Home

‘Politiek moet zich richten op grote klappers van energietransitie: wind op zee en elektrificeren industrie’, zegt PBL

Klimaat- en Energieverkenning Weer een jaar voorbij en weinig bereikt, stelt het Planbureau voor de Leefomgeving in de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning vast. Een structureel, voorspelbaar klimaatbeleid ontbreekt. En het is „heel onwaarschijnlijk” dat het doel voor uitstootvermindering in 2030 wordt gehaald.

Windmolens bij Urk aan het IJsselmeer. Foto Sake Elzinga

Ze zullen niet snel zeggen dat het niet meer haalbaar is, de rekenmeesters van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Maar eigenlijk is het klimaatdoel van 2030 vrijwel buiten bereik geraakt. Dat concludeert het instituut op basis van de jaarlijkse doorrekening van het Nederlandse klimaatbeleid.

Alleen door vergaande maatregelen óf onverwachte gebeurtenissen, zoals enorm hoge gasprijzen door een Amerikaanse handelsoorlog en een pandemie, zou Nederland een goede kans hebben de doelen alsnog te halen, verwacht PBL-directeur Marko Hekkert. Net als vorig jaar stelt het PBL dat het „heel erg onwaarschijnlijk” is dat Nederland in 2030 55 procent minder CO2 uitstoot dan in 1990.

Het verschil met vorig jaar? Nu rest nog een kleine vier jaar tot 2030 en gaat Nederland eerst nog naar de stembus. Tegenvallers in de energietransitie stapelen zich op, en maatregelen om die weer „op de rails” te krijgen, hebben vermoedelijk pas ná 2030 effect. Alleen nog politiek gevoelige maatregelen, zoals het gebruik van fossiele brandstoffen flink duurder maken, hebben snel effect.

Maar, waarschuwt Hekkert, dat soort maatregelen dreigen het vertrouwen van burgers in de klimaattransitie te torpederen. De politiek moet zich richten op plannen die de grote klappers van de energietransitie (windparken op zee, elektrificeren van de industrie) weer op gang krijgen. „Als Nederland het doel in 2030 niet haalt, wordt de opgave daarna alleen maar groter.”

Een lichtpunt: Nederland wordt „energie-onafhankelijker” door de energietransitie, ziet het PBL. Na het terugdringen van Gronings gas sinds 2015 is Nederland nu voor ongeveer 80 procent van zijn energie afhankelijk van het buitenland. In 2030 is dat afgenomen naar het niveau van vóór 2015, tot onder de 70 procent.

Mestuitzondering

Wat opvalt in de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning van het PBL, is de verwachting dat Nederland in 2030 minder CO2 uitstoot dan vorig jaar nog werd aangenomen. Deels komt dat doordat het PBL vermoedt dat de industrie in 2030 minder produceert dan nu – mogelijk door minder bedrijven of lagere productie. Een beperkte afname is een gevolg van overheidsplannen.

In het voorjaar presenteerde minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei, VVD) een pakket maatregelen om naar eigen zeggen de klimaatdoelen weer in zicht te brengen. Volgens haar zou dit pakket 10 à 12 megaton CO2 besparen.

Het PBL rekende alle plannen van het kabinet door – en de niet uitgewerkte voornemens, zoals een nieuwe Europese mestuitzondering – en kwam uit op 4 megaton minder CO2-uitstoot in 2030. Dat komt onder andere doordat het kabinet elektrisch rijden weer iets meer stimuleert, extra geld heeft vrijgemaakt voor industrieafspraken en afvalverbranders te maken krijgen met een CO2-heffing.

Tegelijkertijd heeft het kabinet deze zomer een andere CO2-heffing opgeschort, die voor de zware industrie, nadat de Tweede Kamer daarom had gevraagd. Deze maatregel is niet officieel meegenomen in de doorrekeningen van het PBL, maar kan mogelijk een effect ter grootte van 2 megaton extra CO2-uitstoot in 2030. Ook is de glastuinbouw de komende jaren zuiniger, maar die besparing valt weg als Nederland een nieuwe mestuitzondering krijgt en de veestapel daardoor minder krimpt dan aangenomen.

De opwekking van duurzame energie „stagneert”, blijkt uit de Klimaat- en Energieverkenning. Nederland is via Europese regels gebonden ten minste 39 procent van het energieverbruik in 2030 duurzaam te laten zijn. Dat doel raakt verder uit zicht; onder andere door problemen met wind op zee.

Ook moet Nederland concrete plannen maken voor energiebesparing om te voldoen aan Europese verplichtingen. Terwijl huishoudelijke apparaten zuiniger worden, ziet het PBL toename van het energieverbruik door datacenters en luchtvaart. „Kort gezegd: onze koelkasten worden zuiniger, maar we gaan meer vliegen en internetten”, aldus Hekkert.

Kortetermijndenken

„Stagnatie betekent in feite achteruitgang”, concludeert de Raad van State op basis van de PBL-doorrekeningen. Het onafhankelijk adviesorgaan ziet een gebrek aan stabiel, voorspelbaar klimaatbeleid, en dat nekt de energietransitie. Zo zijn er „terugtrekkende bewegingen” rondom windparken op zee (demissionair minister Hermans schroefde deze zomer de ambities terug) en schort het kabinet tot 2030 de nationale CO2-heffing voor de industrie op.

Dit soort „kortetermijndenken” remt het klimaatbeleid af, zo luidt de kritiek. Volgens de Raad van State schuift het kabinet de problemen vooral voor zich uit, terwijl het niet duidelijk maakt „wat dat betekent voor het halen van de klimaatdoelen en de betaalbaarheid van verduurzaming in de toekomst”. Door het „instabiele” klimaatbeleid is het bedrijven bovendien niet duidelijk wat de ontwikkelingen op de langere termijn zijn, en in hoeverre de overheid helpt of prikkelt om te verduurzamen.

Waarschuwing over onzekerheid

Ook bij het PBL klinken waarschuwingen voor de periode ná 2030. Directeur Hekkert ziet grote onzekerheid bij belangrijke aanjagers van de klimaattransitie. Zo gaat het slecht met nieuwe windparken op zee, doordat de businesscase moeizaam rond komt. Ook lukken het niet goed verduurzamingsafspraken te maken met de industrie. Tot slot bezuinigt het kabinet op een cruciale verduurzamingssubsidie, die helpt duurzame projecten financieel rond te krijgen. Het PBL gaat er vanuit dat deze subsidie vanaf 2027 niet meer aan te bieden is; er is te weinig geld voor vrijgemaakt.

Op deze drie onderdelen zou Nederland „structureel” én voor de langere termijn plannen moeten maken, zegt Hekkert. „Dan blijft de energietransitie zich in ieder geval nog ontvouwen.”

Jaco Stremler, hoofd klimaat en energie bij het PBL, constateert dat zwalkend klimaatbeleid het investeringsklimaat voor burgers en bedrijven heeft verslechterd. „We zien allemaal signalen dat het de verkeerde kant op gaat.”

Belangrijk is, zegt Stremler, dat een kabinet duidelijk voor ogen heeft wat het wil in Europa. „We zijn geen eiland. De afgelopen jaren worden veel doelen juist door Europees beleid gehaald. Je kan zeggen: we wachten wel. Maar je kan ook invloed uitoefenen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC De Haagse Stemming

Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde

Source: NRC

Previous

Next