Home

Het is maar een momentopname

Ik heb me ooit laten vertellen dat in het oude Sparta jongens werden achtergelaten in een van roofdieren vergeven plek (ik stelde me daarbij een soort Veluwe voor maar dan met olijfbomen en feta) om ze te testen. Wanneer ze er levend vandaan kwamen, waren ze een stap dichter bij volwassenheid. In onze huidige tijd hebben we andere uitdagingen aan de hand waarvan we onze gehardheid kunnen toetsen, zoals het maken van een nieuwe pasfoto.

„Oh jee”, zei de oudere man die voor mij aan de beurt was en op het scherm het resultaat zag. „Ik wist niet dat het zó erg was.”

Hij keek zo verdrietig dat de assistent voorstelde om het nog eens te proberen. Er werd een nieuwe foto genomen, en toen die niet door de ballotage kwam nóg een, en daarna nóg een, tot de fotografe voorzichtig zei dat het er echt niet beter op zou worden.

„U moet deze foto gewoon zien als de ergst mogelijke die van u kan worden genomen”, zei ze. „Daar kunt u verder ook helemaal niets aan doen.”

Ik was aangenaam verrast door deze drogreden (maar was het dat echt?) en de man leek er aanzienlijk door opgebeurd.

„In werkelijkheid ziet u er veel beter uit”, viel de assistent haar bij.

Helemaal blij hupste de man naar de kassa en kon ik plaatsnemen op het krukje. Het licht was fel genoeg voor een operatiekamer, ik hoorde de fotonen in mijn rimpels galmen, de flits was nucleair en het resultaat even verwoestend: ik leek op de ingedroogde versie van hoe ik dácht dat ik eruit zag.

„Het is maar een momentopname”, zei de assistent nog voor ik om commentaar had gevraagd.

„Frontaal is voor sommigen gewoon niet de beste hoek”, voegde de fotograaf er even ongevraagd aan toe.

Eenmaal buiten bekeek ik de afbeelding nogmaals. Was het nou mijn ijdelheid dat ik om zo’n slechte foto meteen behoefte had aan EMDR, of was het toch verontrusting vanwege ouder worden? Om beeldbewijs te hebben van hoe de dood al kneepjes in mijn wangen gaf en, nu hij toch bezig was, ook alvast even al het resterende collageen uitperste, dat scheelde straks weer tijdens het ontbinden?

Toch was het niet het einde van de wereld.

Dit is het dan, mompelde ik. In de verte klonk nog een citaat van Marcus Aurelius, dat wanneer iets je gemoed verstoort, je dat moet opvatten als een oefening. Zodra je die verstoring leert verdragen, ben je weer een stapje dichter bij geluk.

Ik stapte op mijn fiets. Warm herfstlicht stroomde over de schouders, mijn chromen stuur blonk in de zon.

Source: NRC

Previous

Next