Home

‘Ik ben niet vlekkeloos’, zegt Dick Schoof, die zich weer laat ‘souffleren’ door Geert Wilders

Algemene Politieke Beschouwingen Dick Schoof, partijloos premier van een kabinet dat twee keer viel, zegt nog steeds niet wat hij zelf van iets vindt. „Laat uw hart zien”, zegt Mirjam Bikker van de ChristenUnie.

Premier Dick Schoof tegenover Henri Bontenbal (CDA) op tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen.

Dick Schoof vergist zich. De koopkracht van iedereen, zegt hij, gaat er 1,3 procent „op achteruit”. In de zaal, vanuit zijn bankje, roept PVV-leider Geert Wilders: „Vóóruit”. Schoof kijkt op: „Zei ik achteruit? Sorry.”

Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma lacht. „U wordt nog steeds gesouffleerd door de heer Wilders, hè?”

Nu lacht iedereen, ook Schoof. „Dat is geméén, voorzitter.”

Het zijn de laatste Algemene Politieke Beschouwingen van Schoof, de partijloze premier van een kabinet dat twee keer viel. Het was Wilders die hem in het voorjaar van 2024 had gevraagd om premier te zijn, maar die had Schoof daarna meteen duidelijk gemaakt dat hij maar weinig te zeggen had. Wilders gedroeg zich als de baas, Schoof liet dat gebeuren.

En al is de PVV in juni van dit jaar uit het kabinet gestapt, Schoof blijft het ook in het debat van donderdag moeilijk vinden om iets te zeggen over Wilders. Die had het de dag ervoor, op de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen, gehad over een „gigantisch allochtonenprobleem in Nederland”, over „wijken en steden” die werden „geïslamiseerd”, en die had gezegd dat hij het islamitisch onderwijs wilde verbieden.

‘Kabinet-Discriminatie I’

Stephan van Baarle noemt Schoof „de minister-president van het kabinet-discriminatie I, namelijk het kabinet met de PVV van Geert Wilders”, hij vindt dat Schoof moet „normeren”. Laurens Dassen van Volt wil van Schoof weten hoe hij het ziet dat „heel veel Nederlanders zich onveilig zijn gaan voelen” door uitspraken van Wilders en van PVV’ers die in het kabinet zaten. Volgens GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans „mag” de premier „niet zwijgen” over de vrijheid van onderwijs die in de Grondwet staat, in artikel 23.

Schoof was zijn verhaal in de Tweede Kamer, donderdagmiddag, juist begonnen met een pleidooi tegen polarisatie. Daar had hij zorgen over, zei hij. Dat was het moment waarop Kamerleden naar voren waren gekomen: hij had ervoor gekozen om premier te worden van het eerste kabinet met een radicaalrechtse partij erin. En hij had nooit willen reageren op Wilders die online of in de Tweede Kamer uithaalde naar moslims, de islam, asielzoekers.

Ook nu niet. Hij zegt wel dat hij niet „met een grote glimlach” kan „volhouden dat alles is goed gegaan”, er waren twéé partijen uit zijn kabinet gestapt. En over zichzelf: „Ik ben niet vlekkeloos, tuurlijk niet.”

Maar hij wil, zegt hij ook, „als premier vanuit een diepe overtuiging” Nederland „op het Grondwettelijke pad” houden. Die Grondwet staat volgens hem „niet ter discussie”. Wat Wilders had voorgesteld, de vrijheid van onderwijs voor moslims afschaffen, is „daarmee strijdig”. „Dan zou je”, zegt hij, „de Grondwet moeten wijzigen”.

Denken in processen

Het klinkt bijna als een tip aan Wilders en het past bij de manier van denken die Schoof typeert volgens mensen die met hem hebben samengewerkt: als er een probleem is, moet er een oplossing komen. Schoof is praktisch, hij denkt in processen. Een wijziging van de Grondwet, zegt hij in het debat met veel nadruk, daar gaan de Tweede en de Eerste Kamer zélf over. Dat is niet aan hém.

Er komt geen moreel oordeel, zoals de Kamerleden van hem hadden gevraagd. Zijn antwoorden leiden tot rumoer in de bankjes. Schoof hoort het, hij zegt: „Maar dit is feitelijk juist.”

Tegen zes uur raakt Schoof geïrriteerd door Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren, die hem „zenuwachtig” noemt bij het beantwoorden van vragen over Gaza. Schoof kijkt weg, hij vindt het „flauw”. Van Baarle van Denk noemt hem daarna „medeplichtig” en „medeverantwoordelijk” voor het leed in Gaza, „Als je niet doet wat je moet doen, dan laat je het gebeuren.” Schoof kijkt naar hem met een strak gezicht, armen over elkaar.

Op Frans Timmermans had hij eerder nog heel anders gereageerd. Timmermans was begonnen over de ernstig zieke en gewonde kinderen uit Gaza die in Nederlandse ziekenhuizen behandeld zouden kunnen worden. Het kabinet wil dat niet en vindt dat die behandeling in het Midden Oosten zelf zou moeten gebeuren.

Timmermans had Schoof aangesproken „als Dick Schoof”, met wie hij in zijn tijd als minister van Buitenlandse Zaken nauw had samengewerkt „in een van de moeilijkste periodes in onze nationale geschiedenis”. Hij bedoelt: na de aanslag op de MH17, Schoof was toen nog topambtenaar. Timmermans had hem „leren kennen als iemand die vasthoudt aan internationaal recht en principes” en zegt dat Schoof niet langer moet „wegkijken”.

Schoof wiebelt heen en weer, kijkt naar beneden. Dan zegt hij: „Ik sta hier als minister-president en niet anders.” Hij zegt ook: „Ik spreek niet met u als Dick Schoof. Ik hecht eraan om dat expliciet te benadrukken.” Anders zou het een „persoonlijk gesprek” worden. „Dat kan”, zegt Schoof. „Maar dan gewoon als we samen zitten. Niet hier in de Tweede Kamer.”

’s Avonds zal er opnieuw over de medische evacuatie van Gazaanse kinderen worden gestemd. Niet per fractie maar per Kamerlid. Een week geleden was de uitslag nog 72 tegen, 71 voor. „Het wordt krap”, zegt Mirjam Bikker van de ChristenUnie. De uitslag zal afhangen van wie er is. Ze kijkt Schoof aan: „Laat uw hart zien.”

Hij kijkt haar ook aan, hij knikt. Maar hij zegt niet dat de kinderen tóch in Nederland geholpen kunnen worden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC De Haagse Stemming

Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Source: NRC

Previous

Next