Troonrede 2025 Dinsdagmiddag sprak de koning in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de Troonrede uit van het demissionair kabinet. Onder meer een citaat van filosoof Søren Kierkegaard viel op, een mogelijke aansporing voor partijen om een toekomstvisie van het land te vormen. Politiek redacteur Titia Ketelaar bespreekt enkele saillante passages.
DEN HAAG - Koning Willem-Alexander leest op Prinsjesdag de Troonrede in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.
Klik op één van de gemarkeerde passages om het commentaar te lezen.
Leden van de Staten-Generaal,
Bij de start van dit parlementaire jaar geldt nog meer dan anders dat de polsstok van het regeringsbeleid niet verder reikt dan u toestaat. Het werk van het kabinet rust na de recente politieke ontwikkelingen immers op een zeldzaam smalle basis in beide Kamers van de Staten-Generaal. Het kabinet beseft terdege dat in de komende periode nauw overleg met u nodig zal zijn om voldoende steun te verwerven en nog resultaten te kunnen boeken.
Al in de eerste zin verwijst de koning naar de demissionaire status van het kabinet en de 32 zetels in de Tweede Kamer die de coalitie heeft. Deze alinea is vooral een oproep aan de volksvertegenwoordiging om verdere stilstand te voorkomen. De Tweede Kamer heeft weinig onderwerpen ‘controversieel’ verklaard en zal dus, tot er een nieuw kabinet is, gewoon door moeten werken.Tegelijk steekt het kabinet de hand in eigen boezem: het afgelopen jaar kenmerkte zich door ministers die ‘vergaten’ dat wetten niet alleen aangenomen moeten worden, maar ook draagvlak moeten hebben én uitvoerbaar moeten zijn. Dat laatste noemt de koning overigens niet.
Tegelijkertijd kennen de dagelijkse zorgen van mensen over werk, wijk en woning geen pauzeknop. Mensen willen een inkomen waarmee ze het einde van de maand halen, een veilige en vertrouwde woonomgeving en een huis voor zichzelf en hun kinderen. Voor jongeren is een eigen woonruimte een cruciale stap op weg naar zelfstandigheid. Iedereen wil ook – heel concreet en dichtbij – kunnen rekenen op goede en toegankelijke zorg, op een sociaal vangnet als het leven even tegenzit en op onderwijs dat kinderen allereerst de basisvaardigheden leert. Dát zijn onderwerpen die mensen primair bezighouden.
Daarnaast leven we in een tijd van grote internationale veranderingen. Dat bleek eens te meer eind juni, toen de ogen van de hele wereld gericht waren op Den Haag. De succesvolle NAVO-top werd vrijwel meteen ‘historisch’ genoemd. En inderdaad, het besluit om de defensie-uitgaven fors op te schroeven, markeert de ingrijpende en razendsnelle geopolitieke ontwikkelingen die zich voor onze ogen voltrekken. Tachtig jaar na de bevrijding van ons land zijn vraagstukken van vrede en veiligheid opnieuw urgent. En ook op andere terreinen komen er grote thema’s op ons af. Hoe benutten we de kansen die de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie ons biedt, en hoe beperken we tegelijkertijd de risico’s? Hoe om te gaan met toenemende digitale dreigingen? En hoe houden we de economie sterk en concurrerend, in een wereld van handelstarieven en nieuwe economische machtsverhoudingen? Het zijn grote vragen, waar geen snelle en gemakkelijke antwoorden op te geven zijn, maar waar regering en Staten-Generaal zich wel rekenschap van moeten geven.
Een kleine verwijzing naar het jaar dat tachtig jaar bevrijding werd herdacht, en daarmee ook naar de continuïteit van bestuur en land.
Daarom is het goed als we ons, bij alle onzekerheden die er zijn, steeds realiseren dat het leven alleen achterwaarts kan worden begrepen, maar voorwaarts moet worden geleefd, zoals een bekende uitspraak luidt. Dat betekent dat politiek en samenleving in het hier en nu toekomstgericht moeten blijven denken en handelen, ook nu ons land voor nieuwe verkiezingen staat.
Een citaat van de Deense filosoof Søren Kierkegaard dat gezien kan worden als aansporing voor partijen om een visie te hebben op de toekomst van het land.
Tegen die achtergrond heeft het kabinet de intentie zoveel als mogelijk verder te bouwen op hetgeen in het achter ons liggende jaar in gang is gezet. Na de val van het kabinet is voor weinig onderwerpen van het regeringsbeleid besloten tot een pas op de plaats. Hopelijk biedt dat een basis om gezamenlijk stappen vooruit te blijven zetten. Regering en Staten-Generaal hebben hierin een verschillende rol, maar een gedeelde verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving.
Helaas lijken in Nederland mensen steeds vaker tegenover elkaar te staan, op straat, online, op universiteiten en niet in de laatste plaats ook in Den Haag. Met uitgesproken opvattingen, voor of tegen, zwart of wit. Alsof het gelijk van de één automatisch het ongelijk inhoudt van de ander, terwijl de maatschappelijke werkelijkheid bijna altijd oneindig veel complexer is dan dat. Het kabinet is ervan doordrongen dat dit ook van zijn kant vraagt om een open, luisterende houding en om compromisbereidheid. Debat en verschil van inzicht horen bij een levende democratie. Maar wat er ook bij hoort, is de bereidheid elkaar over die verschillen heen op een volwassen manier de hand te reiken. Het spreekt vanzelf dat het kabinet die opdracht om te beginnen op zichzelf betrekt, met als doel tot oplossingen te komen voor problemen en zorgen die breed in de samenleving leven. Samen met u en samen met de gemeenten, provincies en waterschappen.
Hier is sprake van subtiel woordgebruik. In voorafgaande jaren sprak de koning meestal over ‘de regering’ als het ging over het kweken van saamhorigheid. Zij bestaat uit Koning en kabinet. In deze zin wordt duidelijk gesproken over ‘het kabinet’ dat meer moet doen om polarisatie tegen te gaan. Alsof Willem-Alexander, die zijn verbindende rol ziet als een voortdurende opdracht en het afgelopen jaar veel bezoeken aflegde om verbinding te bevorderen, zich buiten deze zin wilde plaatsen.
Met die intentie zal het kabinet zich allereerst voluit in blijven zetten om de parlementaire behandeling van de nieuwe migratiewetgeving af te ronden. Grip krijgen op migratie is een van de grootste zorgen die leven in het land, en het onderwerp blijft hoe dan ook urgent.
Het is opvallend dat migratie pas ná allerlei andere onderwerpen aan bod komt. Vorig jaar, in de eerste Troonrede van het kabinet-Schoof, was dit het eerste onderwerp. Toen noemde de koning migratie een ,,acute zorg” en besteedde hij een hele alinea aan een beleid dat ,,sneller, strenger en soberder” zou worden.
Natuurlijk staat buiten kijf dat de grote lopende hersteloperaties, die al zo pijnlijk lang duren, met de grootst mogelijke kracht worden doorgezet. Voor de Groningers, voor de toeslagenouders en voor iedereen die achteraf gezien een te lage WIA-uitkering kreeg. Voor de langere termijn ligt er een grote opdracht om regelgeving veel minder complex te maken, om herhaling te voorkomen.
Op het gebied van veiligheid is veel in gang gezet om de samenleving weerbaarder te maken tegen dreigingen van buitenaf. Maar ook de veiligheid in de eigen omgeving vraagt een stevige aanpak. We kunnen niet accepteren dat meisjes en vrouwen zich op straat niet veilig voelen, of mensen met een keppeltje op of hoofddoek om, of dat twee mensen van hetzelfde geslacht niet hand in hand kunnen lopen. Dat vraagt iets van de hele samenleving, maar ook van politiek en bestuur. In de begroting voor 2026 is geld beschikbaar voor versterking van de veiligheid op stations, voor meer opvangplekken voor vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld en voor de aanpak van femicide.
Een actuele referentie naar een zomer waarin een aantal vrouwenmoorden een discussie rond femicide op gang brachten. In de vrijdag uitgelekte Miljoenennota staan nog geen concrete bedragen. Eind vorig jaar werd voor de aanpak van femicide, naar aanleiding van een motie van GroenLinks-PvdA, 10 miljoen euro per jaar beschikbaar gemaakt.
Met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord wordt de toegang tot de gezondheidszorg verbeterd. Samen met gemeenten werkt het kabinet verder aan de Hervormingsagenda Jeugd. Daarnaast is er het recente Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, dat gericht is op verbetering van de langdurige zorg thuis en in het verpleeghuis. Al deze initiatieven vragen de komende periode om verdere invulling, zodat goede zorg in de toekomst beschikbaar blijft voor iedereen.
Heel belangrijk is uiteraard dat Nederland van het stikstofslot af gaat, zodat de vergunningverlening weer op gang kan komen. Dat is dringend nodig om meer huizen te kunnen bouwen, voor bedrijven die willen investeren, maar ook om werk te kunnen maken van de grootste onderhoudsopgave ooit aan wegen, bruggen en andere infrastructuur. Dit voorjaar is een aanzet gegeven met het Startpakket Nederland van het Slot. Het kabinet gaat door met de uitwerking. Uitgangspunt van het pakket is dat landbouw, natuur en industrie met elkaar in balans worden gebracht en dat stikstofdoelen worden gehaald, in het besef dat voedselzekerheid van wezenlijk belang is voor de toekomst van ons land. Zeker in tijden van geopolitieke onrust.
Een duidelijke BBB-inbreng. Er wordt niet gesproken over dé stikstofdoelen, dus in het midden wordt gelaten over welke doelen het gaat. Minister Wiersma van Landbouw wil af van de kritische depositiewaarde (KDW), die wettelijk voorschrijft hoeveel stikstof een natuurgebied aankan zonder dat de natuur er verslechtert. Voedselzekerheid zal niet snel in gevaar komen door de stikstofdoelen.
Vooral in het ruimtelijk beleid hangen veel onderwerpen met elkaar samen. Voor tal van activiteiten is immers ruimte nodig. Denk aan woningbouw, natuur en het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Denk ook aan defensie, de energietransitie, verkeer en vervoer, en toekomstbestendige landbouw. In de Nota Ruimte komen deze thema’s samen. Meer centrale regie is nodig om in de beperkte ruimte die er is, recht te doen aan alle belangen. De komende periode gaat het kabinet hierover met u en met gemeenten, provincies en waterschappen in gesprek. Juist in het ruimtelijk beleid ligt een belangrijke sleutel om de economische en bestuurlijke kracht van regio’s te benutten en doorbraken te bereiken. Om te zorgen dat er meer huizen gebouwd kunnen worden, wijst de Nota Ruimte vier nieuwe locaties aan voor grootschalige woningbouw, naast vele andere kleinere locaties.
De basis onder een toekomst met goede voorzieningen voor iedereen, is en blijft een sterke economie en een gezonde overheidsbegroting. Aan de positieve kant staat dat de werkloosheid structureel laag blijft en dat de armoede verder is gedaald. Ook positief is dat alle groepen volgend jaar meer te besteden krijgen, vanwege fors gestegen lonen en eerder genomen maatregelen om de koopkracht te verbeteren. In dat licht is het belangrijk dat de verlaging van de brandstofaccijns volgend jaar gehandhaafd blijft. Toch is er ook reden tot zorg. Zo blijft het tekort op de begroting volgend jaar weliswaar binnen de afgesproken grenzen, maar voor de toekomst zijn wel heldere keuzes nodig om dat zo te houden. Bovendien is de huidige economische groei te laag om ons voorzieningenniveau op termijn op peil te houden.
Juist daarom is het zorgelijk dat steeds meer ondernemers negatief zijn over het Nederlandse investeringsklimaat. Dat geluid klinkt zowel in het midden- en kleinbedrijf als vanuit grote ondernemingen en moet worden gehoord. Als bedrijven minder investeren, of zelfs overwegen Nederland te verlaten, dan tast dat uiteindelijk het verdienvermogen van ons land aan. Verlaging van de regeldruk blijft dringend noodzakelijk. Daarnaast werkt het kabinet verder aan de voorbereiding van een nationale investeringsinstelling en wordt er fors geïnvesteerd in de halfgeleiderindustrie, waarmee het toekomstig verdienvermogen van Nederland wordt versterkt. De regeling voor lagere energiekosten voor de industrie wordt verlengd tot 2028.
In Caribisch Nederland en in de landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten staan welvaart en welzijn onder druk. Samen met de regeringen en bestuurlijke partners daar, werkt het kabinet verder aan meer financiële stabiliteit, sterker bestuur, voedselzekerheid en een beter voorzieningenniveau. Vanwege het geheel eigen karakter van elk eiland vraagt dat om maatwerk.
Ook de lopende buitenlandagenda is breed en divers, van handelsbevordering tot de onderhandelingen over de nieuwe Europese meerjarenbegroting. Maar twee onderwerpen springen er hoog bovenuit: de voortgaande Russische agressieoorlog in Oekraïne en de humanitaire catastrofe in Gaza. Voor beide brandhaarden geldt dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan het bloedvergieten en het afschuwelijke verlies aan mensenlevens. Als lid van de internationale coalitie die Oekraïne steunt, gaat Nederland door op de weg van onverminderde militaire, diplomatieke en politieke steun, tot een duurzame vrede voor Oekraïne is bereikt. Recent is besloten twee Nederlandse luchtverdedigingseenheden en driehonderd militairen te stationeren in Zuidoost-Polen, op de grens met Oekraïne. Nu de oorlogsdreiging dichterbij is dan de meesten van ons zich kunnen herinneren, zijn we extra dankbaar voor de inzet van onze militairen en veteranen voor vrede en veiligheid wereldwijd, in heden en verleden.
Wie gehoopt had dat de koning zou spreken over genocidaal geweld in Gaza, zoals zijn Belgische collega onlangs sprak over ,,een schande voor de mensheid” die daar plaatsheeft, moet zich realiseren dat deze toespraak door het kabinet is geschreven en dat heeft het over ‘een humanitaire crisis’. Ook in andere toespraken dient de koning zich te houden aan regeringsbeleid.
Ook voor de humanitaire crisis in Gaza geldt dat Nederland meer druk kan zetten op het bereiken van een staakt-het-vuren door samen te werken met internationale partners. Het kabinet blijft zich inzetten voor een einde aan het geweld en een toekomstperspectief voor alle inwoners van de regio. De eerste voorkeur gaat daarbij uit naar een gezamenlijke Europese aanpak. Velen in ons land voelen zich diep betrokken bij de toekomst van Israël en de Palestijnen, en zijn uitermate bezorgd over de noodsituatie in Gaza. Iedereen wil dat er zo snel mogelijk een einde komt aan het menselijk leed. Het kabinet hoopt vurig – en zal zich er ook voor inzetten – dat mensen rond dit onderwerp niet nog meer tegenover elkaar komen te staan.
Leden van de Staten-Generaal, Op 29 oktober maken hopelijk zoveel mogelijk stemgerechtigde Nederlanders gebruik van hun democratische recht om invloed uit te oefenen op hun eigen toekomst en die van ons land. Verkiezingen zijn immers niet alleen hoogtijdagen in een parlementaire democratie, maar ook momenten waarop de koers van het land wordt bepaald. De Staten-Generaal hebben daarin een grote rol. Dat is een eervolle taak en een grote verantwoordelijkheid die op uw schouders rust. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
De laatste zin van de Troonrede is al jaren hetzelfde, een tekst waarin zowel gelovigen als ongelovigen zich kunnen vinden doordat er zowel gebeden als gewenst wordt.
Source: NRC