Home

Amsterdamse wethouder wil de nadruk op buitenspelen: kinderen zijn ‘het cement van de stad’

Buitenspelen Het terugdringen van de auto gebeurt al jaren in Amsterdam, maar nu zou veilig opgroeien centraal moeten staan in het beleid. Van beton naar groen. „Zorg dat schoolpleinen toegankelijk zijn, ook na schooltijd.”

Het plein bij de Fiep Westendorpschool in Amsterdam wordt ook wel het Stenenplein genoemd.

Een tiener met een koptelefoon dribbelt over het asfalt. Hij mikt een paar keer op de basket – meestal schiet hij raak. Om hem heen het decor van een buitenwijk: flats, auto’s, jonge platanen, bankjes, stoeptegels. Bijna niets verraadt dat dit stenen veldje in Amsterdam Nieuw-West eigenlijk een schoolplein is.

Het is precies de reden, zegt directeur Sofie Coronel van de Fiep Westendorpschool, dat leerlingen hier afgelopen najaar met rode hesjes en zelfgemaakte spandoeken stonden. Geïnspireerd door het thema van de kinderboekenweek – ‘eigenwijs’ – kwam het tot een heuse opstand. ‘Wij willen spelen!’ klonk het uit honderden kelen op een ochtend in oktober. ‘Meer groen! Minder steen!’

De Amsterdamse wethouder van verkeer en openbare ruimte Melanie van der Horst (D66) was ook aanwezig. Ze was onder de indruk van het speelprotest, zegt ze terugblikkend. „Heel mooi dat de kinderen van zich lieten horen. Maar natuurlijk jammer dat het nodig is.” Vandaag is ze weer even op ‘de Fiep’, om uit te leggen hoe deze plek past in haar bredere missie: bouwen aan een stad die ook in de toekomst voor iedereen leefbaar en toegankelijk is. Want Amsterdam groeit de komende decennia, met bijna 20 procent aan inwoners.

Wat is dan écht nodig? De wethouder besloot die vraag te stellen aan bijna vijfduizend mensen. Ze waren verrassend eensgezind: ‘veilig buitenspelen’ kwam als hoogste prioriteit uit de bus. Deelnemers aan het onderzoek, zegt Van der Horst, moesten ook kiezen waarop ze wilden inleveren. Velen noemden de auto – decennialang juist het belangrijkste uitgangspunt bij de inrichting van de stad. „Voor de deur parkeren of snel naar het centrum rijden bleek minder belangrijk dan veilig verkeer en spelende kinderen.”

Niet meer vanzelfsprekend

Het terugdringen van de auto gebeurt al jaren in de hoofdstad, maar in de meest recente plannen van de wethouder ligt de nadruk op opgroeien. Deze woensdag wordt haar ‘uitvoeringsagenda’ besproken in de gemeenteraad. Ze vindt het verdrietig, zegt ze, dat buitenspelen of zelf naar school lopen of fietsen in Amsterdam niet meer vanzelfsprekend is. De gemeentelijke afdeling Onderzoek en Statistiek schreef deze zomer dat het steeds moeilijker is voor gezinnen om in de stad te (blijven) wonen. Het aantal gezinnen met thuiswonende kinderen neemt al een tijdje af, relatief gezien: in 2014 ging het nog om ruim 25 procent van de huishoudens, dit jaar is het minder dan 23 procent.

Hoe ziet een kindvriendelijke stad eruit? Waarom blijven gezinnen, en waarom vertrekken ze? Stadsgeograaf Lia Karsten, verbonden aan de UvA, hield zich haar hele loopbaan met zulke vragen bezig. De woningmarkt, zegt ze, is natuurlijk een groot probleem: „Gezinnen hebben nu eenmaal meer vierkante meters nodig.” Maar of families zich thuis voelen, zit ook in andere dingen. Uit onderzoek van Karsten samen met architect Naomi Felder bleek eerder dat stadse gezinnen best op leefruimte willen inleveren, als de buurt veel te bieden heeft.

Kinderen, zegt Karsten, zou je het cement van de stad kunnen noemen. Ze versterken sociale netwerken in buurten: via school of de sportclub komen grote groepen mensen met elkaar in contact. In een stad groeien kinderen op met leeftijdsgenoten uit allerlei milieus – van gezinnen die rondkomen van een minimum tot gezinnen met een hoger inkomen, en de sociale stijgers daartussenin. Daar komt bij dat steeds meer Amsterdamse kinderen een gemengde achtergrond hebben. Karsten: „Het groeiende aantal gezinnen met twee nationaliteiten is een enorme integratiemachine.”

Afgelopen najaar stonden leerlingen met rode hesjes en zelfgemaakte spandoeken op het ‘Stenenplein’ om te betogen voor meer groen. Foto Olivier Middendorp

Goed dus dat er ook door de lens van kinderen en gezinnen naar de openbare ruimte wordt gekeken. Wat zij zoeken noemt Karsten „stedelijke luwte”: plekken met nét iets meer groen, een bredere stoep, weinig doorgaand verkeer. Een misverstand wil ze wegnemen: dat soort ruimtes zijn heus niet overal nodig. „De Dam hoeft niet kindvriendelijk.” Maar denk bijvoorbeeld aan schoolpleinen. „Zorg dat die toegankelijk zijn, ook na schooltijd.”

Altijd open

In Osdorp hangt een kleuter in een klimrek. Haar ouders zitten verderop op een bankje naast een kinderwagen, ze zijn net met de baby bij het consultatiebureau geweest. Naast een familiecentrum zitten hier ook twee basisscholen: ze delen een klimaatneutraal gebouw en ‘het Kikkerplein’: een groot speelterrein met een hek dat altijd open is.

„Drie jaar geleden was dit nog een betonnen vlakte,” zegt Erwin Bolt, directeur van een van de scholen. „Er was een voetbalveld met stalen hekken, meer eigenlijk niet.” Nu oogt het plein totaal anders: bomen, bamboe, heuveltjes, gras, zand, tafeltennistafels en speeltoestellen voor alle leeftijden. Twee jaar na de opening is het Kikkerplein uitgegroeid tot ontmoetingsplek voor de wijk.

Het Kikkerplein’ in Osdorp. Drie jaar geleden was dit nog „een betonnen vlakte,” zegt schooldirecteur Erwin Bolt. Foto Olivier Middendorp

Het Kikkerplein’ in Osdorp heeft een groot speelterrein met een hek dat altijd open is. Foto Olivier Middendorp

En hoe zit het met de Fiepschool, een paar kilometer verderop? Krijgt dat plein ook een upgrade? Het speelprotest heeft zeker iets in gang gezet, zegt directeur Sofie Coronel. „Er is een buurtschouw geweest, daarna zijn er nieuwe borden geplaatst.” Maar van een herinrichting is nog geen sprake. Het liefst zou ze afrekenen met fatbikes. En dubbelparkerende ouders. „Een eindeloze strijd.”

Wethouder Melanie van der Horst gaat de komende tijd kijken waar de veiligheid in de stad het meest in het geding is. Ze wil werk gaan maken van meer schoolstraten: straten die tijdens breng- en haaltijden van de school afgesloten zijn voor autoverkeer. Hoe groot het verlangen naar zelfstandigheid is bij kinderen, zag ze bij haar dochter. „Die wilde op haar zesde al alleen naar school fietsen, toen ze zeven was heb ik het maar toegestaan. Het gelúk dat ze daaruit haalt. Ja, dat is absoluut een drijfveer.”

Source: NRC

Previous

Next