Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: reacties na de moord op Charlie Kirk.
Misschien zijn er na zo’n moord gewoon te veel mensen die denken iets in het openbaar te moeten zeggen. Zelf had ik ook even die neiging, zoals ik dat bij elke grote gebeurtenis heb. In mijn geval zou het dan gaan om een berichtje op Bluesky. Maar ja, wat moet je schrijven? Iets heel gewichtigs, dat ik het over zo’n beetje alles oneens was met Charlie Kirk, maar dat je elkaar in een democratie bestrijdt met woorden en niet met wapens? Ik bedoel, ik geloof wel dat ik dat zo’n beetje vind, maar wie zit er op zo’n ondraaglijk cliché te wachten? Jongens, jongens, even stil, het statement van Thomas Hogeling is binnen, zal ik het voorlezen of hebben jullie liever dat ik het op de beamer knal? Nee, dat ging ’m niet worden.
Het is eigenlijk altijd mijn eerste reflex om een grapje te willen maken. Ook nu had ik er genoeg in mijn hoofd; de ironie van een bloedfanatieke second amendment-apologeet die wordt doodgeschoten was me heus niet ontgaan. Maar op zo’n moment is het toch vooral de kunst om je te beheersen, om die grappen lekker voor jezelf te houden. Dat geldt ook voor blijdschap of andere positieve gevoelens over zo’n moord.
Als je toch besluit de dood van Charlie Kirk op sociale media te vieren, dan moet je niet raar opkijken als zoiets bij je werkgever terechtkomt. De gretigheid waarmee Bluesky na de moord werd afgestruind op zoek naar ‘foute berichten’ was onsmakelijk, maar dat is al best een tijdje de wereld waarin we leven.
Wie toch dat soort gevoelens wil uiten, kan dan ook geen slechtere plek uitzoeken om dat te doen dan sociale media. Bel je moeder, mail je vader, groepsapps met gelijkgestemden zijn ook een prima ventiel als de spanning er even uit moet, maar doe het niet in het openbaar. En als je het per se in het openbaar wil doen, overweeg dan gewoon midden op het marktplein van je woonplaats te gaan staan en het uit te schreeuwen, dan heb je nog altijd veel minder kans op gezeik dan wanneer je het online plempt.
De afgelopen dagen hoorde je veel dat iedereen in zijn eigen bubbel met zijn eigen waarheden leeft. Algoritmen zouden ons alleen maar meningen voorschotelen waar we het mee eens zijn, waardoor er nauwelijks nog oog is voor ‘andersdenkenden’ – geen idee wie dat woord weer heeft afgestoft. Die analyse zal kloppen, maar bubbels had je ook al voordat sociale media bestonden: mijn vader had bij wijze van spreken voor zijn zestiende nog nooit een niet-katholiek gesproken. Het internet geeft nou juist de mogelijkheid om contact te leggen met de ander. Het blijft alleen meestal bij even over de schutting loeren, iets opvangen en dan snel weer teruggaan. Je rapporteert aan je eigen bubbel wat je gezien hebt, hoewel je de precieze formulering even kwijt bent en de context niet kent, weet je wel zeker: deze mensen deugen voor geen meter.
Wie de Nederlandse media de afgelopen dagen volgde, krijgt het idee dat het meest zorgwekkende was dat er ongevoelig werd gereageerd door linkse mensen. Maar na zo’n gebeurtenis is het belangrijk om te kijken naar wat de macht doet. De ongepaste vrolijkheid kwam van relatief onbeduidende afzenders, terwijl linkse politiek leiders reageerden zoals je hoort te reageren: „Afschuwelijke aanslag, daar is geen plek voor in een vrije samenleving”, of een variant daarop.
Als wordt beweerd dat zo’n aanslag massaal wordt gevierd, zouden alle alarmbellen af moeten gaan. Wraak was altijd al het leitmotiv van Trumps tweede termijn, en de vermeende rol van ‘links’ wordt nu aangegrepen om nog repressiever beleid te rechtvaardigen. Vicepresident JD Vance verklaarde dat er „geen eenheid met links kan bestaan”, terwijl adviseur Stephen Miller sprak over een „binnenlandse terreurbeweging”. We weten inmiddels waartoe een regime in staat is zodra „terrorismebestrijding” als excuus wordt geaccepteerd. Natuurlijk mag je je ergeren aan ongepaste vrolijkheid op Blue-sky, foute teksten van een punkrapper of domme opmerkingen van UvA-studenten, maar media en politiek tonen zo weinig oog voor verhoudingen, dat ik me niet alleen zorgen maak om de toekomst van de Verenigde Staten.
Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd?
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC