Politiek Volgens een groot deel van de Tweede Kamerleden stond de Troonrede vol met voor-spek-en-bonenplannen. Ze zijn druk met de verkiezingen en met wat daarna komt. Voor de overgebleven regeringspartijen is meedoen aan dit kabinet juist dé manier om zichzelf te tonen aan kiezers.
Koning Willem-Alexander leest op Prinsjesdag de Troonrede voor in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.
ChristenUnie-leider Mirjam Bikker geeft graag complimentjes. In zo’n beetje elk debat in de Tweede Kamer begint ze daarmee. Maar zelfs zij kan dat niet meer opbrengen, dinsdagochtend net voor de Troonrede. „We zien”, zegt ze, „een kreupel, klein kabinet dat niet meer vooruit kan.” Ze zucht. „Prinsjesdag zou een mooie dag moeten zijn, maar het is een triest gebeuren.”
Koning Willem-Alexander, in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag, noemt het een kabinet met „een zeldzaam smalle basis”. Alleen de VVD en BBB zitten er nog in, samen hebben ze 32 zetels in de Tweede Kamer. In het verhaal van de koning, namens het kabinet, klinkt nederigheid: „De polsstok van het regeringsbeleid reikt niet verder dan u toestaat.” Het kabinet belooft, zegt de koning ook, „een open, luisterende houding”. Het kabinet kan niets zonder de steun van andere partijen.
Er komt ook een hand in eigen boezem, al klinkt die wat omslachtig. „Helaas”, zegt de koning, „lijken in Nederland mensen steeds vaker tegenover elkaar te staan.” Op straat, online, op universiteiten. „En niet in de laatste plaats ook in Den Haag. Met uitgesproken opvattingen, voor of tegen, zwart of wit.”
Op de eerste rij kijken de demissionaire vicepremiers Sophie Hermans van de VVD en Mona Keijzer van BBB naar de koning, geconcentreerd. Premier Dick Schoof kijkt voor zich uit, hij lijkt in gedachten te zijn.
Een jaar geleden was alles nog anders. De Troonrede begon toen met de prestaties van Nederland op de Olympische en Paralympische Spelen. En de koning had alle grote plannen en beloften opgenoemd: over stikstof, nieuwe woningen, asielbeleid. Er zou een overheid komen die „ruimte en vertrouwen” gaf aan mensen. Schoof, oud-topambtenaar, was net tweeënhalve maand premier. Hij luisterde vol aandacht. Naast hem zaten ook nog PVV-vicepremier Fleur Agema en NSC-vicepremier Eddy van Hijum. Het motto van het kabinet was, volgens de koning: „Wat kan wél.”
Volgens Tweede Kamerlid Ismail el Abassi (Denk) werd het kabinet-Schoof vooral het kabinet van wat níet kon. „De btw-verlaging op boodschappen die Wilders zo graag wilde, de verlaging van de huren: het is allemaal niet gebeurd.” Het groepje ministers en staatssecretarissen van VVD en BBB noemt hij „de overblijfselen van een rechts-extremistisch kabinet”.
Marieke Koekkoek van Volt ziet daar twee partijen bij elkaar zitten die „krampachtig hun best doen om het samen vol te houden”. „Een slecht huwelijk.” Wat haar betreft houden ook die twee ermee op. „Laat de Tweede Kamer het zélf doen.”
Stephan van Baarle, Dogukan Ergin en Ismail el Abassi van Denk, voorafgaand aan de Troonrede in de Koninklijke Schouwburg Foto Bart Maat
SP-leider Jimmy Dijk begint na de Troonrede over de ruzies waar het kabinet-Schoof aan ten onder was gegaan. Dat hij zijn eigen partij neerzet als het betere alternatief, is niets bijzonders. Wél dat hij daarbij meteen het CDA noemt. Jimmy Dijk is op vrijersvoeten. Hij wil met zijn partij in het volgende kabinet, samen met de partij van Henri Bontenbal. De SP en het CDA, zegt hij, willen allebei een ánder soort politiek. Ze willen „aan gemeenschappen bouwen”.
In de Troonrede staat nu wéér dat er aandacht moet zijn voor stikstof en woningbouw, maar buiten de zaal worden de plannen die de koning heeft voorgelezen gezien als voor-spek-en-bonenplannen. Pas na de verkiezingen van 29 oktober zal erover worden gedebatteerd en gestemd, door een nieuwe Tweede Kamer. Er zal zo goed als zeker van alles aan worden veranderd.
Dat is waar de Haagse politici op Prinsjesdag druk mee zijn: de verkiezingscampagne, en wie daarna met wie wil samenwerken of juist niet. Daar zal het zo goed als zeker veel over gaan in de Algemene Politieke Beschouwingen op woensdag en donderdag in de Tweede Kamer.
Voor de overgebleven regeringspartijen VVD en BBB is juist meedoen aan dit kabinet dé manier om zichzelf te laten zien aan kiezers. Politici van die partijen zeggen om de paar zinnen dat ze hun „verantwoordelijkheid nemen”. „Er kan vandaag of morgen iets gebeuren in Nederland of de rest van de wereld”, zegt Tweede Kamerlid Henk Vermeer van BBB, „en dan is het handig als er een zo volledig mogelijke club mensen zit. Wij zorgen ervoor dat het land blijft draaien.”
In een gesprek met tien verslaggevers, op het ministerie van Algemene Zaken, zegt Dick Schoof aan het eind van de dag dat hij de afgelopen weken heeft gebeld met fractievoorzitters van heel veel partijen. Om te horen wat zij willen, en ook om te zeggen wat hij nog wil met zijn kabinet: dat in elk geval de asielwetten nog worden aangenomen. Maar het kabinet, en ook hém, zegt hij, „past bescheidenheid”.
Hoe hij terugkijkt op zijn premierschap, zonder partij en met een kabinet dat uit elkaar viel, wil hij niet zeggen. „Ik laat het reflecteren nog even bij mezelf.” Wat hij wel zegt: de vólgende premier wenst hij een meerderheid in de Tweede Kamer toe „die elkaar wat gunt”. Want die „gunfactor” was er volgens hem niet tussen PVV, VVD, NSC en BBB. „En dan heb ik het over álle vier.”
Hij zal nog demissionaire premier blijven zo lang het nodig is, zegt hij ook. „Maar toen het kabinet de eerste keer viel, heb ik mij ingeschreven voor de marathon in Sydney. Dat is in de zomer van 2026.”
Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde
Source: NRC