Home

Eerst alleen voor Hermans en Mulisch, nu overal: ook de journalistieke tekst heeft nu een auteursportretje

Auteursportretten In deze rubriek kijken we naar opvallende beelden in de hedendaagse cultuur, en wat ze te zeggen hebben. Deze week: het auteursportret, nu ook voor de nieuwsberichtenschrijver.

Journalistieke teksten hebben in veel online media inmiddels auteursportretjes bovenaan.

Twintig jaar geleden was dat ondenkbaar.

Wat is er veranderd?

Leest het nu anders, vertrouwder, menselijker? Misschien valt het niet eens meer op, maar sinds kort staan er op de website van deze krant kleine auteursfotootjes boven de meeste teksten. De lezer weet nu dat de schrijver van een analyse over Prinsjesdag een donkere driedagenbaard heeft, en die over de Duitse gemeenteraadsverkiezingen met lichtblauw overhemd op de foto gaat.

Niets opzienbarends, niets echt nieuws ook: veel Nederlandse kranten doen het, en al moet je bij de Süddeutsche Zeitung eerst nog even doorklikken voor je de auteur kan zien, The New York Times geeft bijna iedere auteur inmiddels een gezichtje erbij. Maar: waarom doen ze dat eigenlijk?

Bijna vergeten lijkt de opwinding zo’n 20 jaar geleden toen gratis kranten als Metro en Spits het in hun papieren edities deden. Bij serieuze media gold een foto van de auteur bij een journalistieke tekst destijds als het tegendeel van objectieve berichtgeving; ze wilden de boodschapper niet voorop stellen, de feiten hadden geen subjectieve beleving nodig. De enige auteurs die in die jaren – al was het vaak schoorvoetend – een fotootje erbij kregen waren de kopstukken, de columnisten, diegenen die een mening hadden.

Erasmus

In die zin lijken de discussies over de journalistenfoto wel een beetje op die over het auteursportret – de foto van een schrijver achter op zijn boek – die in de late 20ste eeuw werden gevoerd. Veel uitgevers wilden toen dat de auteur zichtbaarder moest worden, lezers zouden die persoonlijke binding zelfs willen. Critici ervan vroegen zich ondertussen af waarom een gedachte interessanter zou zijn als je weet dat de auteur oud of jong, blond of donker, wit of zwart is.

Wie wil kan voor deze fundamentele discussie over tekst en portret zelfs nóg verder teruggaan, tot het moment dat de eerste portretten van auteurs worden gemaakt. In de vroegmoderne tijd ligt dat eerste begin, de tijd van Erasmus, het moment dat een auteur zich ook echt als individueel auteur is gaan zien. Het fenomeen kreeg vooral betekenis in de 19de eeuw, toen de auteur zich niet alleen zélf als een romantische genie ging zien maar ook door zijn publiek zo werd behandeld. De auteur begon aan zelfrepresentatie te doen, zoals in het boek Iconische schrijvers (2023) te lezen is, hij zocht een passende pose uit om zijn teksten meer gewicht te geven en zijn verkoop te vergroten – met uiteindelijk vanaf midden 20ste eeuw een groeiende schrijverscultus met zijn zorgvuldig geconstrueerde auteursportretten, zoals de alwetende blik van Harry Mulisch en de spottende grimas van W.F. Hermans.

Portret van Erasmus door Hans Holbein, 1523 Foto Louvre

En toch: de nieuwe online journalistenfoto is net weer anders. De nieuwsberichtenschrijver is namelijk geen literair auteur, voor zijn persoonlijkheid hoef je geen fascinatie te voelen, liever niet zelfs; diepzinnige karakterkenmerken hoeven niet gesuggereerd te worden, er wordt niet ingezoomd op groeven of doorleefde ogen, provocatieve poses zijn uitgesloten. Zijn gezicht dient dat van een nieuwslezer te zijn: neutraal doch herkenbaar. Het nauwelijks zichtbare formaat van een postzegeltje is genoeg, met een korte functiebeschrijving vlakbij.

Opmars van AI

Want het nieuwe journalistenportret is niet alleen een verre verwant van het eeuwenoude auteursportret, maar vooral een gevolg van de online beeldcultuur. De persoon van de auteur heeft al bij vroege online blogs een veel sterkere betekenis gekregen dan dat destijds in de traditionele media het geval was – en daar is door de opmars van AI nu in korte tijd een nieuwe impuls aan gegeven. Online is onduidelijk of teksten door een mens of door AI zijn geschreven, dus dient er een herkenbare persoon naast de tekst te staan, zo redeneren veel internationale mediahuizen. Te weten wíe een tekst schrijft, zo is de gedachte, zou voor vertrouwen en lezersbinding zorgen.

Werkt dat inderdaad? De meningen verschillen ook hierover – ga je een tekst anders lezen als een gezicht je wel of niet aanstaat; en kan AI niet net zo goed een nep-gezicht genereren? – maar dit uitgangspunt past wel mooi bij een intrigerende psychologische theorie. In het boek Face Value (2017) beschrijft sociaal psycholoog Alexander Todorov hoe in periodes van toegenomen maatschappelijke verwarring de culturele betekenis van het gezicht groeit – de meest bekende daarvan is rond 1800, de tijd van snelle verstedelijking en industrialisatie, toen er ook een massale toename van het aantal portretten te zien was: het uiterlijk wordt in dat soort fases extra benadrukt als een baken van herkenning én beoordeling.

Misschien is dat het wel: de wildwest-werkelijkheid van het huidige internet zorgt ook voor versnelling en verwarring. En de journalist krijgt met zijn fotootje erbij als het ware weer de rol van de vertrouwde omroeper op het marktplein: we kennen hem, dus we geloven hem – al moet je dan niet te diep inzoomen natuurlijk.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next