Mantelzorg ‘Porte Bagage’, de eerste speelfilm van Abdelkarim en Asma El-Fassi, gaat over een vader die zijn laatste dagen in Marokko wil doorbrengen. Ze filmden op locatie. „Al Hoceima is onze plek. Onze ouders komen er vandaan. En die zee… die kun je nergens faken.”
Asma en Abdelkarim El-Fassi in de Boomgaardsstraat in Rotterdam
Het busje voor de film Porte Bagage moest blauw zijn. „Zo had ik het gewoon in mijn hoofd”, zegt Abdelkarim El-Fassi (40). „Het was of blauw, of geel – maar dat deed me te veel denken aan Little Miss Sunshine.” En dus huurden hij en zijn zus Asma El-Fassi (39) een wit busje, verfden het blauw, en vertrokken ze in 2024 – na bijna zeven jaar voorbereiding – met een crew naar Marokko om hun eerste speelfilm te draaien.
Als eigenaren van productiehuis Zouka maken de Marokkaans-Nederlandse Abdelkarim en Asma al jaren documentaires, zoals Mijn vader de expat (2014) en Toen mijn ma naar Mars vertrok (2017), over de migratiegeschiedenis van hun ouders. Maar een speelfilm was altijd „de stip op de horizon”, vertelt Abdelkarim. Met Porte Bagage is die bestemming bereikt.
In een bescheiden kantoor in Rotterdam, waar af en toe iemand vluchtig gedag komt zeggen, spat de broer-zus-dynamiek van tafel. Abdelkarim vertelt, Asma onderbreekt, en meningsverschillen vliegen heen en weer. „Mag ik even mijn verhaal afmaken?”
Wat ook snel duidelijk wordt: de rolverdeling. Abdelkarim, als regisseur verantwoordelijk voor de artistieke keuzes, is een visionair. Zijn antwoorden zijn lang, dwalen een beetje af, en beginnen soms voordat de vraag volledig gesteld is. Asma, als producent verantwoordelijk voor financiën en praktische uitvoering, is realistisch, bedachtzaam, en wil vooral helder en correct antwoorden.
In hun debuutfilm Porte Bagage krijgt de vijfkoppige familie Idrissi te horen dat hun vader, Musa Idrissi, dementerend is. Zijn wens: terug naar Al Hoceima, de geboortestad van zijn overleden echtgenote in het Rifgebergte van Marokko, om daar de laatste fase van zijn leven door te brengen. Na kort protest besluiten zijn kinderen hem te brengen. Niet veel later vertrekt het gezin, net als vroeger, per auto naar de kuststad. De reis wordt zowel nostalgisch als confronterend, met mooie en pijnlijke herinneringen aan het verleden – en aan elkaar.
Porte Bagage is geworteld in de eigen ervaring van de filmmakers: ook Abdelkarim en Asma hebben zorgbehoevende ouders. En zelfs in een gezin met negen kinderen is het verdelen van zorgtaken een pijnpunt, vertelt Asma: „Vroeger riepen we: wij gaan onze ouders nooit in een bejaardentehuis stoppen. Nou, prima. Maar hoe gaan we het dan wél doen? Daar hebben we het eigenlijk nooit over gehad.”
Binnen het gezin El-Fassi namen de vrouwen „automatisch” het grootste deel van de zorg op zich, zegt Asma. Abdelkarim: „De rest vond dat oké. Tot de zussen ertegen in verzet kwamen. Dan is het terecht om het gesprek daarover te openen, en te kijken hoe we het samen kunnen doen. Maar ja, niet iedereen woont in de buurt, niet iedereen heeft de headspace… ” Het bleek moeilijker te organiseren dan gedacht.
Die dynamieken sijpelen door in de film. Personages zijn deels geïnspireerd op familieleden, vertelt het duo. Asma voelt zich verbonden met hoofdpersoon Noor Idrissi, die zich over haar dementerende vader ontfermt. „Als je de zorger bent, ga je je volledig identificeren met die rol. Het idee je daarvan los te maken, heeft iets beangstigends: wie ben ik dan? Daarom kan het comfortabel zijn om in die rol te blijven.” Die innerlijke strijd ziet ze terug in Noor, die talentvol en ambitieus is, maar een zware zorglast draagt.
Met Porte Bagage hopen Abdelkarim en Asma moeilijke gesprekken op gang te brengen. Niet alleen over ziekte en mantelzorg, maar ook over familieverhoudingen, en de pijn die ontstaat als dingen onuitgesproken blijven. Asma: „Na een van de voorpremières kreeg ik een bericht van een jonge man, die zei: ‘Ik heb meteen mijn zusje gebeld’. Hij herkende zijn zusje in Noor.” Tranen vullen haar ogen. „Er ligt echt veel last op de schouders van die vrouwen”, zegt ze, misschien ook wel doelend op zichzelf. „Soms is het gewoon een kwestie van gezien willen worden.”
Abdelkarim: „De film eindigt met de vraag: ‘Wat betekent familie voor jou?’ Daar willen we mensen graag bij stil laten staan.” Familie lijkt iets vanzelfsprekends, zegt hij, maar een zorgbehoevende ouder legt juist de fragiliteit ervan bloot.
Asma: „Als je opgroeit in het Westen, met zijn individualistische gedachtegoed, ga je geloven dat je familie ondergeschikt is aan je eigen dromen en pad.” Maar collectieve structuren zijn essentieel voor ons welzijn, stelt ze, zowel op microniveau (je familie) als op macroniveau (de samenleving).
Abdelkarim: „Ik ben zelf ook niet altijd aanwezig geweest thuis. De rust van alleen wonen vind ik heerlijk.” Oost-Souburg, het Zeeuwse dorp waar hij opgroeide en waar zijn ouders wonen, bezoekt hij zelden. Hij vindt het „intens” en „overprikkelend” en mijdt het daarom liever. „Misschien ook wel omdat ik de realiteit niet wil zien: mijn ouders die ouder worden.”
„Ergens”, formuleert hij voorzichtig, „is Porte Bagage mijn manier om onze situatie een plekje te geven. Om iets terug te doen. Om te laten zien dat ik het wél belangrijk vind.”
Asma en Abdelkarim El-Fassi in Rotterdam Foto Hedayatullah Amid
Voor Abdelkarim is het vanzelfsprekend dat de Marokkaanse cultuur in de film doorklinkt. „Ik ga niet ineens stamppot op tafel zetten. Wij eten tajine. En Musa Idrissi bidt vijf keer per dag. Dat is wie we zijn.” Die culturele aspecten zijn uiteindelijk bijzaak, zegt Asma. Porte Bagage gaat over universele thema’s: familie, verlies, zorg. Eén op de drie Nederlanders is mantelzorger. Daar komt bij dat dementie vaker voorkomt bij bepaalde groepen Nederlanders met een migratieachtergrond, zoals ouderen uit Marokko en Turkije. Het maakt de film niet alleen herkenbaar, maar ook maatschappelijk urgent, betoogt de producent.
Het maken van de film duurde ruim zes jaar. Asma werd intussen moeder, en de zorgbehoefte van de ouders El-Fassi werd groter. Maar de vertraging zat uiteindelijk in het rondkrijgen van de financiering. Abdelkarim: „We wilden alles onafhankelijk doen. Dat kost tijd.” Met NTR als coproducent en een lowbudgetregeling van het Filmfonds kon het duo de productie uiteindelijk realiseren.
Lowbudget betekent ook écht lowbudget, benadrukken de filmmakers, die door financiële beperkingen tot creatieve keuzes werden gedwongen. Zo zijn de motels die in beeld komen ook de plekken waar de crew verbleef, vertelt Asma. „Het is de charme van de film”, vult Abdelkarim aan.
Tegen alle adviezen in werd de film niet in een studio, maar in de open lucht gedraaid. Met „zes of zeven” auto’s vertrok de Zouka-crew naar het noorden van Marokko. De hitte op de huid, de hobbels in de weg, het zware gezoem van de oude bus: de acteurs moesten de scènes voelen, zegt Abdelkarim. Pas dan kon hij het geloven.
Ook Al Hoceima was geen vanzelfsprekende keuze. „Ga naar Marrakech, werd ons geadviseerd.” Filmstad bij uitstek, logistiek ideaal. Maar de El-Fassi’s weigerden: „Al Hoceima is onze plek. Onze ouders komen er vandaan. En die zee… die kun je nergens faken.” Bovendien, zegt Asma, komen de meeste Marokkaanse-Nederlanders uit het noorden van Marokko. „Dit verhaal hoort daar.”
Nu Porte Bagage de theaters in gaat, is de blik van de filmmakers al gericht op de toekomst. Het script van hun volgende film, over ouders die na het vertrek van hun kinderen worden geconfronteerd met het legenestsyndroom, is al bijna af. Net als in hun debuut staat ook daarin de vraag centraal wat familie betekent, en hoe je je ertoe verhoudt wanneer de rollen verschuiven.
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC