Home

Opinie: Passend onderwijs dupeert de meest kwetsbare leerlingen

De aanpak van ‘passend onderwijs’ mondt vaak uit in schijninclusie: de kwetsbare leerling krijgt minder goed les én de onrust in de klas neemt toe. Herstel daarom het voortgezet speciaal onderwijs als volwaardige pijler.

Sam (15) trekt elke ochtend de deur van de stilteruimte achter zich dicht. Daar zijn de lampen gedimd en praat niemand. De economieles die op dat moment begint, mist hij. Er is geen docent beschikbaar die hem hier uitleg kan geven – laat staan een klas om bij te horen. Sam heeft autisme, en wat ‘passend onderwijs’ heet, is voor hem gereduceerd tot wachten in stilte. De stilteruimte als eindstation van een mislukt ideaal.

We eisen niet dat elk streekziekenhuis een hartcentrum heeft. We accepteren dat hoogcomplexe zorg wordt geconcentreerd, zodat kwaliteit en ervaring op peil blijven. Niemand noemt dat ‘uitsluiting’; iedereen begrijpt dat specialisatie soms de beste weg is naar gelijke kansen op gezondheid.

Over de auteur
Yuen Keong Ng
is vo-docent informatica, voormalig vso-docent wiskunde, natuurkunde en informatica, staatsexamen examinator informatica. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

In het onderwijs hanteren we de omgekeerde redenering. Met passend onderwijs is, met de beste bedoelingen, de zorgplicht bij elke school komen te liggen: minder stigmatisering, meer kansen op ontmoeting en vriendschap, één systeem voor iedereen. Het resultaat: we verwachten dat elke school álle vormen van extra ondersteuning in huis heeft, van lichte begeleiding tot zware, specialistische zorg.

Overvolle takenpakketten

Zo ontstaat de prikkel om leerlingen binnenboord te houden en het voortgezete speciaal onderwijs (vso) minder te gebruiken, terwijl de meerjarige trend laat zien dat de (v)so-aantallen recent juist stijgen. In de praktijk leidt het systeem tot overvolle takenpakketten, handelingsverlegen teams en leerlingen die tussen wal en schip vallen. Niet zelden eindigt ‘inclusie’ in minder lestijd, wisselende ad-hocoplossingen en een groeiende groep thuiszitters.

Volgens de onderwijsinspectie waren in het schooljaar 2022/23 5.514 leerplichtigen langer dan drie maanden niet ingeschreven en zaten 2.797 ingeschreven leerlingen langer dan drie maanden zonder (voldoende) onderwijs: beide aantallen zijn hoger dan een jaar eerder.

Staatsexamen

Wie uitvalt, zoekt vaak zijn heil bij het staatsexamen. Maar het vso is niet alleen een vangnet voor als het misgaat. Voor veel vso-leerlingen is het óók een preventieve, passende route; in deze setting komen zij beter tot leren. Voor hen is het staatsexamen juist de bewuste, reguliere eindexamenroute. Meer dan de helft van de staatsexamenkandidaten komt uit het vso. Op papier halen zij uitstekende slagingspercentages, maar dat verhult jaren van heen en weer tussen scholen, dossiers en wachttijden.

Ouders fungeren in dit traject als onbetaalde dossiermanagers. In Amsterdam zag ouderorganisatie OCO het aantal dossiers van ‘thuiszitters’ in 2023/24 met ruim 30 procent stijgen. Voor gezinnen kost het traject energie die beter in leren en leven kan gaan.

Schaarse expertise organiseren

Het gekke is: in zorg en onderwijs draait het om hetzelfde principe. Je organiseert schaarse expertise zó dat ieder mens krijgt wat nodig is, op het juiste moment en op de juiste plek. In de zorg doen we dat regionaal; in het onderwijs zouden we dat óók moeten doen. Landen als Finland en Zweden laten zien dat stevige inclusie prima samengaat met regionale resourcecentra en ‘outreachteams’.

Reguliere scholen doen hun best, maar kampen met een gat aan expertise. Sterk georganiseerd (v)so voorkomt escalaties in het regulier onderwijs en houdt de klas rustiger: preventie in plaats van crisismanagement. Ondertussen bouwt bijna elke school een eigen ‘pluskamer’, ICT-aanpassingen en ondersteuningsteams: het is duur én het werkt niet. Klassen worden onrustiger en lestijd gaat op aan ad-hocopvang. Het is niet alleen Sam die minder leert; de hele klas betaalt de prijs.

Vso-scholen daarentegen zijn klein, rustig en vakbekwaam. Vroegtijdige plaatsing levert betere leerresultaten op en – zo laten mbo-entreeroutes zien – een grotere kans op duurzame arbeidsparticipatie. Maar terwijl deze succesformule klaarstaat, valt het vso (veelal) onder de cao primair onderwijs; doorgroei van docenten naar hogere schalen is formeel mogelijk, maar in de praktijk vaak beperkt.

Motie-Soepboer

De Tweede Kamer nam vorig jaar de motie van Kamerlid Aant Jelle Soepboer aan, waarin wordt verzocht om het voortbestaan van gespecialiseerd onderwijs expliciet te garanderen. Zet die motie om in beleid met drie eenvoudige keuzes:

1. Herstel het vso als volwaardige pijler, niet alleen als vangnet. Stop de opleidingskrimp en garandeer een plek zodra die pedagogisch nodig is.

2. Geef vso-docenten dezelfde loopbaan- en salarispaden als hun collega’s in het voortgezet onderwijs.

3. Bundel expertise, verspreid ondersteuning. Maak regionale specialistische centra die – naar Fins en Zweeds voorbeeld – leerlingen én reguliere scholen bedienen.

Laten we ophouden met doen alsof één school elk probleem kan oplossen. Organiseer expertise zoals we dat in de zorg hebben geleerd: dichtbij waar het kan, geconcentreerd waar het moet. Dan wordt inclusie weer wat het hoort te zijn: geen slogan, maar een belofte die we kunnen waarmaken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next