Home

Hoe stukjes misdaadjournalistiek worden ‘geleend’ voor een bestseller

Auteursrecht In verschillende misdaadboeken werd werk overgenomen van misdaadjournalisten – zonder bronvermelding. „Dit soort overschrijverij is schering en inslag.”

Omslagen van de genoemde boeken. Foto Paul van Riel/ ANP. Montage Fotodienst NRC

Misdaadjournalist Chiel Timmermans van het AD is er de persoon niet naar om energie te verspillen aan anderen, zo schreef hij deze zomer op LinkedIn. „Maar soms mag de waarheid worden gezegd.” Die ‘waarheid’ betrof Hans Werdmölder, criminoloog en auteur van het in januari van dit jaar bij uitgeverij Prometheus verschenen boek Bolle Jos: Drugscrimineel van Hollandse bodem. „Iemand stuurde me dat boek toe, want ik ben de journalist die zo’n beetje het meeste over Bolle Jos heeft geschreven. Dus ik bladerde het door en ik zag allemaal elementen waarvan ik dacht: dat heb ik geschreven.”

Eerst zegt Timmermans daar publiekelijk niets over, naar eigen zeggen om de auteur niet met aandacht te belonen. Maar dan schuift Werdmölder aan als Bolle Jos-expert in een talkshow en in een documentaire op Videoland. Naar aanleiding daarvan spreekt Timmermans zich op LinkedIn alsnog uit: „Als ik hem was, zou ik me kapot schamen als ik zo erg zou parasiteren op het werk van anderen.”

Werdmölder is vooral bekend van zijn onderzoek naar Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren. Hij was onder andere universitair hoofddocent in Utrecht. Na zijn wetenschappelijke carrière ging hij publieksboeken over criminaliteit schrijven.

Uit onderzoek door NRC blijkt dat hij in zijn boeken over Ridouan Taghi en Bolle Jos consequent journalistiek werk heeft overgenomen zonder bronvermelding. In Bolle Jos gaat het onder meer om delen van een intensief geresearcht profiel van Bolle Jos door Timmermans en een journalist van BN/de Stem. Een hoofdstuk over een drugsroof is grotendeels identiek aan een reconstructie-artikel van het AD samen met Het Laatste Nieuws. Daarbij bewerkte Werdmölder veel overgenomen passages licht. De zin „Pottenkijkers zijn dus niet gewenst, en als er toch mensen binnen komen, zal er worden geschoten met automatische vuurwapens”, uit het AD werd bijvoorbeeld „Pottenkijkers zijn niet gewenst; als ze toch binnenkomen zal er worden geschoten met automatische vuurwapens.”

Ook in De zaak-Ridouan T. (2023, Prometheus) nam Werdmölder werk over van andere media, onder meer grote delen van onderzoeksartikelen uit NRC van misdaadverslaggever Jan Meeus. Achter enkele zinnen vermeldde Werdmölder in een voetnoot Meeus en NRC. Bij de meeste overgenomen passages ontbreekt een dergelijke vermelding. Het boek werd volgens Prometheus meer dan 17.500 keer verkocht.

Auteursrechtinbreuk

In de genoemde boeken is sprake van inbreuk op het auteursrecht, bevestigt Lex Bruinhof, docent auteursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij citeert de Hoge Raad, die stelt dat werk auteursrechtelijk beschermd is als het een „eigen oorspronkelijk karakter” heeft „en het persoonlijk stempel van de maker draagt”. Daar voldoen de bewuste teksten van Meeus, Timmermans en anderen ruimschoots aan, zegt Bruinhof. Anderen mogen ze daarom niet zomaar verveelvoudigen. Dat de teksten door Werdmölder licht bewerkt zijn, maakt juridisch niet uit. Bruinhof: „Er zijn originele formuleringen overgenomen en de opbouw van de originele tekst is geheel gevolgd.” Het korte verwijzen naar NRC „is mijns inziens niet voldoende om hier een geldig beroep op het citaatrecht te kunnen doen. Het is ook onvoldoende duidelijk gemaakt wát er allemaal geciteerd is en de omvang van het geciteerde is buitenproportioneel.”

De misdaadjournalisten die het betreft, wijzen niet zozeer op de juridische, maar op de journalistiek-ethische kant. „Als je letterlijk citeert of hele stukken parafraseert, moet je daarbij telkens naar de bron verwijzen. Een keer een algemene verwijzing in het notenapparaat is niet genoeg”, zegt Meeus. Hij krijgt bijval van Paul Vugts van Het Parool, uit wiens werk Werdmölder onder meer een fragment overnam over een zaak die Vugts wekenlang volgde. „Hij kan deze info nergens anders van hebben, want dit stukje komt van een één-op-één-bron van mij. Andermans werk stelselmatig bij elkaar stelen, met hooguit halfslachtige bronvermelding erbij, dat kun je absoluut niet maken.”

De misdaadverslaggevers benadrukken dat zij hun werk met gevaar voor lijf en leden doen. Ze verwijzen naar de moord op Peter R. de Vries en de aanslagen op De Telegraaf en Panorama. Timmermans: „Onze persoonlijke veiligheid speelt vaak een rol bij wat we wel en niet schrijven. Het is dan extra pijnlijk als iemand je werk zomaar overneemt.”

Werdmölder laat in een reactie weten: „In een populair wetenschappelijk boek is het ondoenlijk om steeds naar je bronnen te verwijzen. Dat haalt de vaart uit het boek weg. Dat neemt niet weg dat ik mogelijk te weinig heb verwezen naar mijn bronnen. Ik zal er in de toekomst meer op letten.”

Uitgeverij Prometheus laat weten dat toekomstige drukken van beide boeken zullen worden aangepast. „Wij waren hiervan niet op de hoogte (…). De lezer van een voor een algemeen publiek bedoeld true crime-boek is niet gebaat bij eindeloze hoeveelheden noten en verantwoordingen (…). Dat neemt niet weg dat er bij sommige letterlijke citaten zeker een noot had gekund, en ook een verantwoording van de werkwijze van de auteur.”

Meeliften

De vraag naar misdaadverhalen is groot: kiosken liggen vol misdaadboeken en ‘moordcasts’ scoren hoog in de luisterlijsten. Waar bronvermelding heilig is bij de hechte, harde kern van professionele misdaadjournalisten geldt dat in die bredere industrie van true crime-entertainment veel minder, zeggen zij. „Overschrijverij van misdaadverslaggeving is schering en inslag”, zegt Vugts. „Er zijn tijdschriften en websites die nogal vrij citeren zonder zichzelf ergens in te verdiepen. En soms herken ik ook passages van mezelf en van collega’s in boeken.”

„Er zijn mensen die in de periferie succesvol meeliften op het werk van misdaad- en rechtbankjournalisten”, zegt ook rechtbankverslaggever Marieke de Witte van persbureau ANP. De Witte schreef zelf jarenlang veel over het Marengo-proces, waarin Taghi centraal stond, en was „verbaasd” toen Werdmölder met een boek over Taghi kwam. „Ik had hem nog nooit in de rechtbank gezien.” Zelf woonde ze vrijwel alle ruim honderd Marengo-zittingen bij.

Doodzwijgen

Meestal negeren misdaadjournalisten het als anderen met hun werk aan de haal gaan. Een groepje misdaadjournalisten sprak zo’n vijf jaar geleden wel een journalist van naam aan die een boek had geschreven over drugsmaffia waarbij de bronvermelding gebrekkig zou zijn. In reactie werd beloofd om dit in de tweede druk te repareren.

Werdmölder wordt als niet-journalist minder serieus genomen. Wel zorgden de misdaadverslaggevers van het AD en Het Parool ervoor dat hun krant geen recensie publiceerde van het Bolle Jos-boek. „Ik denk dat alle misdaadjournalisten er zo instaan en dat dit daardoor kan blijven gebeuren”, zegt Timmermans. „Ik vind zelf dat we het soms net iets te makkelijk accepteren.”

Ondertussen vormen de boeken van Werdmölder en vergelijkbare auteurs wel concurrentie voor traditionele misdaadjournalisten, die zelf ook boeken schrijven. Zo bracht De Witte met rechtbanktekenaar Aloys Oosterwijk vorig jaar een boek uit over het Marengo-proces en Taghi. „Wij hebben aanmerkelijk minder exemplaren verkocht dan Werdmölder met zijn boek”, zegt De Witte. „Wij zijn natuurlijk verantwoordelijk voor ons eigen boek en hij voor het zijne. Maar het steekt wel.”

Overnames in boek Michiel Romeyn

Ook in een misdaadboek van Jiskefet-acteur en kunstenaar Michiel Romeyn van oktober vorig jaar werd werk van andere journalisten overgenomen. Het gaat om het boek Een klap in het donker, over de Nederlandse onderwereld, met freelance journalist Martijn Haas als ghostwriter. Over de dood van advocaat Bram Zeegers in 2007 staat te lezen: „De eerste verklaring die de media bereikte luidde: gebruik van vervuilde cocaïne. Dat zou om verschillende redenen bijzonder zijn. Elders in Nederland, maar niet Amsterdam, circuleerde ooit kortstondig vervuilde cocaïne. Kennissen van Zeegers beweerden bovendien dat hij niet of nauwelijks dronk en geen drugs gebruikte.”

Deze passage en nog enkele fragmenten komen vrijwel een-op-een uit een column in NRC uit 2007 van de in 2015 overleden schrijver en dichter Joost Zwagerman. De auteurs namen ook fragmenten uit enkele andere nieuwsmedia over. „Ook hier is sprake van inbreuk op het auteursrecht”, zegt deskundige Bruinhof. Het vergrijp is wel aanzienlijk lichter dan bij Werdmölder, stelt hij, omdat het een klein deel van het boek betreft. Het boek bestaat voor een groot deel uit eigen observaties van Romeyn op plaatsen-delict, die de inspiratie vormen voor zijn kunst. Vugts en Meeus benoemen dat Romeyn oprechte interesse in criminaliteit heeft en kennen hem van zijn bezoeken aan zittingen.

Uitgever Luitingh-Sijthoff laat mede namens Haas en Romeyn weten dat het de bedoeling was dat de geraadpleegde bronnen vermeld zouden worden in een bronnenlijst achter in het boek, maar dat per ongeluk een verkeerd bestand naar de drukker werd gestuurd. Aan een eventuele volgende druk zal de bronnenlijst alsnog worden toegevoegd. De bronnenlijst stond aanvankelijk ook niet in het e-book, maar Haas laat weten dat het e-bookbestand „enige maanden geleden” alsnog vervangen is door een versie met bronnenlijst. Dit komt overeen met de bevindingen van deze krant.

Source: NRC

Previous

Next