Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Op de eerste ochtend van de Algemene Beschouwingen hield Geert Wilders een referaat over Nederland. Wat blijkt: we zijn een afschuwelijk zootje en de mensen die er wat aan kunnen veranderen doen niks.
Bij Wilders weet je nooit naar welk jaar je kijkt. Zijn betogen kunnen elk jaar opnieuw hergebruikt worden, het is altijd hel en verdoemenis dankzij ‘buitenlanders’ en ‘massa-immigratie’. Om aan te tonen dat Nederland een vreselijke plek is geworden, ‘één groot azc’, kondigde hij aan alle gemeenten op te sommen waar zich een asielopvang bevindt. Dit deed hij ‘uit eerbetoon aan de mensen die daar wonen en er
last van hebben’.
En dat deed hij.
Het was een lange lijst, die hem een paar keer de adem dreigde te benemen. De eerste scheurtjes waren al hoorbaar bij ‘Cadier en Keer’, dat plots ‘Kadjee en Keer’ werd, en ter hoogte van ‘Meppel’ viel een plechtige stilte over alle aanwezigen.
Niemand roffelde, niemand schudde met onverholen weerzin het hoofd; ieders gedachten waren bij al die mensen in al die dorpen en steden, al dat leed. Want dat doen opsommingen: je wordt er bijna automatisch contemplatief van. Zó veel, denk je de hele tijd. Zó veel. Je denkt zoveel ‘zó veel’ dat er steeds minder ruimte is voor de vraag ‘zó veel wat ook alweer?’
En Wilders ging maar door, als Johnny van Doorn die het register van de Bosatlas opdreunt. Tussen ‘Zeist’ en ‘Zevenaar’ begon hij amechtig te hijgen, en de regie van het Kamerdebat schakelde vlug naar Frans Timmermans, die bezorgd toekeek, klaar om eerste hulp te verlenen bij ademnood. Maar gelukkig: ‘Zwolle’ was nabij.
Geregeld worden overal in Nederland publieke opsommingen georganiseerd, waarbij mensen bijvoorbeeld alle namen van gedode Palestijnse kinderen voorlezen. Deze week gebeurde dat nog in Apeldoorn. Je moet wat, om de omvang van wat er gebeurt te proberen te vatten.
Hoe een deel van de kinderen wier namen op al die pleinen met al die schoenen worden voorgelezen, zijn vermoord, geëxecuteerd in feite, viel te lezen in het Volkskrant-artikel van Willem Feenstra en Maud Effting van dit weekend, het soort reportage zo verbluffend afschuwelijk dat-ie in een gezond politiek klimaat voor even alle gezindten zou verenigen in het debat over de opvang van een klein aantal ernstig zieke kinderen uit Gaza – ik maak er een opsomming van: een Klein. Aantal. Ernstig zieke. Kinderen.
In Nederland niet. In Nederland klampen partijen als de VVD zich vast aan een abstractie als ‘opvang in de regio’ als het jongetje met maar één been in een plas van zijn eigen bloed aan de broekspijp van een arts in het Al-Aqsa-ziekenhuis.
Timmermans wapperde woensdag nog even met een exemplaar van de zaterdagkrant. Of er niet tóch iets gedaan kon worden voor de zieke kinderen van Gaza, vroeg hij Wilders. Asje-asje-asjeblieft. De landen in de regio konden het niet meer aan. Andere Europese landen deden allemaal wat. De Nederlandse ziekenhuizen stonden klaar. Maar nee.
Wat blijkt: we zijn een afschuwelijk zootje en de mensen die er wat aan zouden kunnen veranderen doen niks. Timmermans: ‘We zijn toch niet onder uw verbale geweld zo afgestompt dat we niet eens meer iets kunnen doen voor kinderen die dringend om hulp verlegen zitten?’
Het correcte antwoord luidt: jawel.
Binnenkort op een plein bij u in de buurt: een estafette-opsomming van zó veel wat de Nederlandse regering voor de kinderen in Gaza had kunnen doen, en niet deed.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant