Amerikaanse economie Vanwege een zwakker wordende arbeidsmarkt verlaagt de Fed de rente. De vrees voor hoge inflatie is minder groot geworden bij de Amerikaanse centrale bank.
Fed-voorzitter Jerome Powell gaf op zijn persconferentie als reden voor de voorzichtige renteverlaging dat de signalen toenemen dat de arbeidsmarkt zwakker wordt.
Meer dan de alom verwachte verlaging van de rente met 25 basispunten is het niet geworden. Bestuurders van de Amerikaanse centrale bank zijn niet gezwicht voor de zware druk van president Donald Trump om de rente fors te verlagen. Enkel de in een haastige procedure door Trump benoemde Stephen Miran nam twee dagen na zijn aantreden als bestuurder van de Federal Reserve een afwijkend standpunt in en toonde zich voorstander van een verlaging met vijftig basispunten.
Het bestuur van de Federal Reserve was verder opmerkelijk eensgezind in zijn beslissing de rente met die 25 basispunten terug te brengen naar een bandbreedte tussen 4 en 4,5 procent. De twee in zijn eerste termijn door Trump benoemde bestuurders Christopher Waller en Michelle Bowman hadden bij de vorige vergadering in juli al aangedrongen op deze daling van de rente en namen daarmee toen nog een afwijkend standpunt in.
Met spanning werd vooraf door economen en beleggingsanalisten uitgekeken naar hoe Waller en Bowman zich deze keer zouden opstellen. Dat twee leden een ander standpunt innemen geldt als zeer uitzonderlijk bij besluiten van de Federal Reserve. Dat deden zij nu niet, zij stemden met de overige bestuursleden mee en willen dus ook nog niet de forse renteverlagingen waar Trump en Miran op aandringen.
Fed-voorzitter Jerome Powell gaf op zijn persconferentie woensdag als reden voor de voorzichtige renteverlaging de toenemende signalen dat de arbeidsmarkt zwakker wordt. Al bijna een jaar hadden de Fedbestuurders de rente stabiel gehouden, uit vrees dat de inflatie op zou lopen door de invoerheffingen die Trump heeft doorgevoerd. Dat effect valt vooralsnog mee. „Ik kan niet langer volhouden dat de arbeidmarkt er nog erg solide uitziet”, zei Powell. Hij wees daarbij op recente cijfers dat er veel minder nieuwe banen bijkomen en dat de werkloosheid in de VS licht oploopt.
De Fed heeft een dubbel mandaat: prijsstabiliteit (gedefinieerd als inflatie van rond de 2 procent) en maximale werkgelegenheid. Rond die twee punten maakt de centrale bank iedere keer weer zijn afwegingen over de rente. In de VS is de kerninflatie, waar de Fed het meest naar kijkt, met 3,1 procent nog steeds beduidend hoger dan het doel van 2 procent. Dit najaar wordt er nog een impact op de prijzen in de VS verwacht van de invoerheffingen die Trump sinds april heeft doorgevoerd op goederen uit veel landen. Powell zei dat dit doorsluizen van de kosten van de heffingen naar de consumenten langzamer gaat en minder is opgetreden dan eerder verwacht, maar dat het „heel duidelijk is dat het nog zal gebeuren”. Hij zei te verwachten dat het een korte eenmalige shock zal geven, maar niet lang zichtbaar zal blijven.
De renteverlaging is nu vooral ingegeven door ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Om een verdere verslechtering op de arbeidsmarkt te voorkomen, zou de rente omlaag moeten. Dat stimuleert investeringen van bedrijven en bestedingen van consumenten, omdat ze goedkoper kunnen lenen.
Het lijkt er op dat de Fed in een rustig tempo de komende tijd de rente verder zal verlagen. Uit de woensdag gepubliceerde verwachtingen van de Fed valt op te maken dat er dit jaar mogelijk nog twee keer een verlaging met 25 basispunten mogelijk is. In 2026 en in 2027 zouden eventueel nog eens twee keer verlagingen met 25 basispunten mogelijk zijn, zodat de Amerikaanse rente zich richting de 3 procent zal bewegen.
Dat is veel minder dan waar Trump steeds op aandringt. De president wil dat de Fed verlaagt tot 1 procent. Dat zou het lenen voor de Amerikaanse overheid veel goedkoper maken, en met een sterk oplopende staatsschuld heeft Trump daar alle belang bij. Maar die 1 procent zou zelfs minder zijn dan de rente in de eurozone, die de ECB sinds juni 2024 stapsgewijs van 4 naar 2 procent heeft verlaagd.
Over die toekomstige verlagingen tekent zich meer verdeeldheid af onder de beleidsmakers van de Fed. Tien van de 19 geven aan deze weg te willen bewandelen, negen andere bestuurders willen voorzichtiger opereren. De Fed heeft zeven vaste bestuursleden. In rentevergaderingen mogen ook vijf hoofden van regionale Fed-afdelingen meestemmen. Die houden veelal vast aan een hogere rente, zolang de inflatiedreiging niet is verdwenen.
Powell zei zich niet druk te maken over die verschillen van inzicht. „Het is juist heel gezond op een moment dat de economische signalen zo gemengd zijn”, zei hij. Het zou volgens hem juist ongebruikelijk zijn als er nu een hoge mate van overeenstemming zou zijn.
Trump heeft de afgelopen maanden stevige aanvallen ingezet op de onafhankelijkheid van de centrale bank. Daarbij trachtte hij eerst voorzitter Jerome Powell, van wie de termijn april volgend jaar afloopt, voortijdig weg te pesten en vervolgens ontsloeg hij bestuurder Lisa Cook vanwege vermeende malversaties met hypotheekaangiften. Afgelopen maandag blokkeerde een hof van beroep dat ontslag, waardoor Cook aan de bestuursvergadering kon deelnemen. De regering Trump tekende bijna direct beroep aan bij het Hooggerechtshof.
Opmerkelijk was de Fed-vergadering deze week daarom sowieso. Aan dezelfde tafel als Cook zat dus ook Stephen Miran, economisch adviseur van Trump. Miran heeft zich in het verleden zeer kritisch uitgesproken over het rentebeleid van de Fed. Zijn benoeming was maandagavond net op tijd goedgekeurd door de Senaat. Die maakte daarmee geen punt van het feit dat Miran vooralsnog voor slechts enkele maanden toetreedt tot het Fed-bestuur en daarvoor onbetaald verlof heeft genomen van zijn baan in het Witte Huis. Die constructie wekte al twijfel over de onafhankelijkheid die hij als Fedbestuurder zou moeten hebben.
Powell hield zich stoïcijns onder vragen van journalisten of de onafhankelijkheid van de centrale bank wordt bedreigd. Hij wilde niet ingaan op vragen of het gepast is dat Stephen Miran zijn baan als economisch adviseur in het Witte Huis niet heeft opgezegd. Over het ontslag van Lisa Cook zei hij dat het „ongepast voor hem zou zijn” daar iets over te zeggen zolang de zaak onder de rechter is.
De aankomende periode noemde Powell uiterst onzeker voor de economie. Het is een uitdagende tijd”, zei hij, „onzekerder dan normaal”. En hij benadrukte dat er „geen risicovrije wegen zijn. Het is nu niet bepaald duidelijk wat het beste is om te doen.”
Kortom, de Fed heeft nog even de rust kunnen bewaren, maar verwacht de komende tijd nog veel rumoer.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC