27 september met veel bombarie opent, is niet speciaal voor de Kunsthal gemaakt, maar opende na vijf jaar voorbereiding in november 2023 in het Musée des Arts Décoratifs, het gezaghebbende Parijse modemuseum naast het Louvre. Van Herpen was de jongste vrouw ooit die er een solotentoonstelling kreeg, en de eerste Nederlandse ontwerper. Bij de opening waren koningin Máxima en Brigitte Macron present, daarna reisde de expositie naar Brisbane en Singapore. Na Rotterdam reist ze door naar de VS.
In Parijs overtrof het aantal van bijna 400 duizend bezoekers alle verwachtingen. Of dat nu ook gaat gebeuren is de vraag. Mode vinden veel Nederlanders ijdel of oppervlakkig. Maar het werk van Van Herpen afdoen als louter kleding, en deze expositie als de zoveelste modetentoonstelling, is veel te kort door de bocht. Sterker nog: mode is slechts een onderdeel van het universum van Van Herpen.
Voor wie van baanbrekende techniek houdt
Het is een veelgemaakte fout in de media: modeontwerpers te pas en te onpas couturier noemen. Lang niet elke modeontwerper is couturier. Couturiers maken maatwerk, unieke stuks, geen rekken vol generieke kledingstukken in confectiematen. Van Herpen is niet alleen couturier, ze hoort bij het selecte gezelschap dat officieel erkende haute couture (letterlijk: hoge naaikunst) maakt. Het is de Champions League van de mode, en om mee te mogen spelen moet een ontwerper voldoen aan alle eisen van de strenge Franse Fédération de la Haute Couture.
Maar dan zijn we er nog niet: zelfs onder de haute couturiers is Van Herpen een klasse apart. Ze verstaat niet alleen de kunst om te toveren met flinterdunne stoffen als organza of te pietepeuteren met onzichtbare steekjes, ze verkent steeds weer nieuwe wegen wat betreft materiaalgebruik. Haar silhouetten, doorgaans organisch en vloeiend van vorm, blijven door de jaren heen herkenbaar en eigen, maar de materialen en technieken waarmee ze werkt zijn telkens weer verrassend en reuze innovatief.
Haar inspiratie zoekt ze daarbij ver buiten de mode. Haar grote doorbraak als vernieuwer dankt ze aan een 3D-geprinte polyamide jurk in de vorm van een uitwendig skelet. Het Amerikaanse TIME Magazine noemde de creatie een van de vijftig beste uitvindingen van 2011.
Van Herpens honger naar nieuwe ontdekkingen bleek onstilbaar. Samen met Philip Beesley en de universiteit van Waterloo in Canada ontwikkelde Van Herpen een plottercut-techniek waarmee tienduizenden minirimpels in duchessesatijn kunnen worden gemaakt. Voor museum Naturalis ontwierp ze panelen van beton die eruitzien en aanvoelen als zachte zijde.
Van Herpen gebruikt ook gerust roestvrij staal om er met lasers patronen uit te snijden die een jurk vormen. Ze gebruikt siliconen, liquid fabric en petplastic. Om delicate weefsels aan elkaar vast te maken heeft ze zich bekwaamd in heatbonding, waarbij onder hoge temperatuur zijden panelen aan elkaar worden gelast.
Een en ander is behoorlijk tijdrovend, vandaar dat ze een heel atelier vol rechterhanden, assistenten en stagiairs heeft, die zeker in aanloop naar haar jaarlijkse show stevig moeten aanpoten. In 2013 toonde ze de bewerkelijkste jurken uit haar carrière: de Mirror Dresses.
De eerste werd gemaakt van honderden handgesneden stukjes die allemaal naadloos moesten aansluiten volgens een geometrisch patroon. Dat kostte haar team vier maanden. De tweede moest de eerste exact weerspiegelen. Daar werd een jaar lang volcontinu aan gewerkt, soms zelfs met vier mensen tegelijk. Monnikenwerk. Engelengeduld. Totale toewijding. En dat is precies waar Van Herpen groot mee is geworden.
Voor wie van natuur houdt
Van Herpen groeide op zonder tv of internet, in een Gelders dorp aan de Waal, en trok graag de natuur in. Haar fascinatie voor al wat groeit, bloeit, zwemt, kruipt en vliegt is evident terug te zien in haar kleding. Zo is haar collectie Syntopia geïnspireerd op vliegende vogels. En in het geval van Van Herpen volstaat het dan niet om een vlucht zwaluwen op een bloes te borduren, nee, ze gaat veel dieper op de materie in.
Samen met Lonneke Gordijn en Ralph Nauta van Studio Drift bestudeerde ze de stadia van een vogelvlucht. Voor de show bouwde Studio Drift een sculptuur die die bewegingen nabootste en Van Herpen maakte jurken van laagjes stof die geïnspireerd waren op het verenkleed van vogels.
Andere creaties doen weer denken aan de schubben van een vis, schelpen, slakkenhuizen, kwallen, spinnenwebben, zeepoliepen, honingraten of vlindervleugels. Ook bijen vormen een inspiratiebron. Van Herpen volgde een imkercursus en heeft sinds kort een bijenvolkje. En waar reguliere ontwerpers hun klanten behangen met luide python- of panterprints, daar brengt Van Herpen ingetogen odes aan boomschors, paddenstoelen en mycelium, het ondergrondse netwerk van schimmels, dat ze uitgebreid onderzocht.
Een andere constante in Van Herpens werk is haar fascinatie voor water, wellicht ingegeven door haar vader, die werkte bij het waterschap. Of haar geboortegrond tussen twee rivieren. In 2011 maakte ze in samenwerking met Benthem Crouwel Architects een jurk die van gestold water leek te zijn gemaakt; het was kunstig gemodelleerd petplastic.
Voorlopig hoogtepunt van haar liefdesverklaringen aan de natuur is een jurk die ze afgelopen juli in Parijs showde. Hij was gemaakt van tule die in een laboratorium van de Universiteit van Amsterdam was begroeid met 125 miljoen levende microalgen die licht gaven.
Voor wie van dans houdt
Moeder Van Herpen was danslerares en Iris danste in haar jeugd op hoog niveau. Geen wonder dat beweging en ballet een grote rol spelen in haar werk, en ze het lichaam haar muze noemt. Door de lengte van haar mouwen en de tentakels, slepen en slierten die aan haar creaties hangen worden de bewegingen die dragers erin maken extra sierlijk. Lady Gaga, Beyoncé en Jennifer Lopez dansten in outfits van Van Herpen in videoclips en op grote podia.
Daar komt bij dat Iris ook kostuums ontwerpt voor gerenommeerde balletgezelschappen, zoals dat van de Opéra National de Paris en het New York City Ballet, beide onder leiding van sterchoreograaf Benjamin Millepied. Enerzijds een droom die uitkwam voor haar als dansfanaat, anderzijds een nachtmerrie omdat de autonome, eigenwijze Van Herpen gruwt van grenzen.
En die horen wel degelijk bij balletkostuums. Ze moeten in dienst staan van de beweging en dus nergens knellen of de drager doen struikelen. Daarbij moet de kleding goed zichtbaar zijn van een afstand en, heel prozaïsch, in de wasmachine kunnen als er flink in is gezweet.
Voor wie van beeldende kunst houdt
Dat de creaties van Iris van Herpen dichter tegen kunst aanschurken dan tegen doordeweekse kleding, is evident. Maar het blijft in haar werk niet bij schurken alleen. Met een uitdijend aantal kunstenaars werkt Van Herpen nauw samen, zoals de al eerder genoemde Philip Beesley, Tomáš Libertíny, Collectif Mé, Anthony How, Wim Delvoye en Kate MccGwire, en daarmee is de lijst nog lang niet compleet.
Van Herpen vindt de kunstenaars door haar nieuwsgierigheid en het onderzoek dat daaruit voortvloeit. Veel van de kunstenaars die ze benadert blijken verwante geesten, die zich op hun beurt weer door de Nederlandse laten inspireren. Speciaal voor de tentoonstelling die nu in de Kunsthal te zien is, maakte een aantal van hen extra werk, dat perfect aansluit bij haar couture.
Sommige van deze bevriende kunstenaars hebben, net als Van Herpen zelf, synesthesie. Dat is een bijzondere gevoeligheid waardoor meerdere zintuigen samenwerken en iemand bijvoorbeeld smaken associeert met kleuren. Iris ‘voelt’ structuren in muziek en natuur, en vertaalt die intuïtief in vormen en patronen.
Voor wie van sprookjes houdt
Maar zelfs wie niets heeft met kunst, natuur, techniek of dans komt aan zijn trekken in de Kunsthal. Wie houdt van elfjes, sciencefiction of fantasy kijkt zijn ogen uit. En daar leent de tentoonstelling in de Kunsthal zich ook perfect voor: echt kijken, blijven kijken. Elke keer dat Van Herpen stiekem haar eigen tentoonstelling in Parijs bezocht, viel haar op dat kinderen geconcentreerd haar feeërieke jurken zaten na te tekenen. En dat bracht haar op het idee om in de toekomst minder snelle, elitaire modeshows te doen, en meer toegankelijke, langlopende exposities.
Ook voor de volwassenen zijn er sprookjes te ontdekken in haar oeuvre. Wie goed kijkt, ziet verwijzingen naar het werk van streekgenoot Jheronimus Bosch met z’n mystiek en allegorieën. Ook de klassieke mythologie inspireert haar. In 2011 baseerde ze een jurk op het verhaal van de Trojaanse priester Laocoön, die zijn zonen redt uit een kluwen van kronkelende zeeslangen.
In 2022 stoelde Van Herpen een collectie op Metamorfosen, de verhalen van de Romeinse schrijver Ovidius. Van Herpen zocht contact met Alessandro Barchiesi, een Italiaanse professor die gespecialiseerd is in Ovidius en meerdere boeken over het werk heeft geschreven. Ze spraken elkaar uitgebreid en Barchiesi werd nauw bij de collectie betrokken.
Maar misschien hoef je dat helemaal niet te weten om de tientallen stukken en bijbehorende kunstwerken te kunnen waarderen. Misschien is het verhaal van het verlegen meisje uit het land van Maas en Waal die van haar oma Els de liefde voor kleren meekreeg, wereldberoemd werd en zelfs de koningin mocht kleden al sprookjesachtig genoeg.
Iris van Herpen: Sculpting the Senses, Kunsthal Rotterdam, 27/9 t/m 1/3/26.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant