Biologie De acht armen van een octopus opereren geheel autonoom. Ze hebben een schier eindeloze vrijheid aan bewegingen.
Een octopus houdt één van de acht armen omhoog op een foto van een van de onderzoekers.
Of het nu gaat om het verplaatsen van zeewier, het afzoeken van de bodem of het verkennen van een rotsig oppervlak: in elke situatie zet een octopus z’n beste armpje voor. In Scientific Reports schrijven Amerikaanse biologen dat meerdere octopussoorten ‘voorkeursarmen’ hebben om bepaalde taken mee uit te voeren. Elke arm kán in principe hetzelfde, maar de voorste armen worden wel vaker gebruikt dan de achterste. Verschil tussen links en rechts lijkt er niet te zijn.
Van hun intelligentie tot hun camouflagekleuren: als het op octopussen aankomt is er aan wetenschappelijk onderzoek weinig gebrek. De acht armen opereren geheel autonoom en hebben niet alleen eigen ‘breinen’ maar zijn ook nog eens behoorlijk gespierd. Dankzij vier spiergroepen kan elke arm afzonderlijk korter of langer worden, buigen en draaien. Daarmee ontstaat een schier eindeloze vrijheid aan bewegingen.
Toch wilden de biologen proberen om vast te leggen welke beweging kenmerkend is voor welk gedrag, en of er daarbij verschil bestaat tussen de armen. Op basis van video’s van vijfentwintig zich vrijelijk bewegende octopussen (inclusief de Europese achtarm Octopus vulgaris en nauwverwante soorten) kwamen de onderzoekers tot een zogeheten hiërarchisch ethogram. Aan de basis daarvan staan de vier ‘basisdeformaties’: verkorten, verlengen, buigen en draaien. Daarboven staan twaalf ‘armacties’ die daaruit voort kunnen vloeien (denk aan optillen, opkrullen of iets vastpakken) en dáár weer boven vijftien gedragingen waartoe die bewegingen kunnen leiden. Bijvoorbeeld: achteruitzwemmen, de bodem aftasten of een prooi vangen met een ‘parachuteaanval’ waarbij alle armen worden uitgestrekt.
In totaal werden 3.907 armacties geteld in de video’s. Vervolgens werd voor alle bewegingen en gedragingen geturfd met welke arm(en) ze werden uitgevoerd. De vijf meest voorkomende gedragingen (waaronder reiken, optillen en opkrullen) werden ook nog eens herhaald in een laboratoriumexperiment.
Zodoende ontdekten de biologen dat bij elke actie alle vier de basisdeformaties waren betrokken, al verschilde het van actie tot actie in welk deel van de arm de deformatie plaatsvond. Niet elke arm deed altijd mee. Bewegingen waarbij alle armen gelijktijdig werden ingezet waren in de minderheid. Bijna tweederde van de tijd werden de voorste armen gebruikt, bijvoorbeeld bij het verkennen van de omgeving. Ruim een derde van de tijd ging het om de achterste armen – vaak was de octopus zich in dat geval aan het verplaatsen. Vooral bij het rollen over de bodem en het ‘stelten’ – waarbij de octopus zijn lijf omhoogdrukt – werden de achterste armen relatief vaak ingezet.
De verschillen tussen de veldstudie en het laboratoriumexperiment waren minimaal. Wel werden in het lab relatief vaak de rechterarmen gebruikt en was vooral het voorste paar armen actief. In het wild waren dat de voorste twee paar armen, en was er geen noemenswaardig verschil tussen links en rechts.
Al met al onderschrijft het onderzoek de enorme flexibiliteit en inzetbaarheid van de octopusarmen, aldus de biologen – iets waar robotontwikkelaars zeker interesse in zullen hebben.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC