De patriottische demonstratie in Londen zaterdag was een uiting van de rechts-conservatieve opstand die gaande is op het eiland. Het ongenoegen toont zich ook in de grote hoeveelheid Britse en Engelse vlaggen die overal in het land hangen.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
Hoeveel Britten er zaterdag op de been waren bij de demonstratie Unite the Kingdom is onduidelijk. De autoriteiten hielden het op maximaal 150.000, terwijl de organisatie het twintigvoudige schatte. Duidelijk is wel dat er onbehagen leeft op het eiland. Bij Nina en Stuart bijvoorbeeld, een stel van middelbare leeftijd dat vanuit Epping naar Londen was gereisd voor de demonstratie waar immigratie het voornaamste thema was. ‘De autoriteiten zetten de eigen bevolking op de tweede plaats’, zegt Stuart. Zijn vrouw knikt. ‘Dit is niet meer het land waarvoor onze grootouders hebben gevochten.’
De twee, die hun achternaam niet willen geven, lopen met hun geadopteerde Karpathische herdershond Bailey door de winkelstraat van Epping, de kleine slaapstad in de heuvels ten noorden van Londen die afgelopen zomer wakker werd geschud door protesten tegen het plaatselijke asielhotel. Directe aanleiding was een zedenzaak tegen een inmiddels veroordeelde asielzoeker die een meisje had proberen te kussen. Nog steeds marcheren boze bewoners, onder wie Nina, twee avonden per week naar het hotel, The Bell. De rechter heeft bepaald dat het belang van de asielzoekers zwaarder weegt dan dat van de bewoners.
Britse en Engelse vlaggen wapperen aan de lantaarnpalen, soms halverwege, omdat de ladder niet verder reikte. Op rotondes en zebrapaden zijn de rode kruizen geschilderd uit de Engelse vlag, het kruis van Saint-George. De Britse vlag siert de Marks & Spencer-boodschappentas van Stuart en geeft de windrichting aan boven het stadhuis. Daar was tijdens een van de anti-immigratiedemonstraties een vrouw gearresteerd die op het balkon stond te zwaaien met een Britse vlag. Op het eeuwenoude wapenschild van Epping is, naast drie zwaarden en een springend hert, het rode kruis zichtbaar.
Het gevlag beperkt zich allerminst tot Epping. Op vele plaatsen in Engeland zijn Britse en vooral ook Engelse vlaggen in het straatbeeld verschenen. Meestal in de nachtelijke uren, stiekem opgehangen of geschilderd door zelfverklaarde patriotten, met name in volkse en multiculturele buurten. Er werd zelfs een vlag van de Engelse beschermheilige Saint-George gehangen om de nek van The Angel of the North, de reusachtige engel van beeldend kunstenaar Antony Gormley bij Gateshead. En op het beroemde witte paard van Westbury op een kalkheuvel in graafschap Wiltshire verscheen ook een groot rood kruis.
Het gevlag begon in Birmingham, een stad met een grote Aziatische gemeenschap. Nadat de bibliotheek ter viering van de Pakistaanse onafhankelijkheid donkergroen werd verlicht door de gemeente, besloten autochtone bewoners Britse en Engelse vlaggen op te hangen. Deze werden snel verwijderd door de gemeente. De verontwaardiging daarover werd vergroot toen bleek dat Palestijnse vlaggen onaangeroerd bleven. Bij het verwijderen daarvan is, zo bleek uit een gelekte e-mail van een gemeenteambtenaar, politiebegeleiding nodig.
Het fenomeen verspreidde zich vervolgens door Engeland – in graafschap Cumbria toonde een moskee zich solidair door een Britse vlag op te hangen – en daarin blijkt de Operation Raising the Flags via sociale media een leidende rol te hebben gespeeld. De organisatie Hope Not Hate achterhaalde dat Andrew Currien de mede-oprichter en een van de organisatoren is. ‘Andy Saxon’, zoals deze actievoerder zich noemt, was een sleutelfiguur in de English Defence League, de groepering van nationalist en oud-voetbalhooligan Tommy Robinson. Laatstgenoemde was de voornaamste organisator van het massaprotest van afgelopen zaterdag.
Deze achtergrond is pikant. Er hangt een luchtje aan de vlag van Saint-George, een Romeinse soldaat en martelaar uit Anatolië. Het rode kruis werd ten tijde van de kruistochten geadopteerd, mogelijk door koning Richard Leeuwenhart zelf. Met name progressieve intelligentsia bezien deze vlag met scepsis. Die vertegenwoordigt immers ‘exclusieve’ Englishness; iedere bewoner van het eiland kan Brit worden, via naturalisatie, maar ‘Engelsheid’ heeft te maken met afkomst. Lange tijd werd deze vlag dan ook geassocieerd met rechts-nationalisme.
De Union Jack, de Britse vlag, ligt minder gevoelig. Hij sierde de hoes van The Sex Pistols’ Anarchy in the U.K. en werd in de periode van ‘Cool Britannia’ omarmd door The Spice Girls. Op de Olympische Spelen hult Team GB zich sinds 2012 in rood, wit en blauw. In de afgelopen twee decennia hebben politici, zowel van Labour als de Tories, de vlag pontificaal in het politieke domein gebracht; een stukje amerikanisering van de Britse politiek. Hij kwam te wapperen boven de departementen en premiers begonnen persconferenties te geven met Union Jack-banieren op de achtergrond.
In Epping maakt Nina geen onderscheid tussen de vlaggen, zolang ze maar wapperen. ‘Ze zijn een boodschap aan de regering’, meent Nina, die de naam van Starmer gepaard laat gaan met diverse profaniteiten. Voor Ellen O’Neil, trekkend aan haar roze boodschappenkar, wekken de Engelse vlaggen bij The Duke of Wellington-pub vooral trots op de natie op. ‘We zijn in Engeland, of niet soms?’, zegt de gepensioneerde thuishulp, ‘Het is tijd dat we weer een beetje trots worden op ons land, het land waar mijn vader voor vocht tijdens de oorlog, op de Ark Royal. Dat moeten onze kinderen meer leren op school, de vaderlandse geschiedenis.’
Op sommige lantaarnpalen in Epping, waar Winston Churchill decennialang de Lagerhuis-afgevaardigde was, hangen slechts resten van een vlag, een teken dat niet iedereen er gelukkig mee is. Bij Poppy’s Cafe blijkt juwelier Jamie Brown bijvoorbeeld niets te hebben met de vlaggenzwaaierij. ‘Het is onnodig en silly’, zegt hij, een hijs nemend van zijn elektronische sigaret, ‘het wapperen van vlaggen doe je bij wereldkampioenschappen voetbal. Als geboren Londenaar heb ik geen moeite met immigratie.’ Essex County Council, waar Epping onder valt, biedt ambtenaren die moeite hebben met de vlaggen psychische hulp aan.
Van oudsher zijn de Engelsen geen fanatieke vlaggenzwaaiers. Anders dan in landen als Zwitserland en de Verenigde Staten hebben de eilandbewoners bijvoorbeeld niet de neiging een Britse of Engelse vlag in de tuin te laten wapperen. Het Verenigd Koninkrijk heeft zelfs geen nationale feestdag. De Engelse natie wel – Saint-George’s Day op 23 april – maar die wordt amper gevierd. Eensgezind zwaaien met vlaggen is voor speciale gelegenheden, zoals koninklijke jubilea of het vieren van een oorlogsoverwinning, zoals VE-Day in 1945 of de Falklands in 1982. Het was dan de vlag die verbroederde.
Een speciale gelegenheid voor het zwaaien van vlaggen is The Last Night of the Proms. Op de laatste avond van het jaarlijkse BBC-muziekfestival, die zaterdag toevallig samenviel met de demonstratie, verandert de Londense Royal Albert Hall traditioneel in een oceaan van Britse vlaggen terwijl er een medley van klassiekers als Rule Britannia, Land of Hope and Glory, God Save the King en Jerusalem wordt gespeeld, maar dat gezwaai ging altijd gepaard met een zekere ironie. Sinds het Brexit-referendum, evenwel, is er daar een strijd ontstaan tussen Britse en Europese vlaggen, een teken van polarisatie.
In The Sunday Telegraph schreef Daniel Hannan, een Conservatieve oud-europarlementariër, dat hij altijd heeft gehouden van het ‘stille en zelfverzekerde patriottisme’ van zijn landgenoten, een houding die kan worden samengevat met het gezegde ‘goede wijn behoeft geen krans’. ‘We hebben obsessief gevlag, het gebruik van uniformen, rauwe slogans en massale openluchtmanifestaties altijd overgelaten aan hete landen met leiders die zonnebrillen dragen’, schreef Hannan, die opgroeide in Zuid-Amerika. Maar zelfverzekerdheid heeft plaatsgemaakt voor onrust.
Op weemoedige wijze sprak Hannan de vrees uit dat ‘het land waarvan ik hou verdwijnt’, en dat er sprake is van ‘ulsterisation’ van het Britse vasteland. Dat is een verwijzing naar Noord-Ierland (ook wel ‘Ulster’ genoemd) dat al vele decennia te maken heeft met sektarische politiek waarbij Britse en Ierse vlaggen werken als een rode lap op een stier. Hoewel het momenteel veel vrediger is dan ten tijde van The Troubles, zijn vlaggen nog alom vertegenwoordigd in de straten van verdeelde steden als Belfast en Derry, evenals nationalistische dan wel unionistische muurschilderingen.
De vergelijking dient zich ook aan met de omgekeerde vlaggen die enkele jaren geleden in Nederland, met name op het platteland, werden opgehangen uit protest tegen het stikstofbeleid van de toenmalige regering. Waar de Nederlandse driekleur normaal gesproken wappert op Koningsdag, bij herdenkingen en om geslaagde eindexamens te vieren, kreeg deze opeens een negatieve lading die van onvrede en afkeer van de autoriteiten.
In een monoloog op Sky TV merkte de vooraanstaande televisiepresentator Trevor Phillips zondag op dat de twee gevestigde massapartijen, Labour en de Conservatieven, samen inmiddels minder dan 40 procent hebben in de peilingen. De zwevende kiezers vliegen richting de flanken, rechts en links. Nadat hij een paar uur bij de massabetoging had meegelopen kwam hij tot de ‘alarmerende’ conclusie dat het overgrote deel van de deelnemers mensen waren die ‘je zondagmiddag treft in de pub of met wie je tijdens de pauze van een voetbalwedstrijd of een concert in de rij staat’.
In Epping, dat een stedenband heeft met het Duitse Eppingen, zeggen Stuart en Nina niets te maken te hebben met radicalisme. ‘We houden van ons land en we houden van Epping’, zegt Nina, ‘en willen alleen geen hotel met 140 jongemannen in de buurt.’ Bij het gewraakte hotel zijn overal rode kruizen geschilderd, wat makkelijker is dan de gecompliceerde Union Jack. Het teken van de kruisvaarder staat op elektriciteitskastjes, op de schijnwerpers en op een toegangsbord dat bezoekers warm maakt voor de exclusieve ‘Churchill Suite’. Die is voorlopig niet beschikbaar.
.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant