De Autoriteit Consument & Markt (ACM) stelt een onderzoek in naar de prijzen in supermarkten. Doel: uitvogelen hoe de boodschappenprijzen in Nederland zich verhouden tot die het buitenland.
Directe aanleiding zijn ‘signalen’ dat sommige producten in Nederlandse winkels duurder zijn dan in buurlanden Duitsland en België. De ACM noemt het niet expliciet in haar toelichting, maar de supermarktprijzen zijn inzet van een scherp debat in Nederland sinds toenmalig NSC-leider Pieter Omtzigt in februari de prijs van een pot appelmoes in Nederland vergeleek met die in België. Nederlanders zouden 1,20 euro duurder uit zijn.
Ook GroenLinks-PvdA-Kamerlid Jesse Klaver liet zijn frustratie blijken: hij nam in april een tas boodschappen mee naar de Tweede Kamer, die volgens hem aanmerkelijk duurder waren dan bij onze zuiderburen.
Leveranciers en supermarkten wijzen intussen naar elkaar. De ACM gaat nu kijken wie de meeste verantwoordelijkheid draagt voor de relatief hoge prijzen door de winstmarges van beide partijen onder de loep en met elkaar te vergelijken.
Ook buiten Nederland leiden inflatie, stijgende energiekosten en hogere internationale voedselprijzen tot duurdere boodschappen, maar dat verklaart nog niet waarom Nederlanders meer betalen dan andere Europeanen.
Vaak wordt gedacht dat supermarkten flink profiteren van de stijgende prijzen, maar de winstmarges van supermarkten staan de laatste jaren onder druk in Nederland en zijn ‘niet gezond’, zegt ING-retailexpert Dirk Mulder. Tussen 2009 en 2021 steeg de winstmarge van de supermarktbranche gestaag, maar door kostenstijgingen is die trend na 2022 omgeslagen.
Volgens de analist is de winstmarge voor supermarkten nu te laag om te investeren in ‘verduurzaming, technologie om het personeelstekort op te lossen, en nieuwe betere winkels’.
Leveranciers stellen dat zij door de machtige supermarktketens zulke scherpe prijzen en onderhandelingsvoorwaarden krijgen opgelegd dat ze de bodem al hebben bereikt.
Supermarkten wijzen op hun beurt naar ‘territoriale leveringsbeperkingen’ die grote leveranciers en internationale fabrikanten hanteren, waardoor winkels of supermarkten alleen producten mogen inkopen bij leveranciers in het land waar die winkels gevestigd zijn. Dat heeft weer tot gevolg dat vooral grote A-merken hun producten via nationale dochterbedrijven verkopen. Hierdoor mogen supermarkten producten vaak niet vanuit EU-landen importeren die ze goedkoper aanbieden.
Dit komt dan weer doordat fabrikanten bijvoorbeeld per land verschillende verpakkingen, labels of leveringsvoorwaarden gebruiken, wat problemen kan opleveren met wettelijke eisen voor etikettering. Volgens critici gaan deze belemmeringen in tegen de principes van de Europese interne markt, waar handel juist onbelemmerd moet zijn.
Ook Mulder is kritisch. Hoewel er per land verschillende factoren meespelen bij de prijsbepaling, ‘is het wel vreemd dat de inkoopprijs van bijvoorbeeld Coca-Cola in Duitsland veel lager is dan in Nederland’.
De hamvraag is volgens Mulder dan ook wat de ACM precies gaat onderzoeken. ‘Zal het gaan over hoe de prijs in Nederland tot stand komt, of zal het onderzoek zich focussen op de verhoudingen in Europa?’
Uit het laatste zou een interessanter resultaat kunnen komen, denkt Mulder. ‘Als de ACM aangeeft dat deze territoriale beperkingen niet eerlijk zijn, dan zou dat in Europees verband gebruikt kunnen worden om actie te ondernemen, waardoor de prijzen kunnen worden verlaagd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant