Home

Hoekschoppen Inter zijn Ajax veel te machtig bij rentree Champions League

Ajax weerde zich een helft kranig tegen Internazionale uit Milaan, bij zijn rentree in de Champions League. De afloop van het duel was voorspelbaar: 0-2, na een les in hoekschoppen.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Het was alsof Marcus Thuram met zijn 1,92 meter een reus was en de Ajacieden uit de kluiten gewassen pupillen. Twee hoekschoppen van Internazionale, twee keer kopte de Franse international vrijwel ongehinderd in. Wedstrijd gespeeld. Alle inspanning verder voor niets, een dag na de afgang van PSV tegen Union.

‘Drie corners penalty’, zegt de jeugd op het veldje, om geen corners te hoeven nemen en toch een beloning voor aanvallend spel te incasseren. Inter had geen strafschoppen nodig. De eerste twee eerste hoekschoppen leverden allebei een doelpunt op, tegen het Ajax van de mannetjes. Ze kunnen soms best aardig voetballen in Amsterdam, maar ze zijn met best veel mannetjes, alsof de kleine technisch directeur Alex Kroes de spelers recht in de ogen wil kunnen aankijken.

Ajax verheugde zich op de rentree in de Champions League, het podium waar de club zegt thuis te horen. Dat komt door het verleden. Bij Ajax ligt de melancholie altijd op de loer. Alles is melancholie, in feite, omdat de grootse historie immer een schaduw werpt op het soms zo karige heden, waar schraalhans keukenmeester is. Het zij gezegd: Ajax gaf dat heden een minuscuul likje verf woensdag, ondanks de voorspelbare nederlaag tegen Internationale, twee keer finalist in de laatste drie edities van de Champions League.

Eén helft met lef

Ajax ging de duels aan, hoewel het op de hoogte was van Inters superioriteit in fysiek opzicht. Het elftal van trainer John Heitinga speelde vooral tot de pauze met lef, kreeg een geweldige kans bij 0-0 en had een duidelijk idee van spelen. Tot de rust dan: na de 0-2 was het voorbij met de pret. Het was misschien beter en meer dan de supporters hadden verwacht na de stroeve start in de competitie, die weliswaar elf punten uit vijf duels opleverde, maar ook zorgen om het spel, om de kwaliteit van Heitinga, om het ontbreken van dure aankopen in de basisploeg. Om alles eigenlijk.

Melancholie dus. Ajax speelde zijn 500ste Europese duel, ingeleid met zo’n prestigieus, creatief, op de dag van de wedstrijd verspreid filmpje van de media-afdeling, want dat soort diensten op kantoor draaien nog volop mee in de Europese top. Natuurlijk was de video gelardeerd met de twee goals van Johan Cruijff in de Europese finale tegen Inter, in 1972. Ook een spandoek in het stadion herinnerde aan die grootse avond. De vlaggetjes vooraf maakten sfeer. Publiek deinde op de muziek van André Rieu, waarmee Ajax kennismaakte in de laatste werkelijk grote periode, dertig jaar geleden alweer.

Alles is anders tegenwoordig. Inter houdt jarenlang ongeveer dezelfde ploeg bij elkaar. Dat is een ‘utopie’ voor Ajax, zei Heitinga in de voorbeschouwing, waarin het respect voor Denzel Dumfries en co in bijna elke zin te horen was. Na de loting zette Heitinga de wedstrijd ‘niet op groen’ (een zege), en liever had hij de Italianen later getroffen, want hij zoekt nog naar de ideale samenstelling. Davy Klaassen, een jaar speler van Inter, had verteld hoe rustig die ploeg altijd bleef. Als hij dacht dat het een moeilijke avond kon worden, keek hij om zich heen en was hij meteen gerustgesteld.

Twijfelachtige inzet

Nou ja, Inter had het in de eerste helft best lastig met Ajax, dat stug verdedigde en probeerde met beleid aan te vallen, voorzichtig maar vastberaden, en eventueel de lange bal speelde op Wout Weghorst. Waarom het dan toch fout ging? Eerst was daar die dribbel van Mika Godts, na de geweldige pass van Oliver Edvardsen, de vervanger van de geblesseerde Steven Berghuis. Tegen PEC scoorde Godts twee keer, de handige Belg met de fijnzinnige dribbel, en maakte hij gebaartjes. Al deed hij daarover mysterieus na afloop, in de internationale gebarentaal is de betekenis klip en klaar: mensen, niet te veel kritiek, want ik ben goed. Heel goed.

Maar als hij echt goed was, heel goed, dan had hij alleen voor doelman Sommer gescoord, in plaats van de Zwitser te laten redden op zijn twijfelachtige inzet. Een paar minuten later was het 0-1 in plaats van 1-0, toen Marcus Thuram bij de eerste paal een hoekschop van Calhanoglu weergaloos inkopte, waarbij Klaassen slechts figurant was in het tafereel van macht.

De scène herhaalde zich kort na rust, na weer een hoekschop van rechts en weer een kopbal van Thuram, deze keer vergeefs afgestopt door Klaassen en Ko Itakura. Tja, en dan zat de meest gevreesde aanvaller van Inter, Lautaro Martinez, op de bank omdat hij niet okselfris was. Het publiek richtte zich vooral op toen de teruggekeerde Kasper Dolberg inviel, een spits uit de laatste glorieperiode, rond 2019. Al was het nooit meer zo mooi als in 1972, de tijd die altijd zal terugkeren bij Ajax. Meer in filmpjes dan op het veld, overigens.

Source: Volkskrant

Previous

Next