Home

Het leed in Libanon is een jaar na de pieperaanval nog steeds voelbaar

In Beeld Duizenden slachtoffers van Israëls pieperaanvallen in Libanon, precies een jaar geleden, zijn getekend voor het leven. „Plotseling ging alles op zwart.”

Een jaar geleden ontploften in heel Libanon duizenden semafoons en walkietalkies: in huizen, winkels, ziekenhuizen en op straat. De Israëlische aanval doodde zeker 42 Libanezen, onder wie zeker twee kinderen, en verwondde zo’n 3.500 anderen.

Dagenlang was Libanon in rep en roer. Ziekenhuizen stroomden vol met gewonden en iedereen vroeg zich af of er nog meer apparaten zouden kunnen ontploffen.

De aanval markeerde het begin van een Israëlische escalatie na bijna een jaar van wederzijdse aanvallen met Hezbollah, Libanons grootste sjiitische politieke en gewapende groep. Enkele dagen later startte Israël een grootschalige bombardementencampagne. Honderdduizenden sloegen op de vlucht, duizenden kwamen om of raakten gewond, en zo’n miljoen Libanezen, Syriërs en Palestijnen raakten ontheemd.

Wereldwijd werd bediscussieerd of de aanval wel of niet binnen de wetten van het oorlogsrecht viel. Waar Israël zelf en sommige anderen over een „precisieaanval” spraken, zagen weer anderen duidelijke schendingen van het internationaal recht. Onder meer experts van de Verenigde Naties wezen erop dat het om een mogelijke oorlogsmisdaad ging vanwege het gebruik van booby-traps, de ongerichtheid van de aanval, en omdat er mogelijk sprake was van geweld om de bevolking angst aan te jagen. Amnesty International en Human Rights Watch (HRW) riepen op tot internationale onderzoeken.

HRW-onderzoeker Ramzi Kaiss wijst bovendien op het precedent dat deze aanval heeft veroorzaakt. „We zien in Libanon sindsdien een toenemende minachting van het oorlogsrecht en internationaal humanitair recht. Terwijl volgens die principes alleen mensen die op dat moment deelnemen aan vijandelijkheden legitieme doelwitten zijn, zien we dat er geen consequenties gesteld worden aan het doden van burgers.”

Volgens het internationaal recht is louter lidmaatschap van een groep als Hezbollah onvoldoende om iemand tot legitiem doelwit te maken. Onder de slachtoffers waren niet slechts strijders, maar ook familieleden en personeel van civiele instellingen zoals ziekenhuizen.

Het geweld gaat onverminderd door. Israël schendt het staakt-het-vuren dagelijks met aanvallen in Libanon, waarbij regelmatig doden vallen, ook burgers. Maandag raakten zeker zeven vrouwen en vier kinderen gewond bij een Israëlisch bombardement, aldus het Libanese ministerie van Volksgezondheid.

Het is bovendien onwaarschijnlijk dat er een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de aanval op de communicatieapparatuur komt. In mei trok de Libanese regering haar verzoek aan het Internationaal Strafhof in om mogelijke Israëlische oorlogsmisdaden te onderzoeken. De reden daarvoor is onduidelijk. De regering staat onder grote druk van de VS en Israël enerzijds, én Hezbollah anderzijds.

In Beeld over deze fotoserie

Intussen leven nog duizenden Libanezen dagelijks met de gevolgen van de dodelijke aanval. Persbureau Associated Press interviewde eerder dit jaar zes overlevenden. Makkelijk is dat niet. Velen van hen hebben nog maandenlang medische zorg nodig gehad en wantrouwen de meeste westerse media.

Toch wisten AP journalisten Bassem Mroue en Sarah el Deeb en fotograaf Hassan Ammar via een Hezbollah Vereniging van Gewonden contact te leggen met zes van hen: kinderen, vrouwen en mannen. De journalisten hebben deze personen daarna geïnterviewd zonder verdere tussenkomst van Hezbollah.

Ali Abbas (11), gewond bij de Israëlische pieperaanval, speelt met een bal in het huis van zijn ouders in Barish, Zuid-Libanon

Ali Abbas (11) raakte op 17 september 2024 gewond bij de Israëlische pager-aanval. Hij pakte de pieper van zijn vader, een Hezbollah-lid, op toen die ontplofte.

Ali liep zware verwondingen aan zijn gezicht op; hulpdiensten moesten hem helpen bloed uit zijn mond te spugen om verstikking te voorkomen.

Familieleden vonden later zijn vingers en linkeroog. Hij onderging al zeker tien operaties en zal er nog vele moeten doorstaan.

De 11-jarige Ali Abbas raakte zwaargewond aan zijn gezicht en handen.

Sarah Jaffal (21) en haar parkiet bij haar thuis in het dorpje Bazourieh in Zuid-Libanon. Op haar telefoonhoesje is een foto van de gedode Hezbollah-leider Hassan Nasrallah

Nadat Sarah Jaffal (21) verkouden opstond, liep ze die dag de keuken in. Dan hoort ze een apparaat trillen op tafel. Geïrriteerd maar nieuwsgierig loopt ze er naartoe, pakt de pieper van haar familielid op en ziet een bericht: “Error” en daarna “Press OK”.

Urenlang was ze buiten bewustzijn, bloed stroomde uit haar mond.

Inmiddels heeft de jonge vrouw al zeker 45 operaties ondergaan. Ze mist vier vingers, en twee vingers zijn aan elkaar vastgemaakt. Ook wacht ze nog op een kunstoog. De komende jaren zal ze nog meer (reconstructieve) operaties moeten ondergaan aan haar gezicht en vingers.

Sarah Jaffal laat haar verminkte linkerhand zien.

Mustafa Mortada Choeib (35) met zijn dochter in Beirut.

De twee jonge dochters van Mustafa Mortada Choeib (35) speelden nog wel eens met zijn pager, herinnert hij zich. Nadat het apparaat in zijn handen explodeerde, raakte hij blind aan beide ogen en verloor drie vingers.

De jonge vader, met een master in computerwetenschappen, human resources en theologie, onderwees islamitische leer aan onder meer leden van Hezbollah.

Nu geeft Mustafa weer les als leraar op een sjiitische religieuze school, maar hij blijft gespannen. Zijn autoalarm maakt hetzelfde geluid als de pieper voordat-ie ontplofte – een herinnering aan de aanval.

Zeinab Mestrah (26) staat op de plek waar zij op 17 september 2024 gewond raakte. Een portret van de begin oktober gedode Hezbollah-leider Hassan Nasrallah hangt aan de muur.

Net als sommige andere slachtoffers, pakte Zeinab Mestrah (26) de pager van een familielid op, waarna deze ontplofte. Ze omschrijft de situatie die dag als een „slachthuis”. „Mensen herkenden elkaar niet eens meer en riepen de namen van hun familieleden terwijl ze zochten.”

Haar rechteroog kon gered worden nadat het was vrijgemaakt van granaatscherven. Het eerste dat ze daarna zag was haar moeder.

De 26-jarige evenementenplanner zegt dat ze ondanks het drama uitkijkt naar de bruiloft met de man waarmee ze al acht jaar verloofd is. Haar verloofde is „de helft van mijn revalidatie”, vertelde ze aan AP.

Zeinab Mestrah verloor drie vingers bij het aanval.

Mahdi Sheri thuis op de bank in de zuidelijke wijk Burj al-Barajneh in Beiroet.

De 23-jarige Sheri, een Hezbollah-strijder, had naar het front moeten gaan op de dag dat hij gewond raakte.

Meestal trilde de semafoon bij een bericht, deze keer piepte die. Hij herinnert zich nog een plotse, scherpe pijn.

Hij onderging behandelingen en operaties in Syrië en Irak. Links heeft hij een kunstoog, drie vingers aan zijn linkerhand is hij kwijt.

Sheri is drie vingers aan zijn linkerhand kwijt.

De twaalfjarige Hussein Dheini en zijn moeder Faten Haidar bij hun thuis in Teir Debba, Zuid-Libanon.

Hussein Dheini (12) raakte zijn rechteroog en voortanden kwijt toen de pieper van zijn vader in zijn handen ontplofte. „Meestal geef ik hem aan mijn vader als hij afgaat.” Zijn grootmoeder vond zijn tanden op de bank.

„Het was een nachtmerrie”, zegt zijn moeder Faten Haidar.

De jongen, lid van de scouts, een jeugdvereniging van Hezbollah, was goed in het citeren van de Koran. Nu heeft hij moeite met het controleren van zijn ademhaling. Het gezin is naar de benedenverdieping verhuisd zodat Dheini niet meer zoveel trappen op hoeft te lopen.

Tegenwoordig brengt hij tijd door met andere gewonde kinderen zoals hij.

Hussein wordt getroost door zijn moeder Faten Haidar in hun huis in Teir Debba, Zuid-Libanon

Source: NRC

Previous

Next