Israëls isolement Israël trekt zich niets aan van de luide internationale kritiek op zijn vernietigingscampagne in Gaza. De Israëlische socioloog Gad Yair ziet in deze reactie zijn landsaard weerspiegeld.
Demonstranten verzamelen zich eind augustus met spandoeken in Tel Aviv, tijdens een demonstratie georganiseerd door de families van de Israëlische gijzelaars.Foto John Wessels/AFP
Dat een VN-commissie dinsdag concludeerde dat Israël genocide pleegt in Gaza, zal de gemiddelde Israëliër niet te weten zijn gekomen. Gad Yair, hoogleraar sociologie aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, heeft dinsdagavond nog een rondje gemaakt langs de Israëlische media. „Niets”, zegt hij woensdagochtend aan de telefoon. „De enige reactie die ik tegenkwam, was de reflexmatige beschuldiging van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de VN het propagandawerk van Hamas verrichten.”
Yair is een expert op het gebied van de Israëlische diplomatie. In 2014 verscheen zijn wetenschappelijke artikel ‘Israeli Diplomacy: The Effects of Cultural Trauma’, waarin hij ontleedt waarom Israëlische politici zich zo weinig van het gebruikelijke diplomatieke protocol aantrekken. Die analyse is alleen maar relevanter geworden, nu Israël zich onder leiding van premier Benjamin Netanyahu volledig van de rest van de wereld afkeert.
Elf jaar geleden constateerde Yair al dat hoe meer de strategische belangen van Israël worden bedreigd, hoe verder de politici afwijken van het protocol. Sindsdien zijn Israëlische politici zich nog agressiever gaan opstellen, constateert hij. „Ze hebben een verdedigingsmechanisme aangenomen dat hen in staat stelt om alle kritiek te negeren.” Neem nou dat VN-rapport over genocide, zegt Yair. „Ik kan me voorstellen dat politici niet blij zijn met de conclusies, maar ze doen niks om die te weerleggen. Die houding leidt tot collectieve blindheid. Israël kiest voor onwetendheid.”
Socioloog Gad Yair.Foto Gad Yair.
Die houding is volgens Yair diep in de cultuur van zijn land ingesleten. „Het begon al in de jaren vijftig, kort na de oprichting van Israël, toen premier David Ben-Goerion zei dat hij geen enkele waarde hechtte aan de Verenigde Naties. Israël moest volgens hem niet naar de VN luisteren, maar doen wat de Joden nodig hebben.” Sindsdien hebben niet alleen politici, maar ook de media het standpunt aangenomen dat kritiek het beste genegeerd kan worden, stelt Yair.
Yair onderscheidt vier ‘culturele codes van Israëlisch-zijn’ die het gedrag van politici en media verklaren. Om te beginnen: de existentiële angst waarmee de Israëliërs leven. „Veel Israëliërs zien 7 oktober als een nieuwe manifestatie van de Holocaust. We dachten dat het best nog een keer kon gebeuren, maar niet in Israël. Het was onze dag des oordeels. Israël werd verslagen.”
Het trauma van de Holocaust hangt nog altijd over die dag, zegt Yair. „In opiniepeilingen over 7 oktober verwijst bijna iedere Israëliër naar de Holocaust. Zelfs Israëliërs die in het buitenland wonen. De angst is nog altijd enorm, en wordt versterkt door het toenemende antisemitisme.”
Die existentiële angst leidt volgens de socioloog tot de tweede culturele code die hij onderscheidt: actieve weerstand. Sinds 7 oktober is er volgens Yair al helemaal geen tolerantie meer voor kritiek van buiten. „Als je zo’n VN-rapport al onder de aandacht brengt, krijg je als reactie: ja maar 7 oktober. Einde discussie.”
Het afwijzen van kritiek van buiten is volgens Yair onderdeel geworden van wat het betekent om een ‘goede Israëliër’ te zijn. En dat bedoelt hij met ‘actieve weerstand’: het perspectief van buitenlanders moet weerstaan worden. „Alleen kapotte Israëliërs accepteren de kritiek op hun land, zo is de dominante gedachte. Linkse mensen, of de demonstranten. We moeten ze repareren om weer echte Israëliërs van ze te maken.”
Een derde aspect is de cultuur van directheid. „Je kunt het een beetje met de Nederlandse directheid vergelijken”, zegt Yair. „Israëliërs noemen het dugri: spreek je uit, onmiddellijk en ongecensureerd. Geen beleefdheid, dat wordt gezien als een zwakte van Europa. Wij zullen niet meer beleefd zijn.”
En dat raakt ook aan het vierde en laatste punt: de angst om een sukkel gevonden te worden. De sukkel, in Israël bekend als fraier, is een sociaal ongewenst karakter. Het verklaart volgens Yair de buitengewoon agressieve Israëlische reactie op 7 oktober. „Je hebt ons geraakt op 7 oktober en dat laten we niet meer gebeuren. Zelfs Amerikanen zijn geschokt over de agressieve taal van Israëlische politici. Zij hebben meer de Europese beleefdheid ingebakken.”
Behalve natuurlijk één man: Donald Trump. Daarom, zegt Yair, is de Amerikaanse president ook zo geliefd in Israël. „Israëliërs houden van zijn ongecensureerdheid, onvoorspelbaarheid en agressie.”
Tijdens een protest in Jeruzalem, begin deze maand, draagt een demonstrant een bord met een rode hand, als oproep aan de Israëlische regering om de gijzelaars te bevrijden.Foto John Wessels/AFP
Ondanks al hun agressie en weerstand maken zijn landgenoten zich volgens Yair wel degelijk zorgen over het isolement waarin hun land verzeild geraakt is. „Dat Netanyahu niet meer naar Europa mag reizen, zal Israëliërs een worst wezen. Maar ik, als academicus, word inmiddels ook verbannen. En onze cultuur, onze films worden gecanceld. Dat raakt de gemiddelde Israëliër wel.”
Dat hun land zo geïsoleerd geraakt is, wijten de Israëliërs volgens Yair vooral aan Qatar, dat volgens hen een mediacampagne op touw gezet heeft om Hamas te steunen. Echt gesteund voelen Israëliërs zich alleen nog door Duitsland. Yair: „De MAGA-beweging van Donald Trump kent ook gewoon antisemitische elementen. Kijk naar Tucker Carlson, die doodleuk beweert dat Israël achter 11 september zat.”
Zelf heeft de hoogleraar een YouTube-kanaal waarop hij de cultuur van Israëlisch-zijn bespreekt. Deze woensdagochtend publiceerde hij een video waarin hij wél op de argumenten van de VN-commissie ingaat. Dat rapport is een „waardeloze politieke schande”, luidt een Hebreeuwstalige reactie onder de video: „Het begrip ‘mensenrechten’ is ernstig gecompromitteerd door gênante en ultrapolitieke organisaties zoals de VN.”
Source: NRC