Indrukwekkend slot van De onwaarschijnlijke val van een burgemeester, de reconstructie in NRC van de zaak-Schuiling, als de oud-burgemeester van Groningen verzucht: „Ik ben zó genaaid en ik weet nog steeds niet waarom. Ik hoop dat mensen na lezing van dit artikel begrijpen: Kafka bestaat.”
De verwijzing naar Kafka is sleets geworden, maar in sommige gevallen kun je er niet omheen. De zaak-Schuiling is zo’n geval, vooral omdat het gerecht er een centrale rol in speelt, zichtbaarder zelfs dan in Het proces, de legendarische roman van Franz Kafka.
Schuiling probeert, evenals de bankemployé Josef K. in Het proces, zijn onschuld te bewijzen, maar de feiten maken geen indruk op degenen die over hem moeten oordelen. Aanvankelijk lijkt Schuiling de beschuldigingen te onderschatten, hij denkt het zonder advocaat wel te redden. Josef K. reageerde met zoveel onverschilligheid dat zijn oom tegen hem moest roepen: „Wil je het proces verliezen? Weet je wat dat betekent? Dat je eenvoudig van de aardbodem verdwijnt. En dat je hele familie meegesleept of ten minste diep vernederd zal worden.”
„Een publieke vernedering”, noemde ook Schuiling in NRC zijn rechtszaak.
„Schuldig is de organisatie, schuldig zijn de hogere ambtenaren”, zegt Josef K. ergens. Hij stuit op incompetentie en morele corruptie. Het begint al met de rechter van instructie die hem vraagt: „U bent huisschilder?” „Nee”, zei K., „ik ben eerste procuratiehouder bij een grote bank.” Op dit antwoord volgde bij de partij aan de rechterkant een gelach dat zo hartelijk was, dat K. mee moest lachen.
Bij Schuiling speelt een hoofdcommissaris van politie een bedenkelijke rol, hij begrijpt een opmerking van Schuiling verkeerd waardoor, constateert NRC, een spraakverwarring ontstaat „die allesbepalend zal zijn voor het verdere verloop van de gebeurtenissen”.
Het mondt ten slotte na het nodige geschutter bij het OM uit in het vonnis van een politierechter in Zwolle, die bewezen acht dat Schuiling openlijk in zijn auto heeft gemasturbeerd. Maar Schuiling kon helemaal niet meer masturberen, hij was impotent geworden, zoals zijn huisarts heeft bevestigd. De politierechter, schrijft NRC, ging niet in op Schuilings medisch dossier. Waarom niet? „Daarop kwam, ondanks meerdere verzoeken, geen antwoord”, aldus NRC.
Het strafdossier bevatte ook de cruciale medische informatie. De politierechter moet er dus van op de hoogte zijn geweest.
Kafka zou hier meewarig om hebben kunnen lachen. Bij hem liep het slecht af met zijn hoofdpersoon, bij Schuiling moet dat nog blijken, want er volgt een hoger beroep.
Op de laatste pagina van Het proces begeleiden „twee heren” K. naar de steengroeve plek waar ze hem zullen vermoorden. Opeens gaat er ergens een venster open en buigt zich een mens naar buiten met gestrekte armen. „Wie was het? Een vriend? Een goed mens? Een, die medelijden had? (…) Waar was de rechter, die hij nooit gezien had? Waar was het hoge gerecht, dat hij nooit bereikt had?”
In het geval van Schuiling waren het twee onderzoeksjournalisten, genaamd Bas Haan en Hugo Logtenberg, die zich uit het venster bogen en hun armen uitstaken.
Source: NRC