VS
Na de aanslag op Charlie Kirk kunnen mensen geweld gaan zien als noodzakelijk alternatief voor democratie, zegt Roxane van Iperen. Bij welke groepen is dat risico het grootst?
Tijdens een demonstratie in Asuncion, Paraguay trappen mensen op een poster van Charlie Kirk. FOTO: Juan Pablo Pino /ANP / EPA
De kogel die Charlie Kirk tijdens een openbare studentenbijeenkomst in zijn nek raakte, was in alle opzichten een toonbeeld van extreme wreedheid. Het was een nieuwe uiting van haat in een golf van politiek geweld in de Verenigde Staten, die tussen de aanval op het Capitool van 6 januari 2021 en de presidentsverkiezingen van 2024 de grootste stijging zag sinds de jaren 1970 – waarbij extreemrechtse aanvallen de grootste dreiging vormen.
Roxane van Iperen is schrijver en jurist.
De moord op de ideologische protegé van president Donald Trump is helaas niet meer te zien als een incident. Het is het gevolg van een breder maatschappelijk probleem: de bereidheid extreem geweld te gebruiken tegen politieke opponenten. Deze specifieke moord kan daarbij een laatste zetje betekenen voor een brede, gematigder groep burgers en hun standpunt over (politiek) geweld: van afkeuring naar een noodzakelijk kwaad of zelfs terechte wraak. ‘Dit is ons Reichstagmoment’, kwam in verschillende varianten voorbij op platform X. Soms uitgesproken als vrees, maar vaker nog als wens, verwijzend naar de brand in de Duitse Rijksdag in 1933, die door Hitler werd aangegrepen om de democratie op te schorten, tegenstanders op te pakken en de juridische basis voor een fascistische dictatuur te leggen.
Direct na de aanslag werden op sociale media en door hevig gepolariseerde Amerikaanse nieuwszenders conclusies getrokken over wie verantwoordelijk zou zijn voor de moord. Links Amerika, de ‘liberals’, de transgemeenschap, Antifa, de academische wereld of ‘lunatic wokies’. President Trump pookte het vuur eigenhandig op voordat een verdachte zelfs maar in beeld was: in zijn toespraak aan het volk wees hij naar de „radical left” als oorzaak voor het geweld. Dit werd door veel media vertaald als ‘radicaal-links’ of ‘extreemlinks’, hoewel Trump zo van oudsher de Democraten aanduidt.
Nadat verdachte Tyler Robinson in hechtenis was genomen, een 22-jarige student uit een familie van Trump-aanhangers, kwamen daar weer andere theorieën bij. Robinson zou een ‘Groyper’ zijn: een volger van rechtsextremist Nick Fuentes. Die is ook vooral onder jongeren populair, maar hij vond Charlie Kirk en zijn ultrarechtse organisatie Turning Point USA te gematigd; een poortwachter van het gevestigde conservatisme. Fuentes-aanhangers verstoorden universiteitsevenementen van Kirk en Turning Point USA, in zogenoemde ‘Groyper-oorlogen’ die nóg extremer en gewelddadiger wit-nationalistische ideeën in het openbare debat injecteerden en zo mainstream maakten.
Tussen al deze aanmaakblokjes was er dan nog een handvol commentatoren dat opriep de rust te bewaren en de rechtsgang af te wachten om Robinsons achtergrond en motieven te begrijpen – mocht hij de dader zijn. Maar om te kunnen doorgronden wat de mogelijke gevólgen van deze aanslag zijn en hoe hiermee de democratie verder onder druk komt te staan, in Amerika maar met gevolgen wereldwijd, is helemaal niet zo relevant te weten wie de dader is en vanuit welke ideologie hij werd gedreven. Interessanter is de vraag: wie is nu het meest gebaat bij deze aanslag? Wie kan deze verzilveren, en met welk doel?
Het normaliseren van geweld om een land zogenaamd op orde te krijgen is een laatste fase in het failliet verklaren van de democratie. Burgers zullen er alleen voor openstaan wanneer ze afscheid hebben genomen van het idee dat democratische basisprincipes hen nog kunnen beschermen; zaken als de vrijheid van meningsuiting (hoe extreem ook, maar binnen het kader van de wet), het demonstratierecht, het nastreven van consensus en gelijkwaardigheid, of het beschermen van minderheden. Zodra (politiek) geweld een reëel alternatief wordt, geldt een nieuwe wetmatigheid: de sterkste wint.
Welke groepen hebben op dit moment het meest te winnen bij het afschaffen van de democratie en het recht van de sterkste? We gaan het rijtje af. Niet minderheden, simpelweg omdat democratische waarborgen, hoe aangevreten ook, nog de enige vorm van bescherming zijn tegen een eventueel vijandige meerderheid die de wapens opneemt. Vrouwen, de lhbti-gemeenschap, migranten, mensen van kleur: ze hebben op geen enkele manier de macht of de middelen om ook maar een deuk in een pak boter te slaan. Let wel: we hebben het hier dus niet over veronderstelde morele superioriteit maar over kracht en aantallen – onder deze groepen zullen net zo veel wensdromen bestaan de ‘ander’ eens een kopje kleiner te maken.
Wie kunnen we nog meer doorstrepen? De progressieven of ‘liberals’ in bredere zin, simpelweg omdat ze niet de benodigde ideologische bouwstenen hebben om hun achterban hiervoor te mobiliseren; ze hebben hun achterban juist vergaard door waarden als gelijkwaardigheid, solidariteit en bescherming van minderheden, die nu worden geborgd binnen een democratisch bestel. Én omdat ze grote moeite hebben een gedeelde identiteit te creëren om een vuist te maken tegen andere groepen.
Uiteraard zijn er ook binnen linkse gemeenschappen stemmen die een autoritair geitenpaadje voorstellen om hun doel te bereiken, zoals sommige radicale klimaatactivisten of communisten. Maar ook hier geldt: binnen de huidige machtsverhoudingen maken ze geen schijn van kans. Bovendien kleven er grote risico’s aan zo’n gewelddadig experiment: de chaos en instabiliteit zal vooral kwetsbare groepen treffen, oftewel: daarmee kannibaliseren ze hun eigen achterban.
Wat te zeggen van de gematigde conservatieven? In eerste instantie zijn ook zij gebaat bij handhaving van de democratische spelregels, omdat die stabiliteit en bescherming van hun belangen garanderen. Dat geldt zeker nu ze een meerderheid hebben in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, en bovendien zes van de negen rechters van het Hooggerechtshof zijn benoemd door Republikeinse presidenten, waarvan drie onder Donald Trump – het meest conservatieve hof in de moderne Amerikaanse geschiedenis.
Maar door extreme emoties, slachtofferschap en de normalisering van radicale standpunten zoals we in de VS al jaren zien, kunnen ze ontvankelijk worden voor het standpunt dat de democratische instituties hun rechten onvoldoende beschermen, veranderingen te langzaam doorvoeren, of niet voldoende vrijheid geven zichzelf te wapenen tegen de ‘vijand’. Autoritaire stappen of geweld kunnen dan een ‘noodzakelijk kwaad’ of zelfs een ‘humanitaire missie’ worden om hun manier van leven te beschermen.
In de geschiedenis hebben we vaker gezien hoe gematigd rechts door een politieke moord of aanslag opschoof naar harder, ondemocratisch denken. Op dit moment zijn het in de VS de zogenoemde accelerationisten die dit actief nastreven. Dit is een bonte verzameling extreemrechtse groeperingen met verschillende motieven, die met elkaar gemeen hebben dat ze het ‘systeem’ willen opblazen om een witte etnostaat te kunnen stichten: een traditionele samenleving gebouwd op wit, christelijk nationalisme. De liberale democratie, zo geloven zij, heeft de samenleving ernstig verzwakt door in te zetten op individualisering, de emancipatie van vrouwen en minderheden en het toelaten van migranten.
Door sociale misstanden op te stoken en chaos te versnellen (accelereren), zorgen ze ervoor dat meer burgers het belang van een gewapende strijd inzien. Hoewel de accelerationisten relatief kleine aantallen vertegenwoordigen, hebben ze in korte tijd een radicaliserend ecosysteem gecreëerd dat tot diep in de haarvaten van de samenleving is doorgedrongen en zo de massa opwarmt voor geweld. Een goed voorbeeld daarvan zagen we in de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, waar diverse accelerationistische groeperingen aan deelnamen. Als je een gesprek wil voeren over de gewelddadige retoriek en politieke extremen van het land, moet je begrijpen waarop dit ecosysteem onder andere drijft: symbolen en een eigen taal, digitale netwerken, en geweld.
Accelerationisten scheppen een herkenbare, bijna religieuze beeldtaal die voor insiders een duidelijke betekenis heeft. Dat zagen we duidelijk aan de symboliek van de diverse groepen die meededen aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021: specifieke vlaggen, insignes en handgebaren. Ook de strop die op het grasveld voor het Capitool verrees was niet zomaar een geïmproviseerd attribuut, maar een expliciete verwijzing naar een scene uit de roman The Turner Diaries van William Luther Pierce, de ‘bijbel van racistisch rechts’, waarin politieke vijanden zoals intellectuelen of gemengd gehuwden aan lantaarnpalen door de stad bungelen.
Maar ook het creëren van een eigen taal speelt een belangrijke rol: niets is wat het lijkt, oorspronkelijke betekenissen worden omgekeerd (een linkse activist wordt een fascist, een thuisblijfmoeder een feminist) en memes en satire dragen bij aan de verwarring. Een cartoon, gameverwijzing of grap kan een gewelddadige boodschap overbrengen en daar tegelijk mee spotten; juist die dubbelzinnigheid maakt het moeilijk te bestrijden. Het effect is zichtbaar in de onwetendheid van politieke commentatoren, ook nu weer bij de moord op Charlie Kirk. Op niet-afgevuurde geweerhulzen werden inscripties gevonden die werden geïnterpreteerd als antifascistisch, zoals ‘Bella ciao’ – een verwijzing naar een Italiaans verzetslied. Maar datzelfde nummer stond tot voor zeer kort op de afspeellijst Groyper Wars (America First) op Spotify. Je kan er dus geen zinnig woord over zeggen. Het effect is dat er geen enkele gedeelde waarheid meer bestaat.
Accelerationisme floreert bovendien bij de gratie van een digitale infrastructuur. Waar vroegere extremistische bewegingen afhankelijk waren van bijeenkomsten en pamfletten, verspreiden accelerationisten zich via online netwerken: Telegramkanalen, 4chan, Discord-servers en een memecultuur. Daardoor is er een enorme verscheidenheid in aanhangers: het zijn geen traditionele partijen met een programma, maar emotiemachines die draaien op woede, angst, wantrouwen en vijandbeelden, die in verdunde vorm snel mainstream kunnen worden. Tijdens de Covid-pandemie zagen we een soortgelijk effect optreden met het ontstaan van wellness-rechts.
In de techwereld zelf is overigens opvallend veel animo voor accelerationistische ideeën. Soms als motor van disruptie en vernieuwing (move fast and break things), maar sommige machtige techbazen, zoals Peter Thiel, verlangen ook letterlijk naar een wereld waarin een digitale autocratie de democratie vervangt en (tech-)bedrijven maximale vrijheid hebben. Thiel is de persoonlijke mentor van J.D. Vance en hielp hem in zijn huidige positie als vicepresident.
Het sluitstuk is geweld, dat niet als uitzondering wordt gezien maar als noodzakelijk middel om een hoger doel te bereiken, of dat nu de bestorming van een parlementsgebouw is of de moord op een politieke tegenstander. Als vreedzaam debat niets meer uithaalt, bieden alleen harde maatregelen nog uitkomst. Zo ontstaat een ecosysteem waarin de stap van democratisch debat naar geweld steeds kleiner wordt. Het doet er dan niet zoveel toe wie de dader was en uit welke hoek de kogel kwam. Het doet er vooral toe te begrijpen wie de vrijgekomen angst en woede wil verzilveren om de samenleving klaar te stomen voor méér politiek geweld in plaats van minder.
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC