is redacteur popmuziek van de Volkskrant.
Verachtelijke punkmeningen zijn misschien irritant, maar we zullen ze moeten verdedigen. En laten we ‘de ophef’ ook eens proberen te beteugelen.
Even leek Bob Vylan de belangrijkste band die ooit voet op Nederlandse bodem had gezet, ongeveer sinds The Beatles in Blokker. Heel even dan, want de ophef over het boze en soms wat onbeholpen punk- en rapduo kwam zondag razendsnel op, maar vloog dinsdag minstens zo energiek het nieuws weer uit.
In die beperkte tijdspanne verschenen alleen al in de Volkskrant vijf redactionele artikelen, geschreven door in totaal zes redacteuren en een recensent. Daarop volgden nog zes ingezonden brieven.
De naam Bob Vylan viel in alle talkshows, op radio en tv. En Bob Vylan werd rondgepompt door de riolering van het meningencircuit op sociale media, door overdreven geopinieerde personen die waarschijnlijk nooit de moeite hebben genomen een enkel nummer van Bob Vylan te beluisteren – en die natuurlijk ook niet in de Paradiso stonden, waar de band speelde.
Wat dat laatste betreft, was de ophefstorm er één uit het boekje: ergens wel iets van vinden, maar er het liefst niet bij zijn geweest. Dat ventileert gewoon lekkerder, want je kunt de nuance én de context handig overslaan.
Hoe de ophef werkte en waarom alle media, inclusief deze krant, op zondagavond in paniek stukjes en items begonnen te bedenken, werd uit de doeken gedaan in een heldere reconstructie in de Volkskrant. Er ontvouwde zich een verdrietig stemmend relaas over spionnen in de concertzaal en gretig gedeelde filmpjes van ‘ontoelaatbare’ uitlatingen van zanger Bobby Vylan, die bedoeld leken om de ophef aan te jagen. En dus was er angst, bij de bevolkingsgroepen die zich daadwerkelijk bedreigd voelen door opkomend – en helaas reëel – antisemitisme.
Het plan verliep vlekkeloos. Aan de nieuwsbureaus werd nieuws gemaakt niet van wat zich echt in de zaal had afgespeeld (daar waren de nieuwsmakers niet bij: hadden ze nou maar even gebeld met de recensenten die er wél stonden, van de Volkskrant en NRC), maar over de ophef die er doelbewust over in het leven was geroepen.
Hoe journalistiek belangrijk het is ergens bij te zijn, bleek uit de getuigenverslagen van die Volkskrant- en NRC-recensenten. Ze kregen weinig aandacht, in het oog van de storm, maar hadden de ophef kunnen beteugelen.
Ja, schreven de recensenten, er werden controversiële, mogelijk zelfs abjecte uitspraken gedaan. Maar, en hier komt die goeie ouwe context om de hoek kijken, die abjecte uitspraken werden wel gedaan door een púnkband die beroepsmatig woedend moet zijn op alle mogelijke misstanden in de wereld, om daar vervolgens zo hard mogelijk tegenaan te trappen.
Verachtelijke punkmeningen zijn misschien irritant, maar ze horen bij de vrijheid van meningsuiting. Dat vond ook de rechter bij het kort geding dat was aangespannen tegen de popzaal Doornroosje, waar Bob Vylan maandag nogmaals wilde optreden. De uitspraken van Bob Vylan werden kennelijk niet als ontoelaatbaar beoordeeld, waarschijnlijk omdat ze op verschillende manieren te interpreteren waren. De toelichting van de rechter volgt nog.
Maar sowieso: een rechtszaak, tegen een podium dat een punkband wil programmeren? Een verbod zou een unicum zijn, na ruim vijftig jaar punkgeschiedenis, waarin de meest vreselijke dingen van een podium zijn geschreeuwd, van doodsbedreigingen tot nazivergelijkingen, en waaraan meestal niemand zich stoorde – ook omdat er geen smartphonespionnen in de zaal aanwezig waren.
Misschien is dit het échte nieuws na de mediahype rond Bob Vylan. We leven in een steeds benauwender, door politiek, ophef en polarisatie afgeknepen cultuur, waarin we moeten vechten voor de vrijheden die lange tijd volkomen vanzelfsprekend waren. We hebben, kortom, de komende jaren nog veel méér punk nodig, hoe abject of walgelijk die soms ook mag zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns