Home

Het zou Surinamers in de jaren zeventig aan ‘woonbeschaving’ ontbreken. Nu zeggen we: institutioneel racisme

Hoe het Amsterdamse spreidingsbeleid in de jaren zeventig en tachtig leidde tot segregatie en woningnood onder Surinaamse Nederlanders, blijkt uit een pijnlijke, onderbelichte geschiedenis die Andere tijden nu in beeld brengt.

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

‘Daar komen ze eruit om boodschappen te halen’, zegt fabrieksarbeider Ruud, een jonge Surinaamse man (Adidas-jasje, rode alpinopet, gelaten blik). Hij wijst op een met karton afgedekt gat in het plafond van zijn woning, in het centrum van Amsterdam. De camera van filmmaker André Reeder glijdt langs de beschimmelde muren, kapotte plinten en loshangende bedrading in het door de brandweer afgekeurde pand. De ‘ze’ die boodschappen komen halen zijn geen menselijke medebewoners, maar ratten.

Het fragment, van bijna vijftig jaar geleden, is te zien in de nieuwste aflevering van geschiedenisprogramma Andere tijden, getiteld Geen Surinamer in de straat. Het is tevens een van de laatste afleveringen, nu het programma in deze vorm is geschrapt door de omroep.

De aflevering werpt licht op een pijnlijk en onderbelicht hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis: het clandestiene, maar methodisch uitgevoerde, gemeentelijke spreidingsbeleid in Amsterdam tussen 1974 en 1979, dat leidde tot systematische uitsluiting van Surinaamse Nederlanders uit bepaalde stadsdelen. De titel van de aflevering verwijst naar de acht Amsterdamse wijken waarin Surinamers expliciet niet welkom waren.

De Bijlmer

Omdat zo veel wijken de deur sloten voor Surinamers, kwam een groot deel van hen terecht in Amsterdam-Zuidoost, vaak kortweg de Bijlmer genoemd. Een wijk met weinig mogelijkheden en voorzieningen en een slecht imago. ‘Het werd natuurlijk een selffulfilling prophecy’, zegt Andere tijden-presentator en historicus Astrid Sy. ‘Je stopt mensen samen in een wijk waar niemand wil wonen, met weinig perspectief. En als dat tot problemen leidt, zeg je: zie je wel, ze kunnen het niet.’

Samen met voormalig stadsdeelvoorzitter Hannah Belliot, bezoekt Sy de Bijlmer. Belliot, destijds betrokken bij de uitvoering van het vestigingsbeleid, herinnert zich de onmogelijke opdracht: migranten begeleiden in een systeem dat hen structureel buitensloot.

De Surinaamse migratiegolf rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 bracht ongeveer 300 duizend mensen naar Nederland. Als voormalige rijksgenoten hadden ze het Nederlandse staatsburgerschap, maar dat betekende niet dat ze als volwaardige burgers werden behandeld. Veel migranten kwamen terecht in overvolle, vaak gevaarlijke pensions, waar ze soms jarenlang verbleven. Niet omdat er geen huurwoningen beschikbaar waren, maar omdat woningcorporaties, met goedkeuring van de gemeente, weigerden meer dan één gezin van een ‘etnische minderheid’ per portiek toe te staan.

Spreidingsbeleid

Dat zogenaamde ‘één-per-portiekbeleid’ – in de volksmond ‘één-per-trapbeleid’ – was de kern van het spreidingsbeleid. Het gold niet alleen voor Surinamers, maar ook voor Turkse en Marokkaanse gastarbeiders. Meer dan één gezin per trap zou volgens beleidsmakers leiden tot overlast. De praktijk was keiharde segregatie, verpakt in ambtelijk jargon.

In de aflevering duikt Sy via archiefbeelden en gesprekken met betrokkenen in het verhaal achter het afstandelijk klinkende ‘spreidingsbeleid’. De schrijnende omstandigheden waarin veel Surinamers terechtkwamen, werden in beeld gebracht door André Reeder in Onderneming onderdak (1982), een documentaire waarmee hij indertijd afstudeerde aan de Filmacademie. Fragmenten uit die documentaire zijn opgenomen in de aflevering van Andere Tijden.

Huiseigenaren kregen subsidies als ze kamers aan Surinamers verhuurden, wat leidde tot massale uitbuiting door huisjesmelkers. Grote gezinnen leefden maanden, soms jaren in de pensions, waar ze geregeld met zes of meer mensen op een kamer leefden én sliepen, zonder was- of kookgelegenheid.

Pensionbewoner Ruud deelde zijn tweekamerappartement met negentien andere mannen. Zij betaalden de huisbaas, die zich voordeed als ‘weldoener’, enkele guldens per dag per persoon. Met een woning die hij niet mocht verhuren verdiende hij maandelijks 1.200 gulden.

Samen met Ernestine Comvalius, destijds actief bij Loson, belangenorganisatie voor pensionbewoners, blikt Reeder in de aflevering terug op de beelden. Beiden herinneren zich het vijandige maatschappelijke klimaat. ‘Er werd gesproken over een overstroming van Surinamers’, zegt Reeder. Comvalius voegt toe: ‘Ze noemden ons messentrekkers, criminelen, vreemd gespuis.’

Vreemdelingen

Het Centraal Bureau Uitvoering Vestigingsbeleid Rijksgenoten werd opgericht om de migranten ‘vrijwillig’ over het land te spreiden. In werkelijkheid betekende het dat Surinamers in steden als Amsterdam niet welkom waren in grote delen van de stad. Ook woningbouwcorporaties kregen de ruimte om Surinamers en andere ‘vreemdelingen’ op basis van afkomst te weigeren.

Edo Jongejan, toenmalig adjunct-directeur van de Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting, zegt in de uitzending dat hij zich al vroeg verzette tegen het beleid: ‘Het één-per-trapbeleid was gewoon discriminatie, punt uit.’ Voormalig secretaris van de koepel van woningcorporaties Duco Stadig leest een tekst voor die hij destijds schreef: ‘Voor het wonen in een portiek moet je je aan de vele spelregels houden die wij in de loop van decennia hebben ontwikkeld. Surinamers kennen die regels niet.’ Hij heeft het over ‘ontbrekende woonbeschaving’.

Of hij zich kan voorstellen dat Surinamers die dit lezen zijn woorden denigrerend vinden, vraagt de interviewer buiten beeld. Stadig, kribbig: ‘Wat is er denigrerend?’

Volgens Sy zegt die reactie alles over hoe institutioneel racisme zich manifesteert: niet als rabiate haat, maar als het uitvoeren van regels en de onwil om verantwoordelijkheid te nemen. ‘Mensen zeggen: ik ben niet racistisch, ik deed gewoon mijn werk. Maar dat was nou juist het probleem.’

De aflevering laat zien hoe diep institutioneel racisme in het systeem verankerd zat – en in sommige opzichten nog steeds zit. ‘Het zou enorm helpen,’ zegt Sy, ‘als we collectief erkennen hoezeer we allemaal onderdeel zijn van dat systeem. Vooral binnen de ambtenarij en het beleid. Want zolang we dat niet doen, verandert er niets.’

De aflevering Geen Surinamer in de straat (NTR) is donderdag 18 september om 20.55 uur te zien op NPO 2.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next