De koning moet ontspannen op de bank zijn neergeploft, vermoedde royaltywatcher Josine Droogendijk, terugblikkend op Prinsjesdag in het NOS-verslag. Lakschoenen uitgeschopt, dat zeurende broeksknoopje los, een vaderlijk ‘aaaaa, jeeeezus, even zitten’ toen de bips de driezits raakte.
Het financiële fuifje was rustig verlopen, en voor een televisierecensent is dat synoniem aan een pietsie saai. ‘De politieke sfeer lijkt erg op het weer’, zei Hugo de Jonge voorafgaand in Shownieuws: ‘het kan beter’. Veelbelovend, maar helaas, de stormpjes bleven uit.
Wat spaarzame krenten uit de prinsjespap: augurkenkoning Oos Kesbeke die in Shownieuws op samenzwervende toon zei érg koningsgezind te zijn; hij mocht dit jaar het tafelzuur verzorgen; een mijlpaaltje met de eerste vrouwelijke koetsier (waarover haar mannelijke meerdere aan de NOS mocht vertellen, ach ja), de scherpe mbo-student die in dezelfde uitzending signaleerde Wim-Lex dan wel aandacht had gevraagd over de ‘humanitaire crisis’ in Gaza, maar dat dat toch wat nikserig was, zo zonder het woord genocide te gebruiken.
Een CDA-troonrede was het, was de consensus in Nieuws van de dag, want uit op verbinding. Als een brugklasmentor sprak Willem-Alexander tegen zijn kabinet, de cameraploeg bleef even hangen bij de etters van de klas – Dilan, Geert, Caroline – meneer Van Oranje-Nassau van maatschappijleer had het helemaal gehad met de polarisatie, in de samenleving maar óók in de Kamer. Trok Geert zich na de bel in zijn gesprekje met Nieuws van de dag weinig van aan.
‘Polariseren om het polariseren is niet goed, maar polariseren omdat de politiek niet naar je luistert, dat mensen daar boos over worden, dat is hartstikke goed. Het politieke midden van compromissen zorgt ervoor dat er níéts verandert in Nederland.’
Tja, die verandering, daar was iedereen het dan wel weer over eens, want er moet ‘iets’ gebeuren. ‘De dagelijkse zorgen van mensen kennen geen pauzeknop’, wist ons staatshoofd, we zagen het in Rutger en de uitkeringstrekkers (PowNed), waarin Rutger Castricum mensen spreekt die ‘hun hand ophouden’. Voorbij de clichés is de insteek, wat in deze eerste aflevering gek genoeg toch vooral lukte door de clichés een beetje te omarmen, ze uit te spreken.
Castricum ontmoet Ed, zijn dagen zien er al dertig jaar hetzelfde uit: jointje, rondje door de buurt, jointje, naar zijn vriendin, jointje, boodschappen doen. ‘Heb je op een kantoor ook’, zegt Ed, als Castricum opmerkt dat zijn leven weinig spannend is. Hij is afgekeurd wegens zijn slechte knieën, zijn hart, hooikoorts.
‘Het verdient geen beker’, vindt Ed over zijn situatie, ‘misschien hebben ze gelijk als ze lapzwans zeggen, maar dat doet me verder niks.’
Ongemakkelijk eerlijk, dat Castricum vooral vragen stelt vanuit vooroordelen. Als Wajong-ontvanger Cindy een zakje voorgesneden uien door de pilav gooit: wat kost dat allemaal wel niet?, waarna je als kijker beseft: we hebben het hier over een fucking zakje uien. Zo hardnekkig is het ‘en dat van andermans centen’-sentiment dus; we zijn het gunnen voorbij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant